Is drugs normaler dan ooit onder studenten? ‘Tijdens de Coronapandemie lagen er soms meer zakjes drugs op tafel dan er biertjes stonden.’

Het middelengebruik en de mentale gezondheid van studenten is de afgelopen jaren beter onderzocht en in kaart gebracht. Beide blijken onlosmakelijk verbonden aan de sociale en maatschappelijke omgeving waarin zij zich bevinden. Hoe normaal is middelengebruik eigenlijk in het studentenleven?

Het Trimbos-instituut, het onafhankelijke kennisinstituut voor mentale gezondheid, alcohol, tabak en drugs, monitort sinds 2021 de mentale gezondheid en het middelengebruik onder HBO en WO studenten. Nog steeds kampt een groot deel van de studenten met angst- en depressieklachten en ervaart een merendeel een hoge mate van stress. Ook zien ze bij het Trimbos-instituut dat studenten middelen gebruiken om deze gevoelens te onderdrukken. ‘’Wanneer coping het motief is van middelengebruik, dan ben je echt iets aan het wegdrukken, waardoor de problemen mogelijk alleen maar groter worden.”

De studententijd is, zoals menig familielid vaak verkondigt, dé tijd van je leven. Ieder jaar spreiden in Nederland meer dan 300.000 nieuwe studenten hun vleugels en pogen het ouderlijk nest te verlaten. Al snel komen daar allerlei leuke zaken bij kijken, zoals het verhuizen naar een studentenkamer, het leren kennen van een nieuwe stad of het lid worden van een studentenvereniging. Maar er is ook minder ouderlijk toezicht en er wordt meer verantwoordelijkheid eigen gevraagd. Studenten belanden in een milieu waar meer alcohol en soft- en harddrugs wordt gebruikt. Daarbij komt dat middelengebruik in deze periode genormaliseerd wordt door de student en diens omgeving, zo meldt het Amerikaanse Journal of Studies on Alcohol and Drugs.

Monitor
Uit de monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten van het Trimbos-instituut en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), gepubliceerd in november 2023, blijkt het overgrote deel van de studenten (85%) de voorgaande 12 maanden last te hebben gehad van psychische klachten, zoals een sombere stemming, angstklachten of stress. Meer dan de helft van de gevraagde studenten (53%) geeft aan matig tot heel veel hinder te hebben ervaren. Deze klachten kennen verschillende oorzaken, dit kunnen geldproblemen, studiedruk of bestaanszekerheid zijn.

In dezelfde monitor van het Trimbos-instituut en het RIVM is het middelengebruik van studenten in kaart gebracht. Daarin komt naar voren dat van de studenten een kwart (26%) zwaar tot overmatig alcohol drinkt, waarvan 10% overmatig en 16% zwaar. Onder middelengebruik vallen ook soft- en harddrugs, waarbij cannabis als softdrugs wordt gezien en xtc, cocaïne en psychedelica onder harddrugs vallen. 6% van de studenten geeft aan wekelijks cannabis te gebruiken. Voor het gebruik van harddrugs is gekeken naar de voorgaande maand en daar geeft 7,5% aan de afgelopen maand gebruikt te hebben, 4% xtc, 2% cocaïne en 1,5% psychedelica.

De norm voor overmatig of zwaar alcoholgebruik is bij mannen en vrouwen verschillend.
Overmatig drinken: meer dan 21 glazen alcohol per week (mannen) of meer dan 14 glazen per week (vrouwen).
Zwaar drinken: minstens één keer per week meer dan 6 (mannen) of 4 (vrouwen) glazen alcohol op een dag.

Setting
De setting waar studenten zich in bevinden speelt ook een belangrijke rol in het frequente gebruik van middelen, ziet Michelle van der Horst, projectleider Studenten en Middelengebruik bij het Trimbos-instituut. Volgens haar onderzoek is de norm van de vriendengroep waarin de student zich bevindt van groot belang voor de mate van het middelengebruik. Ook uitwonende studenten gebruiken meer dan studenten die (nog) thuis wonen. Daarin speelt de groepsinvloed ook mee vertelt Van der Horst, “als je met een groep naar een feestje gaat en je gebruikt, dan kan het op die manier binnen de groep worden gestimuleerd dat anderen ook gaan gebruiken.”

Alcohol is een groot thema binnen de studentenwereld, vooral bij studentenverenigingen, daar zit vaak een verplicht karakter verbonden aan het drinken van alcohol. Veel studenten ervaren dan ook hoge sociale druk vanuit hun directe omgeving als het gaat om alcoholgebruik. Caroline de Bruin is studenten- en wandelcoach bij een studentenvereniging in Utrecht en wekelijks wandelt zij met studenten die ergens mee zitten. “Studenten die ik spreek zeggen vaak van ‘ik baal er zo van, dan wil ik wat minder drinken, maar het lukt me dan vaak niet’, omdat ze het dan met de groepsdruk lastig vinden om nee te zeggen.”

De populaire drug 3mmc in fijne poedervorm

Verschuivingen
Bij het Trimbos-instituut ziet men verschillende verschuivingen in het middelengebruik. “Tijdens de Coronapandemie zag je bijvoorbeeld een stijging van het cannabisgebruik, maar dat is nu wel weer gedaald.” De cijfers laten zien dat in 2021 8% van de studenten frequent cannabis gebruikte, in 2023 was dit 6%. Van der Horst geeft aan dat het middelengebruik van studenten in de afgelopen jaren stabiel is gebleven, de cijfers ondersteunen dit: het harddrugsgebruik van studenten is met 0,3% gestegen ten opzichte van de eerste meting van 7,2% in 2021, een stijging die niet significant is volgens het Trimbos.

Deze toename van cannabisgebruik tijdens de Coronapandemie heeft een verklaring: “studenten die zich eenzaam voelden, gingen coping-gebruik vertonen met cannabis.’’ Coping is veel van toepassing op studenten, ook na de Coronapandemie, bijvoorbeeld om even te ontsnappen aan de studiestress of geldzorgen. De voornaamste middelen die daarbij gebruikt worden zijn alcohol en cannabis.

Laurens van 25* is student in Utrecht en herkent dit coping-gebruik. “Ik heb dat heel veel gedaan, dan hebben we het over wiet, hasj, alcohol, maar ook hardere drugs, zoals ketamine of 3mmc.” Laatstgenoemde drug is erg in trek bij studenten zien ze bij het Trimbos-instituut. In de doelgroep ‘uitgaande jongeren’ tussen de 20 en de 24, waar veel studenten onder vallen, was in 2023 het percentage gebruikers 38,9%, zo meldt de Nationale Drug Monitor.

Uitbreiding
Ondanks dat het drugsgebruik onder studenten stabiel is gebleven, merkt Laurens wel een verandering in zijn directe omgeving. “Tegenwoordig is het tevoorschijn halen van een zakje drugs net alsof je een biertje uit de koelkast haalt en hoort het al gauw bij een gezellig avondje.” Volgens Laurens heeft dit ook te maken met de toegankelijkheid en de bereikbaarheid ervan: “als ik nu iemand bel heb ik het binnen 10 minuten, terwijl ik een halfuur moet wachten op een pizza, snap je?”

Dat Laurens het idee heeft dat er in zijn omgeving meer wordt gebruikt heeft volgens Michelle van der Horst een logische verklaring. Eenmaal als je gaat studeren leer je meer mensen kennen, je omgeving breidt uit. Daarnaast gaan mensen naarmate ze ouder worden meer experimenteren vertelt Van der Horst. “En als je zelf geïnteresseerd bent in drugs zoek je mensen op die dat ook zijn. Waardoor het dan kan voelen en lijken alsof ineens iedereen gebruikt.”

Bespreekbaarheid
Het is niet zo gek dat het lijkt alsof er meer middelen worden gebruikt onder studenten, er wordt namelijk ook meer bespreekbaar gemaakt. Studenten met mentale klachten durven zich sneller uit te spreken, merkt ook Caroline de Bruin, die de afgelopen jaren meer en meer studenten heeft gezien die op zoek zijn naar hulp. Ze ziet een cultuurverandering op het gebied van de bespreekbaarheid, die bespreekbaarheid die volgens haar zo belangrijk is. “Als het allemaal onbespreekbaar is dan is dat veel kwalijker vind ik”, aldus De Bruin.

Van der Horst is ook van mening dat het gesprek openen goed is, maar is ook waakzaam. “Alleen is het risico dat je daarmee ook, als er heel luchtig over wordt gepraat, het stigma eraf kan halen.” Dat het normaler wordt om over middelengebruik te praten kan ervoor zorgen dat studenten sneller aan de bel trekken, maar de keerzijde is dat het naarmate het stigma verdwijnt, het gebruik ervan ook normaler gevonden wordt. Zorgelijk is het daarom ook dat er continu wordt gesproken over hoe normaal drugs zijn geworden, omdat daarmee kan worden geïmpliceerd dat dit ook werkelijk zo is, terwijl de cijfers aantonen dat dit niet het geval is.

Dataverantwoording

De data die wordt gebruikt in dit achtergrondartikel is afkomstig uit verschillende bronnen. De meeste data zijn afkomstig uit publicaties van het Trimbos-instituut, hét onafhankelijke instituut voor mentale gezondheid, alcohol, tabak en drugs. In samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In de publicaties, zoals de Monitor Hoger Onderwijs 2023, wordt onderzoek gedaan aan de hand van een grootschalige online enquête onder duizenden HBO en WO studenten door Nederland, waardoor er een representatief beeld van het middelengebruik en de mentale gezondheid binnen deze specifieke bevolkingsgroep wordt weergeven. De enquête combineert kwantitatieve data over frequentie en soort middelengebruik met kwalitatieve gegevens over psychische- en academische druk. De beperking van de meting uit 2023 is de lage respons: slechts 6,5% van de ingeschreven studenten nam deel, wat de mogelijkheid op selectieve respons verhoogt. Betekent dat studenten met psychische klachten of veel middelengebruik mogelijk oververtegenwoordigd zijn in de resultaten. Hoewel er weging is gebruikt om de representativiteit te waarborgen, moeten de resultaten met enige voorzichtigheid worden opgenomen, omdat ze slechts een indicatie bieden van de totale studentenpopulatie.

Daarnaast is een rapport va het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geraadpleegd. In dit rapport zijn gegevens verzameld via de jaarlijkse Gezondheidsenquête. Doormiddel van een representatieve steekproef, een minimum van 9500 respondenten wordt nagestreefd, waarin onder andere vragen over drugs- en alcoholgebruik worden gesteld, verzamelt het CBS data over de Nederlandse bevolking. Door het kwantitatieve karakter en de breedte van de steekproef worden betrouwbare inzichten geboden over het middelengebruik van verschillende leeftijdsgroepen.

*De naam Laurens is een bedachte naam, de echte naam is bekend bij de redactie.