Uit onderzoek van seniorenorganisatie KBO-PCOB blijkt dat 61% van de ouderen in een krimpgebied last ervaart van de bereikbaarheid van openbare voorzieningen. Zo verdwijnen er in streken als Zeeuws-Vlaanderen en Noordoost Friesland steeds meer winkels en bushaltes ten gevolge van de bevolkingskrimp.

Persvoorlichter Sven Stijnman vertelt: ‘Of mensen het ervaren als een probleem, hangt voor een groot deel af van de mobiliteit. Sommige inwoners van een krimpgebied hebben een auto en vinden het niet erg om een stukje naar de supermarkt te rijden. Maar wanneer mensen daartoe om wat voor reden dan ook niet in staat zijn, bijvoorbeeld omdat ze ziek worden of hun rijbewijs kwijtraken, wordt het problematisch.’

Om deze mensen te helpen, rijdt er op sommige plekken in Nederland een buurtbus. Vrijwilligers houden trajecten die voor de reguliere busmaatschappij te weinig geld opleveren in stand. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Marne, een krimpregio in het Noorden van de provincie Groningen. Een achtpersoonsbuurtbus rijdt tien keer per dag op en neer tussen de plaatsen Leens en Zoutkamp. Op die manier kunnen de inwoners van de tussenliggende dorpen – die door de normale bus worden overgeslagen – toch gebruik maken van het openbaar vervoer.

Eén van de vrijwilligers van de buurtbus vertelt: ‘Ik doe het werk uit maatschappelijke betrokkenheid. Als onze buurtbus er niet zou zijn, heeft dat namelijk vervelende gevolgen: zo moeten de kinderen uit de omgeving in dat geval door hun ouders worden weggebracht.’