Een ongeluk, een diagnose, een plotselinge uitval. Voor veel werkende Nederlanders is de stap naar een WIA-uitkering er een die ze nooit hadden verwacht te zetten. Toch blijkt de weg naar die uitkering voor velen langer en ingewikkelder dan gedacht. Hoe werkt het systeem en waar loopt het vast?
Het is eindelijk zo ver. Het is dinsdagochtend 2 juli. Vanavond is het concert van Tom Odell waar al lang naar is uitgekeken. Voordat het zover is, moet je nog even naar je opleiding journalistiek. Normaal gesproken ga je met het openbaar vervoer naar school, maar vandaag niet. Vandaag ga je met de auto, omdat je later op de dag met je twee beste vrienden naar het concert in de Ziggo Dome zou gaan. Je stapt nietsvermoedend de auto in. Je zet voor het rijden nog even het nummer Another Love op om je voor te bereiden op vanavond. Je rijdt de straat uit, alleen voordat het refrein begint, gaat het mis. Alles wordt opeens zwart.
Milan (niet zijn echte naam, vanwege privacy redenen, naam wel bekend bij de journalist) krijgt op 2 juli een eenzijdig auto-ongeluk. Hij ligt daarna lange tijd in coma, gevolgd door meerdere operaties en een lange periode van revalidatie. Hij moet opnieuw leren lopen en praten. Ondanks zijn doorzettingsvermogen is het op dit moment nog onzeker hoe zijn toekomst eruitziet op het gebied van werk. Hij komt voorlopig in de ”ZIEKTEWET” terecht en zal daarna een aanvraag doen voor een ”WIA” bij het UWV.
Een verzekering die niet voor iedereen werkt
“Bij het UWV ben je verzekerd tegen inkomensverlies. Als je door ziekte of een beperking je werk niet meer, of gedeeltelijk niet meer, kunt doen, krijg je mogelijk een uitkering,” legt woordvoerder Dennis Janus van het UWV uit. De nadruk ligt op inkomensverlies: er wordt gekeken naar het laatstverdiende loon en hoeveel iemand nog zou kunnen verdienen in een andere functie.
Dat levert soms opvallende uitkomsten op. Janus illustreert het met een voorbeeld: een piloot die zijn arm verliest, krijgt vermoedelijk wel een uitkering. Een schoonmaker met hetzelfde letsel mogelijk niet. “Dat bepalen wij niet, dat bepaalt de wet,” vertelt Janus. Een piloot kan zijn werk niet meer uitoefenen en zal ander werk moeten doen dat waarschijnlijk minder oplevert. Dat inkomensverlies is dan groot genoeg voor een uitkering. Bij een schoonmaker is dat mogelijk niet het geval. ”En ja, dat is keihard.”
De keuring die verder ging dan haar armen optillen
Hoe zo’n traject er in de praktijk uitziet, is voor iedereen anders. Voor sommigen draait het om cijfers en percentages. Voor Brigitte voelde het als een ingreep in haar dagelijks leven.
Het is 2021 wanneer Brigitte de diagnose borstkanker krijgt. Wat begint met een klein plekje in haar borst, blijkt al snel een stadium 3 tumor. Er volgt een intensief behandeltraject van chemotherapie, immunotherapie, een operatie en bestraling. Brigitte is op dat moment 47 jaar, alleenstaande moeder en werkt twee dagen per week in een wasserij. “Zolang ik dat fysiek en financieel kon redden, bleef ik op die twee dagen werken,” vertelt ze.
Na de diagnose verandert alles. Binnen korte tijd valt ze uit. De behandelingen maken haar lichaam te zwak. “Ik ben eigenlijk binnen twee weken in de ziektewet beland,” zegt Brigitte. “Toen de chemo’s begonnen werd ik steeds zieker en kon ik het gewoon niet meer.”
Na twee jaar volgt de stap naar de WIA. De beoordeling door een verzekeringsarts van het UWV levert een oordeel op dat haar verrast: zij zou zes uur per dag, vijf dagen per week kunnen werken. “Ik had net alles op papier gezet en toch zeiden ze dat.”

Wekenlang bezig met één bezwaar
In het rapport leest ze dingen terug die haar raken. Er wordt verwezen naar haar uiterlijk en overgewicht. Voor haar voelt dat als een oordeel dat losstaat van haar medische situatie. Ook de manier van beoordelen voelt voor haar beperkt. “Mijn medische keuring was eigenlijk alleen mijn armen optillen en mijn vingers bewegen,” zegt ze. “Daar werd dan uit geconcludeerd dat ik wel kon werken.”
Na bezwaar wordt de beslissing aangepast. Brigitte krijgt alsnog een WIA-uitkering toegekend. “Toen ik dat bezwaar had gedaan, ben ik er echt wekenlang alleen maar mee bezig geweest. Het kostte me alles aan energie. Daarbij is het lastig om uit te leggen dat je echt niet kunt werken, zonder dat mensen denken dat je je aanstelt.”
Wat Brigitte meemaakte, is geen uitzondering
Volgens woordvoerder Martijn Weeda van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is Brigitte’s situatie geen uitzondering, maar het gevolg van hoe de regeling is ingericht. ”De WIA is een inkomensverzekering waarbij het verschil tussen oud inkomen en wat iemand nog kan verdienen leidend is, niet alleen de medische situatie. Dat kan als hard worden ervaren”, aldus het ministerie.

Maanden wachten zonder te weten waar je aan toe bent
Brigitte heeft met veel moeite uiteindelijk toch een uitkering gekregen. Maar voor veel mensen begint het al eerder te wringen, nog voordat er überhaupt een besluit valt. In de maanden tussen aanvraag en keuring lijkt het leven stil te staan. Dat ervaart ook Liselore.
Na een spoedoperatie aan haar aorta en een lange periode van herstel diende zij samen met haar werkgever een WIA-aanvraag in. “Daarna heb ik eigenlijk nooit meer wat gehoord,” vertelt ze. “Ik heb één keer gebeld en toen kreeg ik te horen dat dat waarschijnlijk september, oktober zou worden. Een jaar verder.”
Contact met het UWV blijft beperkt tot een enkele brief of een telefoongesprek waarin wordt bevestigd dat de aanvraag nog in behandeling is. “Je zit gewoon te wachten en weet niet zo goed wat je moet doen.” Werken naast de aanvraag is lastig, omdat nog onduidelijk is hoe haar belastbaarheid straks wordt beoordeeld. “Ik zit nu iets boven bijstandsniveau,” legt ze uit. “Maar ik wil wel graag weer werken, alleen het lukt gewoon niet. Het is vervelend dat je niet weet waar je aan toe bent.”
“Je zit gewoon te wachten en weet niet zo goed wat je moet doen.”
Het UWV erkent het probleem, maar wijst ook naar de wet
Liselore wacht, Brigitte gaat in bezwaar en Milan staat nog aan het begin van een lang traject. Wat ze delen, is een systeem dat onzekerheid met zich meebrengt. Het UWV erkent dat.
“Ja, we staan onder druk en de wachttijden lopen gigantisch op,” zegt woordvoerder Janus. Jaarlijks komen er meer aanvragen binnen dan er verwerkt kunnen worden. Daardoor stapelen dossiers zich op. Maar het probleem ligt volgens het UWV niet alleen bij capaciteitstekorten. “Het wordt steeds complexer en moeilijker om die berekeningen uit te voeren. Dat staat los van de inzet van mensen, maar het systeem zelf maakt het ingewikkeld.” De organisatie stuurt jaarlijks een knelpuntenbrief naar het ministerie. “Om te laten zien dat de WIA te complex is geworden.”
Is hervormen van de WIA dan de oplossing?
Hervormingsplannen genoeg, maar een oplossing blijft uit
Hoe het systeem hervormd moet worden, blijft ondertussen onderwerp van discussie. Het kabinet heeft nieuwe plannen aangekondigd, maar volgens vakbonden ligt de nadruk daarin vooral op versobering van uitkeringen en minder op structurele verbetering van het systeem zelf.
Vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt dat beeld genuanceerd. Volgens woordvoerder Martijn Weeda gaan de voorstellen niet alleen over bezuinigen, maar ook over het vereenvoudigen van het stelsel. Daarbij wordt onder meer gekeken naar aanpassingen binnen de IVA, de regeling voor duurzaam arbeidsongeschikten, die volgens beleidsmakers een van de onderdelen is die het systeem complex en arbeidsintensief maken. Ondanks die verschillende interpretaties blijft de kern van het probleem volgens meerdere betrokkenen hetzelfde: het stelsel is in de praktijk steeds moeilijker uitvoerbaar geworden.
Ook het OCTAS-rapport uit 2024, een door de overheid ingestelde verkenning naar de toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel, komt tot die conclusie. In het rapport staat dat er door de jaren heen steeds meer uitzonderingen, regelingen en voorwaarden zijn ontstaan, waardoor het systeem zowel voor het UWV als voor uitkeringsgerechtigden moeilijk te overzien is.
De commissie werkt daarom verschillende hervormingsvarianten uit, bijvoorbeeld door regelingen samen te voegen, beoordelingen eenvoudiger te maken en meer nadruk te leggen op begeleiding naar werk. Hieronder staan drie mogelijke richtingen die in het rapport worden geschetst.
De tekst gaat verder na de afbeeldingen.
Hoewel uitvoeringsinstanties, onderzoekers en ervaringsdeskundigen al langer waarschuwen dat het stelsel vastloopt, blijft een structurele oplossing voorlopig uit. Het UWV wijst daarbij op de complexiteit van de wetgeving, terwijl in de politiek nog steeds discussie bestaat over de richting van mogelijke hervormingen. Ondertussen blijven mensen zoals Brigitte, Liselore en Milan afhankelijk van een systeem dat juist zekerheid zou moeten bieden, maar in de praktijk vaak vooral onzekerheid oplevert.
“De politiek wijst naar uitvoerende organisaties en de uitvoering wijst weer terug naar de politiek,” zegt Milan. “Maar uiteindelijk wordt de groep die ertussen valt nog steeds niet geholpen.”




