Een geschenk van Poolse bevrijders aan Breda als herinnering aan de bevrijding van Breda op 29 oktober 1944 door de eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek. Deze tank is niet Pools, maar van Duitse makelij – Foto: Camiel Beekers

Door Camiel Beekers

Herdenken van het oorlogsverleden is een belangrijk goed in Nederland. Ieder jaar staan we weer twee minuten stil om de oorlogsslachtoffers te eren. Ook in Duitsland wordt natuurlijk veel waarde gehecht aan het terugdenken aan de zwarte bladzijde in de geschiedenis, maar was dit altijd zo en wat is het verschil?

Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland weer opgebouwd. De gebeurtenissen waren nog vers en dichtbij. Al snel was duidelijk, dit mag nooit weer gebeuren. “Herdenken is belangrijk omdat het je dwingt om kritisch te kijken naar je verleden, daar worden mensen nooit slechter van”, vertelt geschiedenisleraar Gijs Roosenboom.

Echter is er sinds 4 mei 1945 al discussie over de manier waarop er herdacht zou moeten worden in Nederland. Na de oorlog werd door het verzet geprotesteerd om op 5 mei de bevrijding te vieren, zonder eerst de gevallenen te herdenken. Daarom werd 4 mei als herdenkingsdag ingevoerd. Hiermee is Nederland het enige land dat onderscheidmaakt tussen herdenken en het vieren van de bevrijding.

Ook de vraag of de twee minuten stilte verplicht zouden moeten worden en wie er herdacht moesten worden speelde lang in Nederland. Zo worden Joden pas vanaf 1960 ‘officieel’ herdacht, waar eerst alleen maar verzetshelden en soldaten werden herdacht in Nederland. “Ieder jaar is er weer een discussie over wie, wat, waar en hoe er herdacht moet worden. Daarvan word dan door het ‘Nationaal Comité 4 en 5 mei’ geprobeerd een verhaal van te maken”, legt Roosenboom uit.

Duitsland
“In Duitsland is het oorlogsverleden natuurlijk heel emotioneel beladen”, legt Roosenboom uit. “Er  zijn verschillende gevoelens.” Herdenken wordt in Duitsland dan ook anders aangepakt dan in Nederland. Zo is er geen integrale viering of herdenking in heel Duitsland, maar wordt er op meerdere dagen herdacht en aandacht besteed aan de slachtoffers.

Op de dag waarop Duitsland capituleerde, 8 mei, en op de dag waarop Auschwitz werd bevrijd, 27 januari zijn er een aantal herdenkingen en vieringen. Daarnaast wordt er op de tweede zondag voor de advent alle slachtoffers van alle oorlogen herdacht, dit is de Volkstrauertag.

Volgen het Duitsland Instituut zie je vanaf de jaren zestig dat er in Duitsland steeds meer het besef  komt hoe groot de Tweede Wereldoorlog en de misdaden van de Nazi’s zijn geweest. “In Duitsland betekende herdenken steeds meer rekenschap geven van het verleden en het accepteren van verantwoordelijkheid voor de misdaden die tussen 1933 en 1945 zijn begaan.”

Knieval
7 december 1970 was een belangrijk moment in de geschiedenis van het Duitse herdenken. Bondskanselier Willy Brandt bezocht het herdenkingsmonument van het getto in Warschau. Voor het monument zakte hij door zijn knieën, waarmee hij de slachtoffers van de Nazi’s herdacht. “Een historisch moment en een gebaar van niet te onderschatten waarde”, geeft het Duitsland Instituut aan.

Een ander belangrijk moment is de toespraak van Bondspresident Von Weizsäcker op 8 mei 1985. Veertig jaar na het einde van de oorlog stond hij stil bij het leed dat de Nazi’s de wereld hadden aangedaan. Hij noemt 8 mei ook een bevrijding voor Duitsland zelf.

En nu nog steeds is herdenken een groot en belangrijk thema, volgens de Duitse professor aan de Universiteit van Berlijn Ralf Passel. “Het is een ‘Dauerthema’ hier in Duitsland, het mag nooit vergeten worden. En dat zie je overal terug. Overal waar je komt zie je herdenkingsplekken, die je aan het Duitse oorlogsverleden doet herdenken.”

Ook in Nederland zijn er vele oorlogsmonumenten. Voor verschillende herdenkings-monumenten in Breda kijkt Camiel Beekers terug in de tijd naar het verschil in het Duitse en Nederlandse herdenken.