Je kent ze wel: de topsporters die hun leven wijden aan sporten, voeding en gezondheid. Toch heeft die levensstijl ook een keerzijde. Uit onderzoek is gebleken dat 20% van de vrouwen en 8% van de mannen in de topsport een eetstoornis ontwikkelt. Isabelle Plasmeijer, ervaringsdeskundige en oprichter van ISA Power, legt uit hoe dat kan.

Dat een eetstoornis moeilijk te detecteren is, stelt ook Karin de Bruin (één van de vijf winnaars van de Nationale Sportinnovator Prijs 2018 met Body Project NL. Een training die het probleem van eetstoornissen bij sporters moet voorkomen). ‘‘Het wordt onderschat. Ik heb cliënten gehad die hulp bij instellingen werd geweigerd omdat ze wel een gezond BMI hadden. Die sporters hebben dan wel veel spiermassa, maar vrijwel geen vet.’’ Ook de sportcultuur werkt eerder tegen dan mee, volgens De Bruin. ‘’Het is sporters-eigen om geen zwakte te tonen. Ze doen zich sterker voor. Dat wordt in stand gehouden door mythes in de sport. Een vechtsporter die drie dagen voor de wedstrijd leefde op 1 schijfje kiwi en mega snel afvalt. Die wordt dan gezien als held, die veel over heeft voor zijn sport”, zegt de Bruin tegen Amsterdam Institute of Sport Science.

NOC*NSF
De sportorganisatie NOC*NSF, die als doel heeft om (top)sport in Nederland te bevorderen, geeft advies op hun site. ”Iedereen rondom de sporter kan een signaalfunctie vervullen”, schrijven ze. ”Ouders, coach, arts, diëtist, psycholoog of fysiotherapeut, maar ook teamgenoten kunnen signalen oppikken die mogelijk wijzen op een (naderende) eetstoornis. In het geval van signalering is het belangrijk dat de medische begeleiders rondom de sporter op de hoogte worden gesteld zodat zij in actie kunnen komen. Afhankelijk van de samenstelling van de begeleidingsstaf, maar natuurlijk ook van de band die er met de sporter is opgebouwd, kan het signaal worden neergelegd bij de sportarts, de sportdiëtist of de sportpsycholoog. Zij zullen met elkaar het vervolgtraject bepalen.”