Investeren in het onderwijs is investeren in de toekomst

Investeren in het onderwijs is investeren in de toekomst

Met de verkiezingen in aantocht was het op 1 maart tijd voor de doorrekeningen van de partijprogramma’s. Uit de doorrekening wordt duidelijk hoe haalbaar de plannen van alle partijen zijn en wat het effect daarvan is op de economie. Ondanks dat het niet verplicht is om mee te doen, deden tien partijen mee. Onderwijs is een populair onderwerp voor alle partijen om flink in te investeren. Deze investering zorgt natuurlijk ook voor een toename van de overheidsuitgaven, waardoor de staatsschuld zal stijgen. Maar hoe gaat dit zich ontwikkelen?

Aan het onderwijs wordt nu al 41,9 miljard uitgegeven in 2021. GroenLinks, de PvdA en D66 willen het meeste geld uitgeven aan onderwijs. De voorstellen (waar dit geld in geïnvesteerd moet worden) zijn onder andere het startkapitaal van 10.000 euro voor achttienjarigen, een basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs, compensatie van het studievoorschotstelsel, kleinere klassen en het gelijktrekken van de salarissen in het primair onderwijs. Er wordt uitgegaan van snel economisch herstel komende kabinetsperiode. Dit betekent dat alle investeringen die nu gedaan worden, ervoor zullen zorgen dat we er economisch gezien op vooruitgaan.

Vrijwel alle partijen schuiven de financiële lasten door naar toekomstige generaties. Het CPB voorspelt dat na 2060 het netto overheidsprofijt af zal nemen. Dit betekent dat de bevolking dan meer betaalt dan ze ontvangt. Deze voorspelling neemt echter niet in acht wat de economische voordelen zijn van investeren in het onderwijs. Het Onderwijs is een vitale sector, de werkdruk is hoog, er is weinig waardering en een lerarentekort. Dit maakt de opleiding niet aantrekkelijk voor studenten. Leraren krijgen niet de tijd en ruimte om persoonlijke aandacht te geven aan leerlingen die dit nodig hebben of merken het soms niet eens op in grote klassen.

Jill Bussemaker (22), docent in opleiding: “Je merkt nu al dat er achterstanden zijn. Ik schrok laatst van derdeklassers die niet wisten wat een terras was. Het gaat een klap zijn als iedereen weer normaal naar school kan. Ik vraag me af hoe ze hier in godsnaam van gaan herstellen.” Het is daarom broodnodig om te investeren in het onderwijs. Accountant Wil Flikweert geeft aan dat Nederland prima kan hertstellen van een hogere staatsschuld. Een gezonde staatsschuld heeft een maximum van 60% van het bbp, daar zitten we nu al overheen met 72%. De overheid moet niet onnodig geld uitgeven, maar zal ook wel slim moeten investeren. De economische groei moet gestimuleerd blijven worden, anders gaat de rente omhoog. “Stel we financieren die schuld tot 100% van het bbp en de rente is aan het stijgen. We rekenen nu met nul, maar stel dat het naar vijf procent gaat, reken maar uit wat de rentelasten worden.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *