Het kledingstuk de hoodie staat op dit moment centraal in de tentoonstelling The Hoodie in het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Niek van der Meer medewerker bij het Nieuwe Instituut vertelt hier meer over.

Waarom  is deze tentoonstelling van belang?

Niek: “Het nieuwe instituut is een instelling voor Architectuur, design en digitale cultuur. Daarmee houdt het instituut zich bezig met het presenteren van ontwerpen van ontwerpers uit alle ontwerpdisciplines. Maar eigenlijk gaan alle projecten verder dan alleen maar kijken naar hoe iemand iets heeft vormgegeven of waarom het een aantrekkelijk object is geworden en mooi is om naar te kijken.

Het is juist belangrijk om te kijken hoe deze objecten een rol spelen in onze samenleving. En hoe ze een symbool of gereedschap zijn voor hoe mensen met elkaar omgaan. Ik denk dat de hoodie een heel mooi voorbeeld is daarvan. Want je zou er naar kunnen kijken als een ontwerpklassieker. Het is een heel herkenbaar en mooi object. Tegelijkertijd heel alledaags, er is goed over nagedacht hoe het in elkaar moest komen te zitten. Maar sinds de tijd dat het ontworpen werd, in de jaren ’30, zijn er telkens weer nieuwe betekenissen aan toegekend. Het is een kledingstuk dat telkens een nieuwe rol is gaan vervullen in allerlei subculturen. Dus de voornaamste boodschap van de tentoonstelling is niet één enkelvoudige boodschap, maar dat er juist zóveel verschillende betekenissen zitten aan iets dat zo alomtegenwoordig is en zo alledaags.”

Als bezoeker kun je niet alleen leren over de geschiedenis van de hoodie, maar ook over de verschillende betekenissen die verschillende groepen en mensen aan het kledingstuk toekennen. Samen vormen deze verhalen dus één verhaal.

Wat vindt je zelf bijzonder aan de tentoonstelling?

Niek: “Ik vind het heel bijzonder dat het een eenheid is, terwijl er heel veel verschillende dingen te zien zijn. Het is heel rijk en gevarieerd, er zijn historische stukken te zien, archiefmateriaal, digitale presentaties, kunstwerken, platenhoezen en tijdschriften. Daarnaast zijn er ook hoodies die mensen zelf hebben ingezonden als hun eigen bijdrage aan het project. Zo kunnen mensen die in het museum rondlopen aangeven wat voor soort hoodie zij missen en deze uitlenen om te gebruiken voor de tentoonstelling.”

De tentoonstelling laat ook zien hoe een kledingstuk dat een eigen betekenis kent op straat, een geheel nieuwe betekenis krijgt wanneer deze uit zijn context wordt gehaald en in museum omgeving wordt geplaatst.

Maar wordt niet elk kledingstuk bijzonder, wanneer je het uit zijn context haalt, in een museum plaatst en er een verhaal bij vertelt?

Niek: “Ik denk dat een deel van de onderwerpen die aangestipt worden met deze tentoonstelling, ook behandeld kunnen worden aan de hand van andere kledingstukken. Maar ik denk dat de omschrijving van de The Hoodie als misschien wel ‘het laatste’ politieke kledingstuk in de westerse mode heel typerend is voor juist dit kledingstuk. Ik denk dat een spijkerbroek of elk ander alledaags kledingstuk niet dezelfde gelaagdheid kent met zoveel verschillende kanten. De hoodie is ook een kledingstuk dat heel omstreden is. Zo wordt er in sommige scholen verboden een hoodie te dragen, of vragen bewakers in een gebouw de hoodie af te zetten. Ook het image dat je met een hoodie uitdraagt kan in verschillende situaties op verschillende mensen anders uitwerken. Zo kan de drager van een hoodie deze dragen voor comfort en veiligheid. Je zet je hoodie op in de bus met je oordopjes in, om je in je eigen wereld te verschuilen. Maar een ander kan dit zien als intimidatie en zich hierdoor juist onveilig voelen.”

In het interview zijn Lucas uit Australië, Sjoerd uit Nederland, Passion uit de UK en Sonja uit Servië te zien, zij vertellen wat de hoodie voor hen betekent.