In Amsterdam-Zuidoost is het eerste Nederlandse multiculturele uitvaartcentrum geopend. Families kunnen bij Yarden geheel naar eigen wens en invulling rouwen om hun dierbare, ongeacht religie of cultuur.

Nederland is slechts een klein plekje op de wereldkaart, maar qua diversiteit zijn we redelijk groot. Volgens rapport van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) blijkt dat op 1 januari 2020, 24,3 procent van de Nederlandse bevolking uit mensen met een migratieachtergrond bestaat. Hieronder vallen zowel de mensen die in een ander land geboren zijn, als de mensen die in Nederland geboren zijn maar waarvan tenminste een van de ouders immigrant was. Het is dus veilig om te zeggen dat Nederland een multicultureel land is.

Al die verschillende culturen brengen naast normen en waarden ook rituelen met zich mee. Verschillende culturen rouwen op verschillende manieren. Zo is het bij een Surinaams afscheid gebruikelijk om veel te zingen en te dansen, iets wat bij een Nederlands afscheid minder snel zou gebeuren.

Darlene Dors (29) is geboren in Nederland maar haar ouders komen uit Suriname en heeft dus ook een Surinaamse opvoeding gehad. Zij weet ook veel over de traditionele Surinaamse rituelen bij een afscheid. “Tijdens het afscheid dragen de vrouwen een witte hoofddoek, als teken van rouw. Aan het begin van de dienst mag de directe familie bij de overleden zijn, die in een kamer ligt met een wit doek over het lichaam. Vervolgens wordt je eigen hand op het hoofd van de overledene gelegd en wordt een stuk doek voor jou afgescheurd. Dit noem je prati passi, het komt er op neer dat de wegen tussen jou en de overledene scheiden. In de avond vindt de singi neti plaats, de zangavond. Hier worden Christelijke liederen, troostu singi, gezongen.” Dors vindt het belangrijk dat dit soort mogelijkheden er zijn: “Ik ben hier mee opgegroeid en ik vind het mooi. Ik vind het belangrijk dat ik later zelf op deze wijze naar mijn laatste rustplaats gebracht kan worden.”

Een Islamitische uitvaart heeft weer andere gewoontes. De overledene wordt ritueel gewassen, door iemand van het eigen geslacht. Na de wassing wordt de overledene besprenkeld met rozenolie en daarna gewikkeld in een katoenen witte doek, kafan. Tijdens de wassing worden er ook zogenaamde dua’s gezegd. Na het wassen wordt het dodengebed, ook wel Salat al djanazah, verricht. Vervolgens wordt de overledene begraven, een moslim wordt namelijk nooit gecremeerd.

Othman Azizi (23) is in Nederland geboren maar is van Marokkaanse komaf. Voor hem is het culturele aspect niet het belangrijkst. “Bij het afscheid moet de overledene centraal staan en daarbij kunnen persoonlijke wensen in strijd zijn met de culturele wijze. In dat geval is het voor mij evident dat de persoonlijke wensen een hogere prioriteit genieten.”

De opening van het centrum heeft een aantal jaar geduurd, omdat Yarden aandachtig de wensen van de buurtbewoners heeft meegerekend. Mala Angna, locatiemanager Yarden Amsterdam-Zuidoost, vertelt met trots over de opening van het centrum. “Je ziet dat je voldoet in een behoefte. We hebben veel mooie reacties gehad, wat voor ons bewijs is dat we goed zitten en op deze weg verder kunnen.”

Een voorbeeld van deze behoeften zijn de extra grote toiletten voor de bezoekers met bepaalde klederdracht, waarbij het lastig is om te bewegen in kleinere toiletten. “Toen we aan de mensen vroegen wat ze nodig hadden, kwam er naar voren dat kleine toiletten in combinatie met bepaalde klederdracht er voor zorgde dat men zich moeilijk om kon draaien. Dit hebben wij opgepakt en ruime toiletten gebouwd”, aldus Angna.

Het uitvaartcentrum heeft een vrij simpele inrichting maar de familie mag het naar eigen wens inrichten. “De families geven op hun eigen manier invulling aan de kamer of aula. Als je bijvoorbeeld van Eritrese afkomst bent en bepaalde dingen aan de muur wilt hangen, is dat mogelijk. Of als je de 24-uurs kamer wilt gebruiken en hier wilt blijven eten dan kun je hier zelf koken, zodat je niet naar huis hoeft. Als je van Islamitische afkomst bent, en hier bezig bent met het rouwen van een dierbare, hoef je niet naar huis voor het gebed want wij hebben hier matjes.”

Verslaggeefster Maxime Miedema gaat in gesprek met locatiemanager Mala Angna over het nut en de waarde van een multicultureel uitvaartcentrum.