Geen nieuw nieuws: Nederland heeft het Engels in het hoger onderwijs al jaren op een voetstuk geplaatst. Dat is een ander verhaal bij onze zuiderburen. Terwijl in Nederland het aantal Engelstalige studies blijft groeien, zijn de Vlamingen daar een stuk terughoudender in.
Dikke kans dat je professor uit Antwerpen in het Nederlands lesgeeft, als je in Vlaanderen gaat studeren. Anders dan in Nederland zit Vlaanderen gebonden aan sterke taalwetten om het Nederlands als academische taal te beschermen. Vlaamse universiteiten mogen maximaal zes procent Engelstalige bachelors aanbieden, voor masters gaat het om 35 procent. En dat terwijl in Nederland het aantal Engelstalige opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs al jaren groeit. Zo waren er in 2016 al 81 bacheloropleidingen volledig in het Engels volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In 2024 gaat het bijna om het dubbele aantal, namelijk 144 opleidingen.
Het is niet vreemd dat Vlaanderen het gebruik van het Engels in het onderwijs wil beperken, volgens Peter Debrabandere. Hij is docent Nederlands en Duits aan de Hogeschool VIVES Brugge. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het taal- en cultuurtijdschrift Neerlandia. “Slechts een klein deel van de opleidingen is Engelstalig. Dat is om te vermijden dat het aantal Engelstalige opleidingen automatisch toeneemt en dat uiteindelijk zo goed als het hele hoger onderwijs Engelstalig is. Nederland is hierin veel verder doorgeschoten dan Vlaanderen.”
De angst voor verengelsing in Vlaanderen is historisch geworteld. “Lang geleden was het Latijn de academische taal in Europa. Langzamerhand veranderde dat steeds meer in de eigen taal. Dus Duits in Duitsland en Nederlands in Nederland. Maar bij het ontstaan van België werd dat Frans, niet het Nederlands, zelfs niet in de Nederlandstalige gebieden.” Daar kwam reactie op. “De Vlamingen hebben zich daartegen verzet. Die scheve situatie heeft lang bestaan. Pas na 1930 kregen de Vlamingen onderwijs in hun eigen taal.”
Voor een tijd was al het onderwijs in het Nederlands in Vlaanderen. “In de 21e eeuw komt het Engels om de hoek kijken. De trend om het hoger onderwijs in een internationale context te gaan organiseren, heeft tot een steeds voornamere rol van het Engels in dat hoger onderwijs geleid. En zo ontstond in Vlaanderen weer die doemgedachte: ‘Het zal toch niet weer gebeuren dat onze taal op de schop moet?’ Daar komt die reflex vandaan van bescherming door de Vlaamse regering.”
Huidige problematiek
Zie zo, het Nederlands blijft bestaan in Vlaanderen met dank aan het taalbeleid. Daar kan Nederland van leren, toch? Hier denken Vlaamse universiteiten anders over. Zij pleiten juist voor meer Engelstalige opleidingen. “Net als Nederland zit Vlaanderen op een centrale plek in Europa, waar veel expertise en mogelijkheden zijn. Veel buitenlandse wetenschappers willen in Vlaamse universiteiten komen werken. De eis dat je binnen een bepaalde tijd een intermediair niveau Nederlands hebt, wordt dan snel een obstakel. Dat taalbeleid houdt niet alleen wetenschappers van buitenaf tegen, maar ook internationale studenten”, aldus Debrabandere.
Momenteel is er weinig overeenstemming tussen de Vlaamse regering en de universiteiten over de mate van verengelsing. “Universiteiten vrezen dat ze worden tegengehouden om internationaler te worden. De politiek vreest daarentegen dat de universiteiten vanzelf door gaan schieten naar alles in het Engels, als ze het taalbeleid loslaat.”
(On)gedeelde houdingen
Ondanks de verschillen in regelgeving hebben Vlamingen en Nederlanders een vergelijkbare sociale houding naar het Nederlands en het Engels. “De invloed van het Engels is sterk door zijn internationale positie. Je hoeft maar naar de taal van de computer te kijken: hoofdzakelijk Engelse woorden die we zowel in Nederland als in Vlaanderen gebruiken.” Wat betreft verengelsing zijn de Vlamingen conservatiever, maar dat is eerder een houding dan een werkelijkheid. “Als je het met een Vlaming hebt over deze problematiek, gebruikt hij onbewust zelf opeens Engelse woorden.”
“Het Engels heeft gewoon een dominantere positie in Nederland en Vlaanderen dan in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk.” Dit is niet alleen vanwege de omvang van ons gezamenlijk gebied, maar ook omdat we een kruispunt van ontmoetingen zijn. Daarnaast zijn we omringd door dominantere talen Engels, Duits en Frans. “Wij beschouwen onze taal vaak als internationaal minder belangrijk. Dat slaat nergens op, want het Nederlands is objectief gezien helemaal niet zo klein.”
Nederlands als wereldtaal Het Nederlands staat in de top 50 van de lijst naar aantal moedertaalsprekers van de duizenden talen die in de wereld worden gesproken. In 40 landen wordt het Nederlands als vreemde taal gegeven. Ruim 14.000 studenten leren onze taal in het buitenland volgens cijfers van De Taalunie. “Je moet niet alleen naar het aantal sprekers kijken om het belang van een taal in te schatten. Dat is een verkeerde maatstaf”, aldus Debrabandere. Zo spelen verschillende factoren een rol: economische sterkte van het taalgebied, plekken waar je het Nederlands kunt studeren, aantal literaire vertalingen en aanwezigheid op het internet. “Als je alle criteria met elkaar combineert, zit het Nederlands in de top 15 van de belangrijkste talen van de wereld. Als we dat beter zouden beseffen, zouden we misschien anders kijken naar onze taal en hogere eisen stellen.”