Harry van der Maas I Foto: Alvi Smit
Gedeputeerde Harry van der Maas vertelt over “publiek vervoer”, de toekomst van de Zeeuwse mobiliteit.
Het is een lastig parket voor de Provincie Zeeland: het openbaar vervoer. De afgelopen jaren is er in de provincie van alles te doen over het onderwerp. Harry van der Maas is als lid van de Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor de mobiliteit in de provincie. In het in de Abdij gelegen Provinciehuis, dat Al sinds 1812 het Provinciebestuur van Zeeland huisvest, werkt Van der Maas hard om ook in de toekomst vervoer in de provincie te kunnen behouden. In zijn kamer in het historische gebouw vertelt hij hoe de toekomst van de Zeeuwse mobiliteit eruit moet gaan zien.
In november 2021 kondigde de Provincie Zeeland aan dat het openbare vervoer in Zeeland de aankomende jaren flink gaat veranderen. In de Regionale Mobiliteitsstrategie van de Provincie wordt uitgelegd hoe dat precies zou gebeuren. Zeeland moet de komende jaren, als het aan gedeputeerde Harry van der Maas ligt, van een openbaar vervoerssysteem met veel lijnbussen, veranderen in een systeem waarin er een kleiner aantal lijnbussen rijdt, en de laatste kilometers worden verzorgd door fijnmazig vervoer zoals flextaxi’s. Dit nieuwe systeem moet publiek vervoer gaan heten en is de drastische verandering die volgens Van der Maas hard nodig is: “Ik ben ervan overtuigd dat het oude systeem piept en kraakt. Mensen zeggen als ze de grote bus zien: ‘Er is hier openbaar vervoer!’, maar je moet je wel aan de tijden van de bus aanpassen. Die bus komt één keer per uur en na acht uur ‘s avonds niet meer. Dus heb je dan eigenlijk wel openbaar vervoer?” Met het nieuwe vervoerssysteem verwacht hij Zeeuwen overal tussen zes uur ’s ochtends en elf uur ’s avonds mobiel te houden.
“Te snel gaan”
De plannen voor een nieuw publiek vervoerssysteem die in de Regionale Mobiliteitsstrategie naar voren kwamen werden in eerste instantie niet door iedereen positief ontvangen. Buschauffeurs van Connexxion kwamen met een petitie die werd aangeboden aan Van der Maas. Chauffeurs vrezen voor hun baan, of zijn bang dat ze dadelijk in een kleiner busje moeten gaan rijden. Van der Maas heeft daar wel begrip voor, maar vindt niet alle kritiek van de chauffeurs terecht: “Ik kan me wel het gevoel voorstellen. Buschauffeurs heb je dan een stuk minder nodig, als je naar een fijnmazig systeem toe gaat. Vandaar heb ik ook zoveel petities gekregen van buschauffeurs.”
Wat is het perspectief voor deze buschauffeurs? Van der Maas begrijpt dat het nieuwe systeem er voor hen misschien niet aantrekkelijk uitziet, maar denkt wel dat veel hun baan zullen behouden: “Tegelijkertijd is er momenteel een tekort aan buschauffeurs en weten we ook dat er de komende jaren veel mensen vanwege leeftijd zullen uitstromen.” Hij denkt daarom dat veel buschauffeurs ook in de toekomst gewoon aan het werk kunnen blijven. “Ook in de toekomst zullen we blijvend heel veel chauffeurs nodig hebben”, voegt hij toe.
Geen enkele vervoerder meldde zich om het busverkeer in de provincie te gaan verzorgen. Waarom is die aanbesteding niet gelukt? Dat ligt volgens Van der Maas aan een aantal factoren: “Er waren eigenlijk drie dingen te strikt in de aanbesteding voor de busconcessie. Ten eerste het plafondbedrag. Er was te weinig te verdienen met de aanbesteding. Als tweede zijn we te streng geweest op Zero-Emissie vervoer. Als laatste de duur van de concessie.” De concessie die werd aangeboden was voor acht jaar, maar “als je hem dan wint, moet je ook in acht jaar je investeringen terugverdienen”, zegt Van der Maas. Volgens hem zien de bedrijven liever een concessie van tien tot twaalf jaar, waarin de investering beter kan worden terugverdiend.
Naast de problemen voor vervoerders en de buschauffeurs waren ook de reizigers niet allemaal blij met de aangekondigde plannen. Vooral het idee dat er minder vaste bussen zouden rijden werd niet door iedereen goed ontvangen: “Er was met name best wel veel kritiek op het feit dat we naar minder vast en meer flexibel gingen. Mensen dachten: ‘Wat betekent dat dan voor de reiziger: als ik geen vaste bus meer heb, heb ik dan nog wel openbaar vervoer?’” Op die vraag heeft Van der Maas een duidelijk antwoord: “Ja, dat heeft u.”
Van der Maas houdt vast aan de kern van de Regionale Mobiliteitsstrategie, maar geeft ook toe dat hij wellicht iets te snel wilde gaan: “Ik wilde te snel van het oude systeem, bijna in een soort oerknal, naar het nieuwe.” De gedeputeerde geeft toe dat Zeeuwen niet klaar zijn om zo snel door te schakelen naar een heel ander systeem en wil het daarom nu rustiger introduceren.
“Waar we nu voor gekozen hebben, is een geleidelijk systeem van ingroeien en uitgroeien. Door het bestaande nog twee jaar langer door te trekken, met alle buslijnen die nu rijden. Ondertussen ontwikkelen we bijvoorbeeld op Schouwen-Duivenland, Noord-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen het nieuwe systeem. Mensen kunnen daar een ervaring op doen en wij kunnen de kinderziektes eruit halen.”
Aanpassingen
In maart dit jaar kwam de Provincie met een aantal veranderingen. Belangrijk om daarbij te vermelden is volgens Van der Maas het verschil tussen de busconcessie en de Regionale Mobiliteitsstrategie: “Er zijn eigenlijk twee dingen. Aan de ene kant hebben we een strategie bedacht. De regionale mobiliteitsstrategie, de RMS zoals we dat noemen. Daarnaast heb je de aanbesteding die niet gelukt is. Maar je moet die twee dingen niet helemaal vermengen. Want die aanbesteding gaat over een onderdeeldeel van de RMS.”
Er worden dus een paar dingen anders gedaan. Als eerste wordt besloten dat de huidige concessie tot eind 2026 wordt doorgetrokken, zodat er meer tijd is om een nieuwe vervoerder te vinden en het een en ander bij te schaven, naar aanleiding van de kritiek van inwoners en buschauffeurs. Zo zal lijn 133, die van Oude-Tonge – via Zierikzee – naar Middelburg rijdt, alsnog via Renesse rijden. “De dorpsraad van Renesse heeft ook ingesproken. Zij zeiden: ‘We hebben hier het transferium liggen’, en ik was wel gevoelig voor dat punt, want dat is al een soort hub, het transferium. Ja. Het is natuurlijk best wel een grote plaats, Renesse. Zeker in de zomer. Als je ook toeristen in je openbaar vervoer wilt hebben, is het eerlijk gezegd ook wel een beetje vreemd dat je hem dan niet aandoet.” Ook zal Interliner naar Rotterdam zal in zijn huidige vorm blijven bestaan en wordt de Bredabus aangepast om Zeeuwen een snelle verbinding naar de grote steden te blijven geven.
Geplande lijnen nieuwe busconcessie I Provincie Zeeland
De toekomst
Ondanks de kritiek zijn er ook een hoop elementen die volgens Van der Maas broodnodig zijn om de mobiliteit in Zeeland op een acceptabel peil te houden. Volgens hem “piept en kraakt” het huidige systeem en moet er dringend iets gebeuren om te zorgen Zeeuwen zich ook in de toekomst door de provincie kunnen verplaatsen.
Van der Maas zegt dus tussen zes uur ’s ochtends en elf uur ’s avonds in heel Zeeland publiek vervoer aan te willen bieden, maar hoe gaat dat er uit zien? Zoals gezegd zullen er tussen grotere plaatsen bussen blijven rijden en ook hoopt de gedeputeerde dat er per uur meer treinen kunnen gaan rijden. Voor het verkeer van en naar de bus en trein komt er een nieuwe vervoersvorm, de flextaxi. Een flextaxi lijkt in eerste instantie misschien op de haltetaxi, die in Zeeland al een tijdje rond rijdt, maar moet er heel anders uit komen te zien: “Waar de haltetaxi op een vaste tijd de route van een vervallen buslijn rijdt, zal de flextaxi de snelste route tussen twee punten rijden en overal tussen zes uur ’s ochtends en elf uur ’s avonds te reserveren zijn.” Het is dus veel gebruikersvriendelijker.
In het nieuwe “publieke vervoerssysteem” zullen alle verschillende vormen van vervoer elkaar tegenkomen bij hubs. Hubs zijn de knooppunten waarop bijvoorbeeld lijnbussen, flextaxi’s en treinen samenkomen.
“Een grote hub is, bijvoorbeeld, daar waar ook een treinstation. Vanaf dat treinstation kun je verder met de vaste lijn, maar kun je ook verder met flexibel vervoer of met de fiets. Je hebt bijvoorbeeld ook een middelgrote hub, in de wat grotere gebieden zonder trein, waar wel de bus komt en waar bijvoorbeeld ook de flextaxi komt, of waar een deelauto staat. Als laatste heb je ook een wat kleinere hub. Of sterker nog, ja, dat is misschien maar slechts een opstap-punt, waar je op flexibel vervoer kunt stappen, om het zo maar te zeggen, dus er zit wel verschil in het type hub, maar het zijn allemaal hubs.”
Niet bang voor een uitdaging
De Provincie werkt hard om deze visie voor de toekomst van de Zeeuwse mobiliteit een waarheid te maken. Daarbij is Van der Maas niet bang voor een uitdaging.
“Maar weet je: ‘dit gebeurt nog nergens in Nederland, hè.’ Er zijn slechts enkele delen in Europa waar ze dat doen. Het is voor mij geen reden om te zeggen: ‘Dit is zo spannend, daarom blijf ik het maar op de oude manier doen.’ Ik vind dat de oude manier onvoldoende past bij een dunbevolkt gebied en dat we door moeten schakelen naar het nieuwe.”