Waar het Griekse eiland Lesbos vroeger vooral aan vakantie deed denken, doet het dat tegenwoordig zeker niet: het eiland is hét podium voor de vluchtelingencrisis. De 80.000 Grieken leven in de buurt van twee grote vluchtelingenkampen; Moria en Kara Tepe. De sfeer in Kara Tepe is goed, het is meer een ‘village’ dan een kamp. Dit houdt in dat er goede voorzieningen zijn en het kamp beveiligd wordt. 

Deze beveiliging is er niet alleen voor gevaren van binnen. De Griekse bevolking kwam namelijk begin deze maand in opstand tegen het plaatselijke bestuur, regering en Europa. Zij voelen zich compleet in de steek gelaten. De duur van deze situatie, maakt het voor veel van de inwoners van Lesbos inmiddels ondraaglijk. Het draagvlak dat er eerst nog bij veel Grieken was, is door de uitzichtloosheid vervangen met frustraties.

De situatie is inmiddels zo grimmig geworden dat verschillende hulporganisaties hebben besloten om zich terug te trekken. De organisaties willen niet dan hulpverleners aangevallen worden. Dit is tot nu toe nog niet gebeurd. Wel zijn er gevechten geweest tussen Grieken en politie en is er daarbij veel vernield in de dorpen. Ook zijn er beelden te vinden van Grieken die aanspoelende boten terug het water in duwen, om zo de vluchtelingen buiten te houden.

De EU maakt ruim 600 miljard vrij om de crisis aan te pakken, maar er zijn twijfels of dit gaat werken. Het geld kan voor betere voorzieningen zorgen, maar het geeft de Grieken niet hun rustige leven terug. Dit leven staat sowieso al zwaar onder druk. Zo’n tweederde van de inwoners van Lesbos leeft onder de armoedegrens van 6200 euro. Inkomens worden met name gehaald uit olijven, wijn, vis en toerisme. Met het coronavirus lijkt dat laatste geen optie meer. 

Isalinde Glerum (20) uit Utrecht, is vorig jaar nog op het eiland geweest om zelf vluchtelingenwerk te doen. In dit interview kan je horen hoe de spanningen daar vorig jaar waren.