Mensen uit oorlogsgebieden met psychische problemen krijgen vaak niet de hulp die ze wel nodig hebben, laat het Rode Kruis weten. Het gaat hier om miljoenen mensen. Hulporganisaties slaan sinds vorige week alarm en zij willen dat deze geestelijke hulp onderdeel wordt van acute noodhulp. Wanneer deze hulp niet komt, houden veel inwoners van deze crisisgebieden hier vaak langdurige psychologische problemen aan over.

Het Rode Kruis laat op basis van hun ervaring weten dat de kans op het krijgen psychische problemen bij mensen die leven in een crisisgebied drie keer zo groot is als bij anderen. Maar de mensen die hier deze geestelijke hulp nodig hebben krijgen dit ruim driekwart van de tijd niet.

Wanneer de slachtoffers van de psychologische problemen geen hulp krijgen kan dit grote gevolgen hebben. Wanneer ze de hulp niet op tijd krijgen kan dit zorgen voor ernstige psychische problemen op lange termijn. Verder kan het leiden tot zelfdoding. Per jaar overlijden er 800.000 mensen hieraan. Dit is een persoon per 40 seconde. Een kleine 80 procent hiervan zijn mensen die leven in landen met conflict- en rampgebieden. In deze gebieden ligt het aantal psychosociale hulpverleners erg laag. Dit zijn er nog geen 2 per 100.000 inwoners. Terwijl dit juist onmisbaar is tijdens een crisis.

Hulporganisaties vinden dat dit anders moet. Zij vinden dat er te weinig aandacht is voor de psychologische gevolgen van een crisis. Daarom willen ze zorgen dat de geestelijke hulp onderdeel wordt van de acute noodhulp.

Ook Adam Hlal vindt dit belangrijk. Hij komt uit Syrië, maar is vanwege de oorlog in 2015 naar Nederland gevlucht. Door zijn ervaringen heeft hij PTSS opgelopen, een posttraumatische stress stoornis. In Nederland heeft hij psychologische hulp gekregen, maar hij vindt dat dit ook in Syrië mogelijk moet worden.