Naar Duitsland op vakantie met het idee: ‘Ik red me daar wel’. Dit valt achteraf vaak toch nog vies tegen.

 Hoewel er over het algemeen het idee heerst dat Duits en Nederlands qua taal erg op elkaar lijken, blijkt het voor de meeste Nederlanders toch best moeilijk om Duits te spreken. Velen hebben het idee dat ze zich in het Duits prima verstaanbaar kunnen maken, maar meestal blijkt het tegendeel waar. In het Duits heb je andere voorzetsels, lidwoorden en überhaupt naamvallen, die wij in het Nederlands helemaal niet kennen.

In dit item zie je straks Uta. Zij is van Duitse afkomst, maar woont inmiddels al 18 jaar in Nederland met haar man en kind. In deze 18 jaar heeft zij de Nederlandse taal prima leren beheersen, maar Duits blijft haar moedertaal.

Uta zit in het item thuis in een Duits restaurant. Zij reserveert een tafel, bestelt vervolgens een biertje en een Duitse biefstuk met uitjes. Als dessert bestelt ze nog een apfelstrudel en na afloop vraagt zij om de rekening en verlaat zij het restaurant. En dit natuurlijk allemaal in het Duits.

Vervolgens zie je zes Nederlanders die niet van Duitse afkomst zijn. Zij bestellen in het Duitse restaurant precies hetzelfde als Uta. Beheersen zij de Duitse taal even goed als dat zij dachten?