Je zou het een ‘wereldgezin’ kunnen noemen. Adoptiemoeder Bertine (56) heeft drie kinderen geadopteerd. In dit gezin komt de oudste, Kenneth (26) uit Sri Lanka, Abel Janick (23) uit Ethiopië en Hannah-Lynn (19) uit China. Hoe is het om in zo’n multicultureel gezin te leven? We gingen bij hen op bezoek voor een gesprek over interlandelijke adoptie en over de verschillende culturen in één gezin.

Bij interlandelijke adoptie wordt een kind uit het buitenland geadopteerd door een ander paar ouders, in dit geval uit Nederland. Redenen dat een kind wordt afgestaan zijn bijvoorbeeld de (voormalige) eenkindpolitiek in China, verkrachting of onbedoelde zwangerschap.


Bertine heeft met alle drie haar kinderen een hele goede band en het thema adoptie is altijd al goed bespreekbaar geweest in het gezin. Bertine vindt dat heel belangrijk voor haar adoptiekinderen, maar ook voor haar als adoptiemoeder. Bertine: “Je weet als adoptiemoeder dat je een kindje krijgt die uit een andere moeder komt, uit een andere relatie en een ander gebied. Dat is iets waar je mee leeft. Dat ik Kenneth’s moeder heb gezien, dat maakt het heel tastbaar voor mij. Je zal maar voor deze keuze moeten staan, er is geen een ding erger dan dat je je kind moet afstaan ter adoptie.”

Bertine wilde graag dat de kinderen voor hun puberteit hun land van herkomst zouden hebben gezien. Daarom zijn ze twee keer in Ethiopië, China en Sri Lanka geweest. Bertine: “In elk land hadden we een persoonlijke gids en waren we in kleine groepen, dat is heel prettig. Ieder kind kreeg zijn eigen aandacht toen we in hun land waren.” Uit alle drie de landen hebben ze mooiste mogen gezien, aldus Bertine.

Goede band

Kenneth, Abel Janick en Hannah-Lynn hebben een goede band met elkaar. Hannah-Lynn vertelt: “We hebben denk ik vooral een goede band met elkaar gekregen omdat we hetzelfde hebben meegemaakt. Ik zou niet met mijn vriendinnen kunnen praten over mijn biologische familie en adoptie. Ik weet ten slotte niet wie mijn biologische ouders zijn en ik weet ook niet of ik nog biologische broers of zussen heb. Ik voel echt dat ik ergens anders mijn roots heb liggen. We kunnen goed van elkaar aanvoelen hoe het is om geadopteerd te zijn en daar kunnen we met elkaar goed over praten. Dat vind ik heel fijn.”

Abel Janick is het daar mee eens: “Ja inderdaad, daar sluit ik mij bij aan. Je kunt er goed met je broers en zussen over praten, wat je niet met je vrienden kunt.”

Volgens Hannah-Lynn en Abel Janick was adoptie vroeger nog weleens een taboe. Het wordt steeds beter bespreekbaar wat ze beiden heel goed vinden. Ze vinden het mooi dat kinderen geadopteerd kunnen worden als een kind bijvoorbeeld te vondeling wordt gelegd en daardoor wees is geworden. Hannah-Lynn legt uit: “Als een kind een gezin nodig heeft, moet een kind geadopteerd kunnen worden. De vooroordelen van mensen doen er eigenlijk niet heel erg toe. Natuurlijk is het niet zo dat ik nu vind dat er meer kinderen afgestaan moeten worden zodat er meer adopties mogelijk zijn.” Abel Janick zegt tot slot: “Je moet de kans om een gezin te krijgen als je als kind wees bent, wel kunnen krijgen.”

Actueel

Tenslotte over de actualiteit rondom interlandelijke adoptie. Bertine vertelt: “Het nieuws rondom interlandelijke adoptie volg ik op de voet. De verhalen van mijn kinderen heb ik behoorlijk kunnen achterhalen. Van Kenneth en Abel Janick helemaal. Voor Hannah-Lynn zijn we tot het ministerie van Justitie gekomen in Beijing. Daar lijkt het verhaal tot zover ook wel te kloppen. Van haar hebben we nog geen familie gevonden.” Over adoptie en illegaliteit heeft Bertine een dubbel gevoel, want bij adoptie is altijd wel negativiteit. Bertine: “Adoptieouders en biologische ouders hebben beiden hun eigen waarheid, ga daar maar eens tussenin zitten.”