”Ik ben geen wazige hippie”

”Ik ben geen wazige hippie”

Fast fashion is een term die we steeds vaker tegenkomen. De fast fashion industrie heeft gezorgd voor een nieuwe standaard van goedkope kleding. Fast fashion is letterlijk vertaald ’snelle mode’. Waar we eerst jaren deden met een broek of shirt, wisselt de mode nu meerdere keren per seizoen. Het gevolg is dat we sneller uitgekeken raken op wat we kopen en dus meer kleding willen kopen.

De mode-industrie is na de olie-industrie de meest vervuilende industrie ter wereld. Problematisch daaraan zijn de productieomstandigheden waaronder kleding wordt gemaakt. 47 miljoen mensen werken in de kledingindustrie. Daarvan is ongeveer 85% vrouw, laat de online website ‘voor de wereld van morgen’ weten. De kleding wordt vooral in lagelonenlanden geproduceerd, onder lage loonkosten en onmenselijke omstandigheden. Om namelijk als consument meerdere keren per seizoen nieuwe kleding te kopen moet het goedkoop zijn. Daarom is de kleding vaak zo goedkoop mogelijk geproduceerd om een hoge omloopsnelheid te kunnen naleven, aldus ‘voor de wereld van morgen.’

‘’De goedkope kleding is vaak van een mindere kwaliteit’’, vertelt Robert Vreeswijk, hoofdverkoper van (kringloopwinkel) Secunda. Dit merkt Vreeswijk in de kwaliteit aan kleding die zij binnen krijgen. ‘’Doordat kleding van bijvoorbeeld de Primark een mindere kwaliteit heeft, raakt zo’n kledingstuk al snel kapot of beschadigd.

Het tegenstrijdige aan fast fashion is dat de meeste winkelketens trots zijn op hun fast fashion. Op deze manier hebben ze continu nieuwe kledingstukken en accessoires in hun winkels liggen. Dit doen ze zodat ze concurrentie van andere winkelketens kunnen aangaan en om het aanbod voor de consument actueel te houden. Aldus Kitty Koelemeijer, hoogleraar marketing en retail aan de Nyenrode Universiteit. ‘’De consumenten van nu zijn namelijk echte koopjesjagers. Het is van belang om consumenten te verleiden met acties. Maar ook door bepaalde artikelen scherp afgeprijsd te laten zien’’ aldus Koelemeijer.

Studente Milou (21) vindt fast fashion een groot probleem dat meer onder de aandacht moet komen in de wereld. Om zelf een steentje bij te dragen en haar eigen wereldbeeld over fast fashion na te streven, koopt zij zoveel mogelijk kleding bij tweedehandswinkels. En als ze dan een keer iets koopt bij een fast fashion winkel, let ze erop dat het gemaakt is van biologisch katoen. Verder krijgt ze ook vaak kleding vanuit haar omgeving, omdat ze aan hen duidelijk heeft kunnen maken dat het weggooien van kleding zonde is.

Een goed idee om fast fashion tegen te gaan is om meer tweedehandswinkels op te richten. Deze zijn niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de lokale werkgelegenheid. Secunda in Tiel is er daar één van. Robert Vreeswijk vertelt hier meer over in het audio fragment hieronder.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *