Grote stroom buitenlandse studenten, oplossingen dobberen nog op zee

Foto: Yim Goemans
Studenten bij ingang van Universiteit Utrecht.

De Universiteit van Amsterdam (UvA) is van plan een quotum in te stellen voor buitenlandse studenten. Dat heeft de UvA vorig jaar aangekondigd. De aanleiding hiervoor is dat het aantal buitenlandse studenten aan universiteiten flink is gegroeid over de jaren heen. Deze overmaat aan studenten heeft inmiddels zijn tol geëist. Factoren zijn onder andere de te hoge werkdruk, weinig faciliteiten en de fikse concurrentie tussen studenten op de woningmarkt. Universiteiten kunnen het niet meer aan. Zij kunnen zelf er weinig tegen doen. Die opgave ligt bij het Rijk.

“Het quotum op buitenlandse studenten was nog niet concreet. Het ging hier om ideeën”, vertelt Kim Janssen, woordvoerder van de UvA. Met deze aankondiging wilde de universiteit het Rijk aanspreken op de actuele situatie op universiteiten. “Het gaat om een landelijk probleem.” Elk jaar groeit het aantal buitenlandse studenten dat in Nederland komt studeren. Zo waren er in het schooljaar 2021-2022 meer dan 42.000 buitenlandse eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs. In het schooljaar 2017-2018 was dat aantal slechts 29.940. Dat blijkt uit statistieken uit een rapport van het Centraal Planbureau van de Statistiek (CBS). Deze buitenlandse studenten komen voornamelijk uit Duitsland, Italië, Roemenië en China. Het idee van de UvA klinkt als een goede oplossing, maar zal dit gebeuren? “De UvA had een quotumvoorstel gedaan bij ons. Het ging hier om een experiment. Dat zou niet voor dit schooljaar zijn maar voor volgend schooljaar. Het gaat hier om een numerus fixus op een Engelstalige track van een opleiding. Daar is nu geen wettelijke basis voor”, aldus Jacco Neleman, woordvoer bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Goed onderwijs voor een prikkie

Jarenlang groeit het aantal buitenlandse studenten aan universiteiten. Zij kiezen opzettelijk voor ons kleine kikkerlandje om verschillende reden. Denk bijvoorbeeld de kwaliteit van het onderwijs. In andere landen waar de kwaliteit van het onderwijs ook hoog ligt betaal je vaak de jackpot, zoals in het Verenigd Koninkrijk waar je over het algemeen rond de 10.000 euro per jaar voor een bachelor betaalt. In Nederland betalen we slechts een vijfde van die som voor een bachelor. Dit geldt niet alleen voor Nederlandse studenten, maar ook voor studenten afkomstig uit de Europese Economische Ruimte (EER). Dat zijn alle EU-landen plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. “Er is een verschil tussen studenten uit de EER en studenten daarbuiten. Binnen Europa zijn er afspraken gemaakt. Studenten bijvoorbeeld uit Duitsland of Frankrijk betalen hetzelfde wettige collegegeld net als Nederlanders”, aldus Neleman. Ook worden deze studenten uit de EER behandelt alsof het om Nederlandse studenten gaat bij aanmeldingsprocedures.

Te weren of niet te weren

Universiteiten hebben er schoon genoeg van. Het aantal studenten in de collegezalen loopt de spuigaten uit. “De druk op de universiteiten wordt steeds meer verhoogd”, vertelde Pieter Duisenburg, voorzitter van Vereniging Universiteit van Nederland (UNL), tijdens een uitzending van NOS Radio 1 Journaal vorig jaar. De twee belangrijkste oorzaken zijn volgens hem de grote doorstroom van hbo-studenten en het toenemende aantal buitenlandse studenten. Deze groei van het laatstgenoemde is nog niet bij andere universiteiten zodanig problematisch zoals bij de UvA. Wel is het een kwestie van tijd. “Bij de Universiteit van Utrecht (UU) lopen we op dit ogenblijk tegen een aantal knelpunten aan. De studentenaantallen groeien enorm waardoor we niet de juiste docenten kunnen vinden of voldoende faciliteiten hebben op de UU. Dit jaar hebben wij allerlei collegezalen moeten bijbouwen om deze groei te kunnen accommoderen”, vertelt Maarten Post, woordvoerder van de UU.

Waarom niet gewoon deze studenten weren? Zo makkelijk gaat dat niet. “Nu is het zo dat je alleen voor de hele opleiding een numerus fixus kunt aanvragen. Daar kun jezelf niet voor kiezen. Het ministerie moet daarmee akkoord gaan”, vertelt Post. Met een numerus fixus is het toegestaan om een bepaald aantal studenten te weigeren, maar niet een bepaald aantal buitenlandse studenten. Universiteiten mogen geen onderscheid maken tussen Nederlandse en buitenlandse studenten.

Mogelijke instrumenten

Meerdere universiteiten willen instrumenten krijgen om de instroom van het aantal buitenlandse studenten te kunnen beheersen. “We zoeken naar manieren om de totale instroom en groei aan studenten te beheersen, mede door de problemen met (studenten)huisvesting in onze stad. Goede instrumenten hiervoor hebben we vooralsnog niet, en dat zal in Den Haag moeten worden bepaald”, vertelt Mirjam Renting, persvoorlichter bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

In 2019 was het wetvoorstel taal en toegankelijkheid aangenomen dat de mogelijkheid bood de instroom van internationale studenten te beheersen. Minister Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft echter dit jaar laten weten in een schriftelijk overleg deze kwestie nader te bezien. “Om de meerwaarde van buitenlandse studenten te behouden vragen wij om drie sturingselementen: De mogelijkheid om specifiek een numerus fixus toe te passen op het Engelstalige traject van een opleiding. Zo blijft de Nederlandse variant toegankelijk. Ook pleiten we voor een maximum aantal studenten dat niet in de EER zit, op een opleiding. Het derde instrument is een nood numerus fixus. Als je als opleiding ziet dat tijdens het aanmeldprocedure dusdanig veel studenten zich inschrijven, moet de opleiding de kans krijgen om een numerus fixus in te stellen. Deze drie opties zijn momenteel wettelijk niet mogelijk”, vertelt Ruben Puylaert, woordvoerder van de Universiteiten van Nederland.

Wachten op oplossingen

Sturingsinstrumenten worden van alle kanten voorgesteld. Het is echter aan het Rijk om verandering te krijgen in deze vastlopende situatie. “Waar we nu staan is dat we een bestuursakkoord hebben afgesproken met universiteiten en hogescholen afgelopen zomer. Er zal een toekomstverkenning komen op het hele onderwijsstelsel”, aldus Neleman. 

Naast een hele inspectie op het hoger onderwijs, wat tijd in beslag neemt, komt er een voorproefje. “Begin dit jaar zal er ook een schets hiervan uitkomen. In februari zal er een voorstel komen over hoe het Rijk van plan is om de stroom van internationale studenten te beheersen. Wij zijn momenteel bezig om te kijken hoe die voorstellen eruit te komen zien. Vooruitlopend op die toekomstverkenning zal er dus een brief over internationalisering komen met voorstellen van mogelijke sturingsmiddelen. Deze worden vervolgens gepresenteerd aan de Kamer.”

Nog altijd welkom

Buitenlandse studenten zijn niet alleen een paal onder water. Sterker nog, Nederland wil hen nog altijd verwelkomen. Zo’n 25 procent van de afgestudeerde buitenlandse studenten blijft in Nederland. Zij zijn goed voor minstens 1,6 miljard euro voor de Nederlandse schatkist. Het gaat vooral om studenten buiten de EER die blijven en zodoende meer bijdragen aan onze economie. Dat blijkt uit een onderzoek van Nuffic, een internationaliseringsorganisatie. Bovendien zijn er andere redenen om deze groep te vriend te houden. “We zitten vrij stabiel op een aandeel van zo’n 25 procent internationale studenten. Een diverse instroom van studenten versterkt de kwaliteit van ons onderwijs. De international classroom is een verrijking voor ons”, aldus Renting. Nelemans verheldert dit. “Enerzijds zien wij de voordelen van internationalisering zoals versterking van het onderwijs. Anderzijds zien we ook nadelen zoals de huisvesting bijvoorbeeld. Er is als het ware wel een gaspedaal voor de instroom, maar geen rempedaal. Momenteel houden we gesprekken met universiteiten en hogescholen wat die voorstellen kunnen behelzen.”

Visie op internationalisering

Al jaren groeit het aantal buitenlandse studenten gestaag in Nederland. Inmiddels zijn wij op een punt beland waar de instroom van buitenlandse studenten onbeheersbaar is. Zij komen hier een toekomst opbouwen om verschillende reden, zoals goed onderwijs voor een schappelijke prijs. Er zijn echter geen middelen op de universiteiten om hen allen bij te staan. Dit komt door zowel interne factoren, zoals de te kleine collegezalen, en externe factoren zoals het tekort aan studentenwoningen. Binnenkort zal er dan eindelijk verheldering komen. “Een van de aspecten van de toekomstverkenning gaat over de internationalisering. De minister is bezig met een visie hierop. Hij heeft aangegeven dat deze informatie in februari uitkomt. Op basis daarvan wordt gekeken welke sturingsinstrumenten worden ingezet”, aldus Puylaert. Het is nu slechts een kwestie van tijd.