Op het filmfestival in Utrecht ging de verfilming van het boek ‘De belofte van Pisa’ in première. Naast de wens om een besteller te schrijven ging hiermee de tweede droom van schrijver Mano Bouzamour in vervulling. In zowel het boek als de film zitten autobiografische elementen. Het verhaal van tiener en trompettist Samir die als eerste Marokkaanse-Nederlander naar het muzieklyceum in Amsterdam-Zuid gaat, omdat hij zijn broer heeft beloofd om als eerste in de familie een diploma te halen.

De enige gelijkgestemde op de school is de schoonmaakster die hem leert hoe hij zich moet gedragen als de andere leerlingen zonder daarbij zijn afkomst te vergeten. Het is een verhaal over een botsing van klassen: de witte school en het Marokkaanse gezin van Samir, de bovenwereld versus de onderwereld, Amsterdam-Noord versus Amsterdam-Zuid. Als het in de ene wereld goed gaat, heeft dat gevolgen voor de ander. Acteur Shahine el-Hamus vertolkt in zijn eerste hoofdrol de rol van Samir, waarvoor de pas 19-jarige acteur al gepolst werd toen hij nog maar 14 was. Tussen het filmen door heeft de acteur vier maanden in de sportschool gezeten om zijn lichaam te transformeren naar een gespierde jongeman voor het tweede deel van de film.

Verschillen boek en het doek

Opvallend detail is dat Mano Bouzamour zo onder de indruk was van de film, dat hij zijn boek heeft laten aanpassen naar aanleiding van de film. Regisseur Norbert ter Hall voegde aan een seksscène de beste vriend van Samir toe. Mano Bouzemour vond dit een gouden greep en heeft de tekst in zijn boek herschreven. Een belangrijk verschil met het boek is wel dat Samir in het boek piano speelt en in de film trompet. De film is gecategoriseerd als drama, maar gaat veel meer over hoop. Het zet vraagtekens bij onze multiculturele samenleving, over hoe moeilijk het is om je te mengen in andere culturen. Aan het woord zijn schrijver Mano Bouzamour en scriptschrijver Robert Alberdingk.