Een draaiorgel heb je niet zomaar: ‘Van een boom maken wij een orgel’

Een draaiorgel heb je niet zomaar: ‘Van een boom maken wij een orgel’

Draaiorgels bouwen is Johnny van Eijk (links) en zijn vader John (rechts) met de paplepel ingegoten. I Foto: Pepijn van Wezenberg

Het is stil in de winkelstraten. Toch zitten John van Eijk (55) en zijn zoon Johnny (26) niet bij de pakken neer. Samen zorgen de draaiorgelbouwers ervoor dat de straten ook na de coronacrisis weer gevuld kunnen worden met vrolijke muziek. “Daar gaat ons hart sneller van kloppen.”

Voor de een is het een nachtmerrie op de zaterdagochtend en voor de ander klinkt het als muziek in de oren: draaiorgels. De grote houten muziekinstrumenten vullen met hun geluid eenvoudig een straat die gevuld is met winkelend publiek. Toch waren de veelal vrolijke toeters en bellen het afgelopen jaar een stuk minder vaak te horen. De straatartiesten zijn de wijken ingetrokken, want volle winkelstraten waren ver te zoeken.

“Ik hoop echt dat de draaiorgels weer snel de straat op kunnen”, zegt orgelbouwer John van Eijk met een verwachtingsvol gezicht. “Wat is er nu mooier dan draaiorgels?” Ondanks dat het hele leven van John in het teken staat van draaiorgels, die anderhalf jaar geleden zelfs officieel werden erkend als immaterieel erfgoed, gaat hij zelf niet de straat op. In zijn werkplaats in het Gelderse Terwolde is hij samen met zijn familie druk bezig aan het zo mooi mogelijk maken van de reusachtige instrumenten.

Tot in detail
“Het zit ons in het bloed”, legt hij uit. “Mijn vader Jan was de eerste in de familie die draaiorgels bouwde en inmiddels doet een van mijn zonen het ook. Dat is toch prachtig.” Tussen stapels hout, verscheidene orgels en onafgemaakte beelden bouwt, restaureert en repareert de familie Van Eijk de instrumenten. “Mijn vader zei altijd: Ze komen met een boom aan en daar maken wij een draaiorgel van. We doen alles, van begin tot eind.”

Een van John’s favoriete bezigheden is het bewerken van het hout. Nadat hij eerst uit ruw hout een voorbeeld heeft nagemaakt, moet ieder hobbeltje en ieder kuiltje worden weggewerkt. “Nadat de beelden tot in detail zijn geschuurd, moet de verfkwast er bij wijze van spreken doorheen zwieren. Alleen dan komt het beeld er uiteindelijk gaaf uit te zien.”

Een ander onderdeel van het bouwen van draaiorgels zijn de orgelboeken, platen die door het orgel gaan en doorgeven wanneer welke toeter en welke bel moet ringen. “In het orgel zitten allemaal pennetjes”, legt zoon Johnny uit. “Wanneer zo’n gaatje voorbij komt, kan een pennetje omhoog schieten. Dit is het signaal dat een pijp geluid moet maken. De blaasbalk, die in werking wordt gezet als het wiel gaat draaien, zorgt er dan voor dat er geluid uit de pijp komt. Er gebeurt een hoop in zo’n orgel. Je ziet alleen de buitenkant, maar van binnen… Het is een prachtinstrument.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *