Donald Ducks verblijf in Nederland

Donald Ducks verblijf in Nederland

Donald Duck, de welbekende pechvogel in een matrozenpak. Sinds 1952 kunnen Nederlandse Duck fans genieten van zijn avonturen in het Donald Duck weekblad. Vandaag is Donald 87 geworden en dat vieren we door stil te staan bij de geschiedenis van het weekblad. Pascalle Bouman is stagiaire bij de redactie van Donald Duck in Nederland en vertelt ons vandaag meer over hoe ze in Duckstad meegaan met de tijd en wat er allemaal veranderd is. Beluister het interview hieronder.

Nu we iets meer weten over wat er veranderd is aan het blad, nemen we een kijkje in de geschiedenis. Want hoe is Donald in Nederland gekomen? Het allereerste Donald Duck-tijdschrift werd in 1948 in Noorwegen uitgegeven. Hier in Nederland was Donald in de jaren vijftig alleen op het witte doek te zien. Zo nu en dan verscheen hij ook in de krantenstrips van Mickey Mouse. In deze strips werd hij echter Woerd Snater genoemd. Donald Duck klonk destijds té Amerikaans. In 1950 werden er drie ‘Donald Duck’ boekjes op de markt gebracht door Uitgeverij Mulder en Zoon. Deze boekjes waren nog in zwart-wit. In 1951 ging uitgeverij De Geïllustreerde Pers in Amsterdam aan de slag met een Nederlands Donald Duck weekblad.

De eerste nummers

De Geïllustreerde Pers gaf ook het weekblad Margriet uit, hierin konden ze reclame maken voor het nieuwe jeugdblad. Maar het begon pas écht op 25 oktober 1952. Toen kwam de eerste Nederlandse uitgave van het blad op de markt. Van de eerste Donald Duck werden 2.500.000 exemplaren gedrukt en gratis thuisbezorgd om kennis te maken. Omdat kinderen destijds alleen lazen wat hun moeder had goedgekeurd, was damesblad Margriet een betrouwbare afzender. De eerste jaren werd de Donald Duck daarom op de redactie van Margriet samengesteld. Het logo van de Donald Duck werd hierdoor jarenlang versierd met margrietjes.

In het eerste nummer maakte de lezer kennis met de pechvogel: Donald. In het tweede nummer maken we kennis met Katrien en Guus Geluk en in het zesde nummer duikt Dagobert Duck ook eindelijk op. Hij werd aangekondigd als Donalds “rijke oom uit Amerika”. In totaal werden er tien nummers uitgebracht in 1952.

Nederlandse producties 

Wie dacht dat het weekblad alleen gevuld wordt met Amerikaanse strips, heeft het mis. In de eerste jaren was dit wel het geval, maar sindsdien is dat veranderd. Verhalen die al in de Amerikaanse Walt Disney’s Comics and Stories waren gepubliceerd, werden ingekocht en vertaald. In Amerika werden de verhalen getekend door Carl Barks, maar in 1953 kreeg de Donald Duck een Nederlands tintje dankzij Endre Lukàcs. Dit deed hij door bijvoorbeeld typische Amsterdamse huizen te tekenen. Hij tekende de voorplaten en later ook Donald Duck- en Boze Wolf-verhalen. Lukàcs heeft tot het begin van het jaren zestig het merendeel van de voorplaten gemaakt die het typische gezicht van de jaren vijftig Donald Duck werden.

Personages als Zilverslang, Hiawatha en de grote Boze Wold waren in de Verenigde Staten slechts tijdelijk populair. In Nederland werden ze echter ontzettend populair. Na een aantal jaren waren ze door alle Amerikaanse verhalen met deze personages heen. Nederlandse schrijvers en tekenaars gingen daarom aan de slag met nieuwe verhalen. Vooral in de jaren zestig werden veel verhalen getekend met Hiawatha en de grote Boze Wolf. In de Donald Duck hebben ook figuren gestaan die niet door Disney zijn bedacht, maar van eigen Nederlandse bodem kwamen. Misschien ken je Douwe Dabbert wel, een dwerg die spannende avonturen beleefde. Hij werd bedacht door Thom Roep en getekend door Piet Wijn.

Rond het begin van de jaren zeventig komt de eigen productie pas goed op gang en verschijnt het eerste nummer van de Duckstadkrant. In de Duckstadkrant vind je het laatste nieuws, advertenties en roddels. In de eerste exemplaren stond er wereldnieuws in, maar tegenwoordig beperken ze zich tot nieuws uit Duckstad. De Duckstadkrant is vandaag de dag ook te volgen op Twitter. In de jaren tachtig en negentig worden zelfs Spaanse en Braziliaanse tekenstudio’s gebruikt om Nederlandse verhalen te tekenen. Maar hoe kun je zien of het een origineel Nederlands verhaal is? Tegenwoordig bestaat het weekblad voornamelijk uit Nederlandse, Deense en oude Amerikaanse verhalen. Je kunt de landen herkennen aan de code op het allereerste plaatje van een verhaal. Een code die begint met een H, betekend dat het verhaal in Nederland is gemaakt.

Modernisering in Duckstad

De Duckstadkrant is tegenwoordig dus ook op Twitter te vinden, net als diverse personages uit Duckstad. In het weekblad wordt ook wel eens verwezen naar Twitter, al heet het in Duckstad ‘Twithit’. Ook Instagram heet anders, er wordt dan verwezen naar ‘Instagrap’. Op Instagram worden de ‘Instagrappen’ geplaatst. Het zijn uitspraken met een tekening erbij. Denk aan: ‘Gratis de krant lezen’ en dan een tekening van Dagobert die stiekem meeleest over de schouder van een ander. Op de Donald Duck site is ook ‘Bladzijde 45’ te vinden. Dit is een extra stripbladzijde bij het blad omdat de Donald Duck 44 bladzijden heeft. Deze week staat Bladzijde 45 uiteraard in het teken van Oom Donalds verjaardag. Want Donald moet deze week trakteren. Op de site zijn ook ‘swipestrips’ te vinden. Dit zijn korte stripjes waar je doorheen kunt swipen. Zoals in het interview met Pascalle ook is te horen, gaat de Donald Duck dus mee met zijn tijd. Niet alleen met de socials, maar ook in de verhalen. Zo heeft Donald een mobieltje en wordt bij oude verhalen beoordeeld of ze nog van deze tijd zijn of aangepast moeten worden.

Kortom, de Donald Duck heeft een rijke geschiedenis. De Nederlandse Donald gaat zo veel mogelijk mee met de tijd en heeft al veel veranderingen meegemaakt. Hij verdient op zijn 87e verjaardag wel een stukje taart.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *