Jeugdhulp in kabinet Rutte 3 heeft een hoge prioriteit. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft een actieplan opgesteld voor dak- en thuisloze jongeren. Dit plan loopt niet overal op rolletjes. Volgens een maatschappelijk medewerker worden dak- en thuisloze jongeren in Haarlem aan hun lot overgelaten. ‘Het is wachten op het eerste incident.’

Het CBS schatte in 2018 dat er ongeveer 10.700 jongeren van 18 tot 27 jaar in Nederland dak- en thuisloos waren. In 2009 was dit aantal drie keer zo laag. Het aantal dakloze jongvolwassene is dus fors gestegen.  De Tweede Kamer is afgelopen jaar met een plan gekomen. Twaalf gemeenten zijn van start gegaan met een nieuw plan om dak- en thuisloze jongeren beter te helpen. In het actieprogramma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zijn er een aantal uitgangspunten opgesteld, waar het plan voor bedoeld is. Ten eerste moet elke jongvolwassene van 18 tot 23 jaar een dak onder zijn hoofd hebben. Hiervoor moet er altijd plek zijn in opvanglocaties. Ten tweede moet er een nog sterkere preventie en nazorg komen vanuit maatschappelijke instellingen. Als laatste zet dit actieprogramma zich in om de jongvolwassenen te helpen met de financiële onderhoud. Wanneer deze jongeren hun traject hebben afgerond, zullen de maatschappelijke instellingen helpen bij het zoeken naar een nieuwe woonplek.

De gemeente Haarlem neemt ook deel aan dit plan. Kenter Jeugdhulp ondersteunt jongeren met verschillende problemen in de regio. Ook jongeren zonder een dak boven hun hoofd. In pension Spaarnezicht wordt er onderdak geboden aan jongeren tussen de 16 en 23 jaar. Wanneer de jongeren hun traject hebben afgerond, maken ze weer plaats voor andere jonge dakloze. Volgens Diede Renkema, maatschappelijk werker bij deze instelling, ligt hier het probleem. ‘Er is simpelweg te weinig plaats voor alle dakloze jongeren in de regio.’

In het collegebesluit werd duidelijk dat er op gemeentelijk niveau maatregelen worden genomen. Om te zorgen voor een snellere doorstroom in pension Spaarnezicht en huisvesting voor jongeren na het traject, worden hotelkamers ingeschakeld. Dakloze jongeren worden na hun traject geplaatst in hotelkamers onder toezicht van maatschappelijk werk. Zo wil de gemeente zorgen dat dakloze jongeren na hun traject niet op straat belanden, wanneer er geen woningen beschikbaar zijn. Volgens Renkema schiet de gemeente zijn doel op deze manier voorbij.

‘Het doel is om de wachtrijen bij Spaarnegezicht sneller te laten verlopen en genoeg zorg te verlenen,’ stelt ze. ‘Door dakloze jongeren te huisvesten in afgehuurde hotels is niet de manier. ’Het is volgens haar totaal niet duidelijk hoeveel begeleiders er zijn, of er ’s nachts begeleiding is en of het voor sommige jongeren wel handig is om in een hotelkamer te zitten. Twee belangrijke oorzaken voor het tekort aan hulp en toezicht is de hoge werkdruk en een tekort aan personeel. ‘Het is voor ons onmogelijk om de hoeveelheid aandacht te geven aan de jongeren dat van ons verwacht wordt.’ Uit cijfers van Sociaal Werkend Nederland, blijkt dat in ons land 44.000 mensen werkzaam zijn in de jeugdzorg en slechts 2000 jongerenwerkers zijn. Daarnaast doet de Renkema nog een onthulling. ‘Door deze problemen binnen het maatschappelijk werk, verwacht ik dat de jongeren in de hotelkamers aan hun lot worden overgelaten.’

De gemeente Haarlem heeft in 2019 besloten om mee te werken aan het nieuw plan om dak- en thuisloze jongeren beter te helpen. Het streven is dat in 2021 geen enkele jongere langer dan drie maanden in een opvang of op straat hoeft door te brengen. Met het huren van hotelkamers probeert de gemeente op hun eigen manier dit probleem aan te pakken. Echter komt de geestelijke gesteldheid en het toezicht op de jongeren volgens Renkema hierdoor wel in het geding. Bianca Galesloot, woordvoerder van wethouder Botter, begrijpt Renkema haar zorgen, maar verwacht dat het plan uiteindelijk goed zal uitpakken. ‘De verwachting is dat er een speciaal team wordt ingezet voor de jongeren die verblijven op de hotelkamers,’ stelt ze. ‘Iedere jongeren krijgt een persoonlijke coach die hem of haar begeleid richting passende huisvesting, specialistische hulpverlening en een dagbesteding in de vorm van school of werk.’ Op de vraag of het tekort aan personeel en de hoge werkdruk geen invloed zal hebben op het hotel net als op de andere jongeren opvang, heeft de gemeente geen antwoord op.

Renkema hoopt dat het plan van de gemeente gaat werken, maar verwacht dat er een gelijksoortige situatie gaat ontstaan als de andere opvangplek. ‘De belangrijkste oplossing is het meer beschikbaar stellen van geld om het zo aantrekkelijker te maken om te werken binnen deze sector’, oppert ze. ‘Maar dit is iets wat beslist moet worden in Den-Haag.