Twee weken geleden was MuseumNacht (N8), een avond om vooral de jongere generatie te prikkelen om wat vaker een museum in te stappen. N8 is een avond waarbij veel musea in Amsterdam de deuren openen en speciale workshops, tentoonstellingen, lezingen en optredens verzorgen voor het publiek. Het doel van de nacht is om te laten zien wat de verschillende musea te bieden hebben en om meer mensen te enthousiasmeren voor een cultureel uitje. Maar hoeveel millenials zijn nou echt geïnteresseerd in een museum?

De gemiddelde leeftijd van museabezoekers ligt nog steeds erg hoog en het bezoeken van een museum wordt nog steeds gezien als een uitje voor de elite: de hoogopgeleiden, de bovenklasse. Sabine Persijn (20), studente Taal en Cultuurstudies, vertelt dat het ook een omgevingsding is. “Een museum is vooral aantrekkelijk voor een specifieke groep mensen, een niche. Iedereen die naar een museum gaat heeft wel affiniteit met kunst en cultuur. Het is minder toegankelijk voor iedereen dan bijvoorbeeld de film. Bijvoorbeeld de film Joker, iedereen praat erover en daardoor voel je de druk om hem ook te zien. Je hoort niet zo snel; wow heb je die coole tentoonstelling al gezien?”

Ook de millennials (geboren tussen 1980 en 2000), zijn minder in musea te vinden, wat gek is aangezien zij volgens het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wel onder de groep vallen dat het meest musea bezoekt (leeftijd 19 tot 64 jaar). In Nederland zijn er zo’n 4,5 miljoen millennials. Een hele groep dus. In 2018 heeft Motivaction, in samenwerking met de Museumkaart, een onderzoek gedaan naar het aantal museumbezoeken onder deze doelgroep. Wat bleek, 25% van de ondervraagde millennials komt nooit in een museum en 31% van de groep komt er maximaal een keer per jaar. De millennial gaf aan wel naar het museum te willen, maar 78% wil niet alleen gaan. Sabine Persijn vertelt dat Nederland een sterk huiselijkheidscultuur heeft. “We gaan bijvoorbeeld ook veel minder naar de film dan andere Europese landen, vaak vinden we het niet nodig om hier geld aan uit te geven. Dit zou ook kunnen gelden voor de museumsector.” Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap liet zien dat de grootste groep museumbezoekers wel tussen de 19 en 64 jaar ligt, maar hoe bereik je dan de jongere helft van deze groep?

Als museum kan je meerdere acties ondernemen om een millennial te lokken. Een daarvan is het FOMO-element. FOMO betekent Fear Of Missing Out, een bekende term onder de jongere generaties wat in feite betekent dat je niks wil missen. Met MuseumNacht als voorbeeld: Zij hebben doormiddel van grote promotie en veel gebruik van sociale media hun doelgroep meteen weten te pakken. “Sta jij al op gaan?” Ook hebben ze gebruik gemaakt van veel ambassadeurs, mensen die opvallen; “Oh gaat hij/zij ook?” Tijdens zo’n nacht is het belangrijk dat de musea een uitnodigend onderwerp hebben om te laten zien. Zo had het Tropenmuseum een tentoonstelling over Gender, een maatschappelijk onderwerp wat ontzettend speelt onder de jongere generaties. Het museum zorgde voor plekken waar je een goede foto kon schieten voor je socials (Instagrammable), er kwam iemand zingen en er was een interactieve voorstelling. Al deze elementen zorgen voor genoeg prikkels voor de millennial. Volgens Sabine is promotie via social media een belangrijk aspect; “We leven op een scherm. Ik merk dat mijn omgeving en ik vooral via Facebook bij een museum terecht komen. Als je ziet dat een van je vrienden geïnteresseerd is ga je zelf ook sneller. Of op Instagram; als je foto’s ziet in vette ruimtes ga je sneller. De aandachtspanne van een millennial is zo snel gedaald dat een museum van alle kanten geprikkeld moet worden.”