De Nederlandse keuken is nooit ‘puur’ Nederlands geweest. Sinds de negentiende eeuw kwamen er specerijen vanuit verschillende landen onze kant op. Door de kolonisatie in de geschiedenis en later na de tweede wereldoorlog met de komst van de gastarbeiders is niet alleen de samenleving multicultureel geworden, maar ook de keuken. Welke Nederlander eet er nou geen Roti, Loempia’s of Kapsalon? Maar hoe buitenlands zijn deze gerechten nou eigenlijk of is het een verzinsel geïnspireerd vanuit het buitenland?  

In landen waar de inwoners een diverse etniciteit hebben, is er multicultureel eten. Nieuwe mensen nemen hun eetgewoontes mee en er zijn altijd wel mensen die deze nieuwe smaken weten te waarderen. In Nederland zijn al die verschillende eettentjes niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Bijna elke stad heeft een afhaal Chinees en een Kebabzaak. De gerechten zijn door het hele land erg geliefd, waardoor de vraag en het aanbod blijft stijgen.

Toch is het niet altijd zo buitenland als we misschien denken dat het is. Zo is het populaire Surinaamse gerecht Roti voor de Nederlander een broodje met kousenband, aardappelen en kip. Maar is Suriname noemen ze alleen het brood wat van kikkererwten is gemaakt Roti. En zijn Loempia’s veranderd naar wens van de consument, dus hoe het hier in Nederland het beste wordt verkocht. De Kapsalon is een uitvinding van een Turkse Nederlander. Dervis Bengü, de eigenaar van de kebabzaak El Aviva in Rotterdam, kwam in 2003 met dit idee. Zijn toenmalige buurman die kapper was vroeg op een dag of hij geen dönerschotel kan krijgen die makkelijker te eten was, dus bijvoorbeeld in een bakje. Zo ontstond de ‘kapsalon’, een bakje friet, döner, saus, salade en bovenop een plakje kaas. Deze Rotterdamse specialiteit is vandaag de dag razend populair onder de Nederlandse bevolking en het enige wat Turks is, is de döner in het bakje.