We praten over litte fissa’s alsof we niet anders gewend zijn, we flaneren in onze nieuwe patta’s en we kijken niet langer op wanneer we neef worden genoemd door een volstrekt onbekende. Zelfs onze ouders geven regelmatig aan iets cool te vinden en willen weten waar we aan het chillen zijn. Straattaal is niet langer enkel van de straat maar heeft zijn opmars gemaakt binnen de Nederlandse taal.

De week van het alfabetisme staat volledig in het teken van geletterdheid. Al worden straattaal en geletterdheid maar zelden met elkaar geassocieerd, spelen met taal is pas mogelijk wanneer de dominante taal sufficiënt wordt beheerst. Hierom is straattaal, wat doorgaans vaak wordt gezien als een oorzaak voor verloedering van de Nederlandse taal, misschien juist wel een verrijking.
Het jargon is een combinatie van woorden uit het Engels, Arabisch, Turks, Antilliaans en Surinaams. Soms regelrecht overgenomen, vaak vervormd of vernederlandst. Waar een deel door migranten is meegebracht naar de lage landen wordt tegenwoordig een hoop vanaf het internet geïmporteerd. Taal verandert zo in een extreem rap tempo.

Desondanks het feit dat taal ontzettend dynamisch is verandert de Dikke Vandale niet op ditzelfde tempo mee. Nieuwe toevoegingen aan de Nederlandse vocabulaire verschijnen slechts in kleine hoeveelheden per jaar. Echter werd in 2017 straattaal ineens de kopij voor een straattaal woordenboek. ‘Soort kill’ documenteerde de voertaal van de Amsterdamse Bijlmer in het ‘Smibanese woordenboek’. Tweeduizend woorden, waarvan het gros synoniem voor geld, vormen samen een bundel van termen die tegenwoordig grotendeels door menig autochtoon Nederlander in de mond worden genomen.

In onderstaande audio legt taaldeskundige Jacomine Nortier uit wat straattaal precies is en door wie het gebruikt wordt. De Utrechtse rapper Bon Sjef rapt zelf in de taal van de straat en motiveert deze keuze.