De coronacrisis heeft de wereld op haar kop gezet. Waar overal om ons heen klaagzangen luiden is er in ieder geval één groep die een positief geluid laat horen. Zij, de chronisch zieke Nederlanders die hulp behoeven en 31% van onze bevolking vormen, kunnen nu actief deelnemen aan het nieuwe dagelijkse leven.

Nederland telt 9,9 miljoen inwoners met één of meer chronische ziekten, dat is 58% van de bevolking. Hieronder vallen ziekten als reuma en MS, maar ook astma. 31% van deze groep krijgt daar ondersteuning voor. Martine Melein heeft sarcoïdose en valt daarmee onder de groep die hulp behoeft. Een percentage dat volgens het RIVM in 2030 zal stijgen naar 40%.

Het dagelijks leven dat wij kennen is voor deze groep Nederlanders soms lastig bij te benen. Dat is ook zo voor Martine. Ze heeft Sarcoïdose, een multi-systeemaandoening die zorgt voor ontstekingen in alle organen. Vooral de longen zijn hierbij een bekend slachtoffer.
Het zorgt ervoor dat ze maar op 50% kan functioneren. In een goede periode, zoals nu, kan zij daardoor wekelijks maar 16 uur van haar 32 uur-contract werken. Haar dagen zijn korter en 2 dagen per week werkt zij thuis. Tijdens deze dagen is het contact met haar collega’s vele male minder. Ook blijft er weinig energie over voor hobby’s en andere activiteiten zoals een sociaal leven, afspraken bij psychologen, fysiotherapie, ziekenhuis bezoeken of iets heel normaals als het huishuiden. Daarvoor heeft ze dan ook ondersteuning nodig.

Thuis werken, online colleges en verjaardagen via zoom zijn daarom een frisse wind voor haar. “Ik heb nu natuurlijk geen reistijd meer en ik heb met mijn collega’s heel fijn een urenverdeling kunnen maken. Verder is het leven sowieso enorm veranderd. Alles gaat nu online, mijn kerkdiensten gaan online en zelfs mijn volksdanslessen kan ik nu online op mijn zolderkamer volgen! En, dat is ontzettend fijn. Normaal heb ik daar echt niet altijd de energie meer voor.”. Maar er veranderd nog meer voor Martine “ik zie mijn collega’s ook veel meer. We appen, bellen en zoomen. Voor hen is het natuurlijk erg verveld dat thuiswerken. Maar ik spreek ze hierdoor zo veel meer”. En, dat betekent veel. “ Het betekent dat ik aangesloten blijf. Ik hoop dat we dit in de toekomst vast kunnen houden. We hebben uiteindelijk toch iedereen nodig om de samenleving te laten draaien. Het is fijn om aangesloten te blijven bij de mensen bij wie je normaal aangesloten bent, en om de dingen te kunnen doen die je voeden. Het is uiteindelijk ook veel leuker om mee te kunnen doen dan om aan de zijlijn te staan.”