Minister Van Engelshoven van Cultuur stemt niet in met de wens om 20 miljoen extra geld uit te trekken voor hogere en gelijkere lonen binnen de cultuursector. Dit omdat er volgens de minister simpelweg geen geld voor is. In juni 2019 vroeg de Tweede Kamer de minister om een onderzoek in te stellen naar de lonen in de sector.  Wat merkt de danssector van alle bezuinigingen?

Uit het onderzoek ‘Gevolgen van de toepassing van de Fair Practice Code’ van de minister, blijkt dat de kosten van het invoeren van loon naar werk ongeveer 20 miljoen euro zal gaan kosten. Veel mensen binnen de culturele sector werken structureel veel meer dan dat ze betaald krijgen. Dit is vooral merkbaar bij de kleinere instellingen, gezelschappen en orkesten. Ook is in het onderzoek berekend dat er jaarlijks veel minder weg uitvoeringen zullen plaatsvinden wanneer er geen extra geld beschikbaar komt. 

Tijdens de presentatie van het onderzoek aan de Tweede Kamer werd er met onvrede gereageerd vanuit de linkse oppositie.  Frist Bolkesteijn, oud VVD-leider in 2010, noemde kunst zelfs een ‘linkse hobby.’  Volgens GroenLinks Kamerleden is het onbegrijpelijk dat er geen geld beschikbaar wordt gesteld, omdat er wel wordt verwacht dat de hoge kwaliteit van de Nederlandse kunst en cultuur gewaarborgd wordt. Ook PvdA-frontman Lodewijk Asscher vind het zeer bedroevend dat keer op keer gekorte cultuursector niet eens een keer tegemoet wordt gekomen.

De danssector heeft het al jaren zwaar te verduren. Sinds de kabinetten Rutte is er veel bezuinigt op deze sector. Dit bereikte zijn hoogtepunt in kabinet Rutte 1, met de gedoogsteun van de PVV.  De partij van Geert Wilders wilde toen en nog steeds dat er zo min mogelijk geld gaat naar kunst en cultuur. Zo zijn er van verschillende gerenoveerde dansgezelschappen, zoals productiehuis Korzo en het Holland Dance Festival, subsidie ontnomen.. Dit onder leiding van oud VVD-politicus Halbe Zijlstra. Wel zijn er in Nederland verschillende grote, middelgrote en kleine dansgezelschappen die nog wel voort kunnen bestaan door subsidiegeld. Het Nationaal Ballet, met een jaarlijkse subsidie inkomen van 7.071.483 euro, is de grootste afname. Daarna volgt Het Nederlands Dans Theater met een subsidie van 6.606.280 euro.

Pauline du Bois, danseres en docent aan  de internationale kunstvakhogeschool Codarts in Rotterdam ziet dat het steeds moeilijker wordt gemaakt voor dansers om rond te komen, maar toch blijft ze werkzaam binnen de sector. ‘Het is een voorrecht om van je hobby je beroep te maken,’ stelt ze. ‘Daarnaast is het ook moeilijk om als danseres opeens een ander beroep te moeten gaan beoefenen’ Ze vindt het onterecht dat er met minachting wordt gekeken naar het beroep dans. Volgens haar is dit terug te zien in de loonverdeling tussen verschillende kunsten binnen de sector. ‘Het is voor een dirigent van een nationaal orkest mogelijk om zijn leven lang te werken, dit is voor dansers niet het geval,’ stelt ze. ‘Wanneer wij de veertig hebben bereikt kunnen onze lichamen het niet meer aan of worden we vervangen door jongere danseressen.’ Daarom pleit Du Bois voor hogere lonen voor dansers, omdat ze na hun loopbaan in financiële problemen kunnen komen.

Sommige dansers maken de keuze om met hun talent de commerciële weg in te gaan. Zo ook Bianca van Wooning. Ze was vroeger danseres, maar doordat het zo lastig is om rond te komen als danseres is ze nu eigenaar van de dansschool Lydia’s Dance Centre. ‘In de jaren 80 en 90 kon het geld niet op voor kunst en cultuur, maar tijden zijn veranderd,’ stelt ze. ‘Er was veel geld beschikbaar voor en de opdrachten kwamen aan de lopende band.’ Echter, hebben danseressen ook niet het eeuwige leven en moet er geanticipeerd worden wanneer het lichaam dit niet meer toelaat. ‘Door het oprichten van een dansschool ben je niet meer afhankelijk van schommelende subsidies vanuit het rijk.