Bedenker Marty Barneveld: ‘Met het coöperatieve denken kom je verder mits je aan de regels van het spel houdt’

Bedenker Marty Barneveld: ‘Met het coöperatieve denken kom je verder mits je aan de regels van het spel houdt’

Coöperatief denken is een nieuwe manier van denken en praten bedacht door Marty van Barneveld en Wouter Colpaert. Marty Barneveld, bedenker van het coöperatief denken vertelt dat de techniek bedacht is omdat men vaker tegen elkaar praat dan met elkaar. De gesprekstechniek is tot stand gekomen om mensen minder langs elkaar heen te laten praten, en om tot echte resultaten te komen: iets wat toegepast kan worden in vele situaties en op verschillende vlakken in de samenleving.

 

Coöperatief denken

‘Het is samenwerkend denken. Dat wil zeggen dat je in een groep probeert met elkaar te denken in plaats van tegen elkaar te denken. Het is een gesprekstechniek die gebruikt kan worden bij het behandelen van een kwestie. Deelnemers van het gesprek kunnen reageren op de kwestie maar moeten zichzelf altijd eerst bevragen op datgene wat zij gezegd hebben om met hun beurt te eindigen. De vraag is leidend. Het gaat dus veel meer om het formuleren van goede vragen dan het formuleren van goede antwoorden. De vraag helpt je verder en hierdoor kan je ‘denken’ over een kwestie verdiepen en verbreden. ‘

Het idee erachter

‘Als mensen het vaker doen, en ik hoop dat natuurlijk te bereiken, dat mensen een soort vraag reflex krijgen. Behalve dat de wereld er misschien een beetje mooier van wordt kan het je helpen om je eigen ‘denken’ verder te krijgen. Heel veel mensen denken ongemerkt in frames en daarmee zetten ze zichzelf vast.  Als je echt met iets moeilijks zit kan het ‘coöperatieve denken’ je helpen. Het dwingt je namelijk tot te kijken naar wat je zojuist beweerd hebt en wat daar nou precies onder zit, er zit namelijk altijd iets onder. Dat kan een hoop of een vrees zijn of iets anders. Dit ‘coöperatieve denken’ is noodzakelijk in deze tijd. Het is alsof mensen elkaar steeds moeilijker verstaan of steeds minder gevoel hebben voor andersdenkende. Daarom: Hoe sla je een brug op een beetje prettige manier?’

Hoe het tot stand is gekomen

‘Ik ben heel lang op de middelbare school degene geweest die het debat team leidde en daar begon er bij mij steeds meer een frustratie te groeien. De reden hiervoor was dat leerlingen de argumenten van het debat uit hun hoofd leerde maar het was eigenlijk geen authentiek nadenken wat ze deden. Ook luisterde ze niet naar elkaar, leerlingen zaten telkens op hun beurt te wachten tot dat zij hun argument op tafel konden gooien. Ik vond dat mensen niet meer naar elkaar luisterde en tot een werkelijk gesprek kwamen. Leerlingen leren om in antwoorden te denken maar niet in vragen. Leerlingen hadden nooit dat ze vragen stelde bij wat ze zojuist beweerd hadden. Als dat meer gedaan zou worden dan kom je in zo’n debat verder. Ik uitte deze frustratie bij Wouter Colpeart, filosofie docent op de school waar ik werk, en hij kwam met een vorm van het spel. Vanuit deze gedachte is de gesprekstechniek van ‘coöperatief denken’ tot stand gekomen.

Verder zag ik het ook in het literatuuronderwijs. Je moet je namelijk voorstellen dat een boek een vraag aan jou is. Net zoals ieder kunstwerk een vraag aan jou stelt. Er zitten tientallen vragen in één werk besloten, dat is ook de reden dat ik naar het van Abbemuseum in Eindhoven ben gegaan. Hier heb ik ze de techniek van ‘coöperatief denken’ voorgelegd om zo te organiseren dat daar een scholieren bijeenkomst zou komen. Ze waren meteen heel enthousiast want zij liepen tegen hetzelfde probleem aan als ik in het literatuuronderwijs. Zo zijn de scholieren toernooien ontstaan die plaatsvinden in het van Abbemuseum. Dit toernooi is een debat waar een werkelijk gesprek bij plaatsvindt in samenwerking met andere scholen waar havo/vwo leerlingen uit de bovenbouw aan mee kunnen doen.’

 

Hoe het in z’n werking gaat

‘De techniek is heel simpel maar mensen vinden het lastig om het vervolgens toe te passen. Het komt erop neer dat er twee groepjes van vier staan en in het midden één iemand met een centrale kwestie. Die iemand kunnen allerlei soorten personen zijn. Een journalist, een gemeentewerker of een zorgmedewerker. De eerste spreker van het eerste team reageert op de vraag van degene in kwestie en degene uit het eerste team stelt vervolgens weer een vraag over zijn eigen reactie. Die vraag geeft diegene uit het eerste team door aan de eerste spreker van het tweede team en ook diegene stelt weer een vraag over zijn eigen reactie en geeft die weer door naar het eerste team en diegene moet dan weer reageren en eindigen met een vraag op zijn eigen reactie, en zo gaat het verder. Het kan zijn dat iemand even geen antwoord weet op een vraag, die kan zeggen dat hij deze beurt overslaat. Zo moet dus iedereen wel mee blijven luisteren. Het mooie aan deze manier van praten is dat niemand in het gesprek de boventoon kan voeren. Je zal zien doordat je op zo’n manier praat dat je veel verder komt dan dat iedereen maar zijn of haar zegje aan het doen is. We formuleren op het einde ook liever niet een gemeenschappelijk standpunt maar een gemeenschappelijk drijfpunt. Zo stroomt je mening verder zodra je de kwestie in het vervolg weer moet oppakken. De mening wordt zoiets genuanceerder of meer ontwikkeld. Eén van de regels van het spel is ook dat er niet in oplossingen gedacht mag worden. Mensen zijn altijd geneigd om meteen in oplossingen te denken. Terwijl ze vaak niet eens goed denken hoe verschillende partijen tegen het probleem aan kijken. Als je het probleem zo goed mogelijk onderzocht hebt dan weet je ook wat de gewenste oplossing richting is. Na zo’n toernooi hebben we niet een oplossing maar meer de richting waar we naartoe willen. Verder zitten er ook geen eisen aan waar je aan waar je als leerling aan moet voldoen om mee te doen aan zo’n toernooi.  Aan het eind kijken we wie in het gesprek de kwestie het meeste verder helpt en die geven we dan een prijs. We hebben vier rondes en we kijken dan ook wie het slot debat gaat doen.’

De manieren waarop het toepasbaar is

‘Op school in de vergaderingen bij een ingewikkelde kwestie waarbij veel meningsverschillen zijn, hierbij werkt het heel goed. In het bedrijfsleven is het ook heel toepasbaar. Zij staan dan voor een moeilijke beslissing en daar wordt dit dan toegepast. Ook in de zorg met cliënten gesprekken. Ja, eigenlijk kan bij heel veel situaties toegepast worden.’

 

 

 

 

 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *