De waarheid, wat zit er in een frikandel?

De waarheid, wat zit er in een frikandel?

De Frikandel is nog steeds bij uitstek de meest populaire snack in ons hele land. Er worden jaarlijks zo’n 600 miljoen frikandellen verkocht. Gemiddeld eet de Nederlander dus vijfendertig frikandellen in een jaar.  Hersenen, harten, nieren, uiers, over de frikandel doen veel wilde verhalen de ronde. Veel mensen vrezen dat een frikandel gevuld is met troep. Waar de kroket al jaren behoord tot de haute cuisine van onze Nederlandse keuken, moet de arme frikandel het doen met het ene schandaal na het andere. Is dat eigenlijk wel terecht? Wat zit er nou echt in deze oer-Hollandse snack?

Vanaf de jaren 50 kwam de snackcultuur overgewaaid vanuit de Verenigde Staten naar Nederland en begonnen we massaal te frituren. Er werd veel geëxperimenteerd met snacks.  De frikandel deed in 1954 zijn intrede en werd als eerst verkocht in Dordrecht! Daar moest slagersknecht Gerrit de Vries door een wijziging in de warenwet zijn gehaktbal aanpassen. Hij besloot niet het recept aan te passen, maar de vorm. Het werd een platte gehaktbal en hij noemde deze frikadelle. Jan Bekkers uit het Noord-Brabantse Deurne, maakt de frikandel vijf jaar later af door er een ronde worst van de maken van fijn gemalen vlees. De frikandel was geboren. De frikandel maakte een opmars in Nederland en werd al snel in alle uithoeken verkocht. Een frikandel met mayonaise, speciaal of pindasaus, voor iedereen wat wils.

De frikandel bevat gewoon vlees: kippenvlees, varkensspek en een kruidenbouillon. Het grootste deel daarvan is separatorvlees. Dat zijn kleine restjes die aan de botten blijven zitten nadat de filet en borst van de kip zijn afgesneden. Onder hoge druk worden die vleesrestjes van het bot geperst. Uit onderzoek van de universiteit van Utrecht kloppen sommige horrorverhalen wel en zaten er in sommige frikandellen tot de jaren 70 regelmatig kippenmagen, slokdarmen en koeienuiers. Dit behoorde tot veilig slachtafval en was dus gewoon toegestaan. Hersenen, nieren en harten hebben nooit in de frikandel gezeten.

Volgens Peter Koolmees, weefselonderzoeker aan de Universiteit van Utrecht, mogen we trots zijn op onze frikandellen met separatorvlees. ‘Met separatorvlees geef je botrestanten die eerder naar de destructor gingen meerwaarde. Door snacks te eten, draag je bij aan het volledig verwerken van slachtdieren en kun je dus stellen dat je duurzaam bezig bent.’

Een frikandelletje op z’n tijd is dus zo slecht nog niet….

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *