Campagne verschoof naar sociale media, maar zonder aandacht in reguliere pers kom je er niet

Campagne verschoof naar sociale media, maar zonder aandacht in reguliere pers kom je er niet

Door de coronacrisis konden partijen deze Tweede Kamerverkiezingen nauwelijks de straat op. Meer dan anders verschoof de campagne daardoor naar social media. De gesprekken met kiezers vonden niet meer plaats op straat, maar in ‘Q&A’s’ op Instagram en in livestreams op YouTube.

Waar de grotere partijen nog genoeg zichtbaar waren in de reguliere media, was dat voor de kleinere en met name nieuwe partijen minder vanzelfsprekend. Voor deze partijen was het dus nog eens extra belangrijk om op andere manieren zichtbaar te zijn. De Europese partij Volt gebruikte daarvoor de kennis die ze opdeden bij eerdere verkiezingen elders in Europa.

“We hebben gekeken naar de andere verkiezingen waar we al eerder meededen, bijvoorbeeld in Duitsland en Italië en voor het Europees Parlement. We keken naar de mensen die op ons stemden en zagen dat dat met name 18 tot 35-jarigen waren, wonend in grote steden. Daar wilden we bij het overbrengen van onze campagneboodschap op focussen”, vertelt campagneleider Itay Garmy.

Social vs. reguliere media

Op die groep 18 tot 35-jarigen werden de pijlen dan ook vooral gericht op social media. En met succes, de partij komt waarschijnlijk met drie zetels de Tweede Kamer in. Maar met alleen een succesvolle campagne op social media kom je er niet volgens Garmy. “Het versterkt elkaar natuurlijk, maar ik vind het lastig om te zeggen wat dan eerst komt. Als je meer aandacht krijgt op social media dan zal je op een gegeven moment ook meer aandacht krijgen in de normale media. Het werkt vice versa.”

Volt zag haar volgers dan ook toenemen toen ze meer in de reguliere media terugkwamen. “Meer mensen leren je kennen, dus meer mensen weten je dan ook te vinden.”

Patat of friet

Een andere opvallende ontwikkeling deze campagne waren de vele filmpjes die ‘de mens’ achter de politicus moesten laten zien. Vooral het nieuwe en populaire platform TikTok was daarvoor erg populair. Volgens politicoloog Gijs Schumacher van de Universiteit van Amsterdam is dit echter een trend die al veel langer bestaat. Schumacher doet onderzoek naar de rol van emotie in de politiek. “In 2001 had de PvdA een enorm grijze lijsttrekker: Ad Melkert. Die ging dan een olijfbrood bakken op tv. En zo bestaan er nog veel meer voorbeelden van pogingen om politici een vriendelijker en wat aaibaarder profiel te geven. Dat bestaat al veel langer.”

GroenLinks stapte na de groei van TikTok eind vorig jaar als eerste partij in op het platform. Ze werden toen nog uitgelachen, maar deze verkiezingen haakten meer partijen aan. Het leverde de TikTokkende politici gezamenlijk een miljoenenpubliek op, maar niet bepaald hele inhoudelijke filmpjes. Joost Eerdmans van JA21 kreeg de keuze ‘patat of friet’ voorgelegd en Jesse Klaver vertelde over kaal worden, zijn ‘worst nightmare’. Of de reeks aan filmpjes vanuit het VVD-kamp, veelal met Mark Rutte in de hoofdrol. ‘Zitten de veters van Mark Rutte los?’ of ‘lust Mark Rutte ananas op pizza.’ Het zijn een greep uit de voorbeelden die soms wel honderdduizenden keren bekeken werden.

Erg geinig allemaal, maar volgens Schumacher is het nog maar de vraag of zo’n filmpje ook stemmen oplevert. Volgens hem werkt deze tactiek hooguit voor mensen die al enige binding hebben met een bepaalde politicus. “Als mensen al een slecht gevoel bij bijvoorbeeld Jesse Klaver hebben, dan komt dat persoonlijke verhaal ook niet over. Dat creëert zelfs misschien alleen maar negatieve kritieken. Het gaat er heel erg om of mensen open staan om mee te gaan in het verhaal van die politicus. Als dat niet zo is, dan gaat het ook niet werken.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *