Criminelen, avonturiers en weglopers, dat is waar veel mensen het Franse Vreemdelingenlegioen mee associëren, het leger bestaat voornamelijk uit mannen die strafbare feiten hebben gepleegd en nu onder een valse naam vechten voor het legioen. Maar klopt dat wel?

In 1831 wordt het Franse Vreemdelingenlegioen opgericht door de Franse koning Louis Phillip, het legioen dient als ondersteuning voor het Franse leger. Destijds bestaat het leger inderdaad uit foute mannen: criminelen, moordenaars en boeven. Mannen kunnen zelfs onder een valse naam of een nummer meevechten in het Vreemdelingenlegioen. Wie meevecht in het leger doet dit voor minstens vijf jaar en kan daarna opnieuw beginnen, met een nieuwe identiteit.

Door dit verleden heeft het Franse Vreemdelingenlegioen een slechte reputatie, “en dat is ook het probleem, als iemand verdwijnt dan zal hij wel bij ons terecht zijn gekomen”, vertelt Rende van de Kamp, voormalig legionair bij het Franse Vreemdelingenlegioen. Hij legt uit waarom het niet vanzelfsprekend is dat weglopers en criminelen zich aansluiten, “de aanmeldingseisen zijn niet heel streng, het is niet erg als je in het verleden iets hebt gedaan wat niet mag, maar er zijn wel grenzen. Als je gezocht wordt kom je er niet in.” Het Franse Vreemdelingenlegioen heeft dus minder strenge eisen dan het Nederlandse leger, maar dat betekent niet dat iedereen zomaar binnen kan lopen. Het Vreemdelingenlegioen bestaat uit bijna achtduizend legionairs en voor de poorten staat altijd een rij met mannen die zich aan willen melden, “zoveel mannen hebben ze helemaal niet nodig en er staan er altijd genoeg te wachten, dus ze kunnen selecteren.” Door de coronacrisis staat er op dit moment voor het eerst sinds de oprichting van het legioen, geen rij voor de poorten. Mannen met een strafblad zullen dus niet snel aangenomen worden in het legioen omdat zij voor problemen kunnen zorgen, “die gaan jatten, vechten en zulke problemenmakers hebben ze niet nodig.” Het kan natuurlijk wel gebeuren dat zo een problemenmaker toch door de poorten heen komt en meevecht in het leger, “maar die kans is uitzonderlijk klein.”

Iedereen tussen de 17 en de 40 jaar mag zich aanmelden bij het legioen, je meld je dan aan voor ten minste vijf jaar. Daarna kan het contract verlengd worden met zes maanden, drie of vijf jaar. In totaal hebben sinds de oprichting in 1831 zich ruim vierduizend Nederlanders aangemeld bij het legioen. Maar niet alleen Nederlanders sluiten zich aan bij het legioen, soldaten komen overal vandaan, nationaliteit speelt namelijk geen rol in het leger. “Vooral na oorlogen komen er veel aanmeldingen, als landen een oorlog hebben verloren dan staan er in een keer duizenden soldaten op straat. Die moeten ergens naartoe”, vertelt van de Kamp. “Voor de Tweede Wereldoorlog kwamen veel Joden uit Duitsland, Oostenrijk en Polen naar het legioen, die wilde tegen de nazi’s vechten en dat kon, want de Fransen vochten tegen de Duitsers.” Andere redenen kunnen zijn dat mannen een ander leven willen, na bijvoorbeeld een echtscheiding of een faillissement, of dat zij het leuk vinden om soldaat te zijn.

Van de Kamp had een andere reden om zich aan te melden bij het Franse Vreemdelingenlegioen: “ik wou graag reizen en die kans kreeg ik in het Vreemdelingenlegioen.” In het Nederlandse leger zou het voor van het Kamp moeilijker zijn dan in het legioen, “in Frankrijk kreeg ik wel alle kansen, ik ben daar onderofficier in het parachutistenregiment geweest.”