Sinds 2011 is Syrië het toneel van een burgeroorlog. Het conflict heeft al meer dan een half miljoen doden geëist. Daarnaast sloegen miljoenen inwoners op de vlucht. Dit najaar is het vijf jaar geleden dat Nederland te maken kreeg met onverwachts veel Syrische vluchtelingen. Reden voor het Amsterdamse debatcentrum de Rode Hoed om te onderzoeken hoe het inmiddels met de veiligheid in Syrië is gesteld.

Onder de aanwezigen is Luke Korlaar. Hij werkt bij UNHCR, een vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Volgens hem hebben de inwoners van Syrië geen toegang tot onderwijs, drinkwater of gezondheidszorg. De fysieke veiligheid is wat hem betreft dus niet in orde: ‘Het is erg speculeren hoe zich dat in de toekomst gaat ontwikkelen. Bovendien kunnen we moeilijk inschatten hoe mensen die teruggaan worden ontvangen: kunnen ze hun leven weer oppakken, of worden ze gearresteerd?’

Eén van de andere sprekers is Nour Fattouh, zij is directeur van een stichting voor Syrische Vrouwen en vluchtte ooit zelf naar Nederland. De mensen in Syrië zitten volgens haar in een enorm moeilijke situatie. Toch is ze niet alle hoop verloren: ‘Ik hoop dat Syrië ooit weer opnieuw kan worden opgebouwd. Dat is in Nederland na de Tweede Wereldoorlog ook gebeurd: Rotterdam was helemaal platgebombardeerd, maar is nu een van de meest geweldige steden ter wereld.’ Zelf zou ze niet willen terugkeren, ook niet als het land ooit weer een veilige plek wordt: ‘Ik heb in Nederland een nieuwe toekomst opgebouwd. Als ik nu naar Syrië zou vertrekken, dan zou ik voor een tweede keer opnieuw moeten beginnen. Dat wil ik niet.’