Eten is een behoefte die we dagelijks moeten vervullen om optimaal te kunnen functioneren. Alleen is deze behoefte niet voor iedereen even makkelijk te voldoen. Vooral niet voor mensen met de eetstoornis ARFID. Dit staat voor Avoidant Restrictive Food Intake Disorder. Ruim 3% van alle Nederlands lijdt aan deze eetstoornis. Sandra Mulkens is bijzonder hoogleraar voedings- en eetstoornissen en doet momenteel veel onderzoek naar ARFID.

Wat is ARFID nou eigenlijk? “Mensen met ARFID eten ofwel heel weinig en of heel selectief. Dit hangt samen met een tekort aan voedingstoffen of afvallen of te laag gewicht. Ze kunnen ook overgewicht hebben maar dan hebben ze vaak ook een tekort aan gezonde voedingstoffen. Daarnaast is er ook een sociaal aspect dat een grote rol speelt bij mensen met ARFID. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld nergens meer kan eten en dat je altijd je eigen eten meeneemt”, vertelt Sandra Mulkens.

ARFID is onder te verdelen in drie subtypes. Het eerste subtype is een hypergevoelige mond. Hierbij vind je het moeilijk om bepaald voedsel in je mond te houden omdat de structuur niet fijn voelt in de mond. Het tweede subtype heeft bepaalde angstgevoelens. Zo kan het zijn dat je bang bent om in eten te stikken of dat je moet overgeven. Het derde type heeft gebrek aan interesse voor eten. Zo vergeet je om te eten of heb je er juist helemaal geen zin in.

Pas sinds 2013 is de officiële diagnose voor ARFID opgenomen in het psychiatrisch handboek. “Hiervoor was ARFID wel ook al aanwezig”, legt Sandra Mulkens uit, “maar toen was het een stoornis die alleen bij kinderen voor kon komen. Toen moest je de diagnose voor het zesde jaar stellen. Door de jaren heen is gebleken dat ook volwassenen dit probleem kunnen opnemen. Dus we hebben ARFID hernoemd en de criteria een beetje aangepast. Dat is dus het enige nieuwe aan ARFID.”

Gelukkig is er wel een behandeling voor mensen met ARFID, namelijk cognitieve gedragstherapie. Dat zijn technieken waarbij je jezelf blootgesteld aan eten onder begeleiding. Samen zal je kijken of jouw gedachtes over het voedsel eigenlijk wel kloppen. Er zijn geen concrete cijfers over hoe effectief de behandelingen zijn, maar er zijn wel al succesvolle behandelingen geweest. Bijvoorbeeld het meisje Rowena wie meerdere keren in het nieuws is geweest. Zij is nu genezen. Een goede hoop dus, voor de 3% Nederlanders die aan deze eetstoornis lijden.