
Steeds meer landen werken aan een socialemediaverbod. Ook in Nederland klinkt de roep om regelgeving steeds luider. In het coalitieakkoord pleiten D66, VVD en CDA voor een handhaafbare Europese minimumleeftijd van vijftien jaar voor sociale media, zolang platforms onvoldoende veilig zijn. Daardoor staan makers van kindernieuws voor de vraag hoe zij kinderen kunnen blijven informeren wanneer de platforms waarop zij nieuws consumeren niet langer toegankelijk zijn.
Hoewel Nederlandse nieuwsmerken voor kinderen vooralsnog geen maatregelen treffen, kijken ze met interesse naar de ervaringen in Australië. Daar geldt sinds december 2025 als eerste land ter wereld een leeftijdsgrens van 16 jaar voor het gebruik van 10 socialemediaplatforms: Facebook, Instagram, Snapchat, TikTok, Threads, X, YouTube, Reddit, Twitch en Kick.
‘Business as usual’
Voor het onderzoek ‘Jeugdmedia en het socialemediaverbod: strategieën voor het bereiken van kinderen onder de zestien jaar in Australië’ werden vertegenwoordigers van drie Australische jeugdmediaorganisaties geïnterviewd over de manier waarop zij hun strategieën voor het bereiken van kinderen onder de zestien jaar hebben aangepast aan het socialemediaverbod dat eind vorig jaar werd ingevoerd.
De belangrijkste conclusie is dat de organisaties ondanks het verbod actief bleven op dezelfde socialemediaplatforms als voorheen, omdat veel jongeren deze nog steeds gebruiken. “Om eerlijk te zijn is het voor ons momenteel ‘business as usual’, maar dat kan op elk moment veranderen”, zegt Isaac Mulcrone, oprichter en algemeen directeur van online radio- en medianetwerk Youth Jam.
Tegelijkertijd zochten organisaties naar alternatieven om hun bestaande aanbod aan te vullen of te vervangen. Youth Jam lanceerde bijvoorbeeld een WhatsApp-kanaal en investeert in een eigen app. Nieuwspodcast Squiz Kids stapte over van YouTube naar YouTube Kids, dat buiten het verbod valt. “Mochten we in de toekomst uitbreiden naar video, willen we een kanaal behouden om kinderen te bereiken”, verklaart oprichter en algemeen directeur Bryce Corbett.
Van een massale verschuiving naar andere socialemediaplatforms was echter geen sprake, aangezien deze in de toekomst mogelijk ook verboden kunnen worden of een beperkt bereik hebben. Volgens Leonardo Puglisi, oprichter en algemeen directeur van digitaal nieuwsplatform 6 News, kost het opbouwen van een nieuw publiek bovendien te veel tijd. “We zouden daar helemaal opnieuw moeten beginnen. Dat is niet eenvoudig, aangezien we al meer dan vijf jaar actief zijn op de platforms waar we nu op zitten.”
Lessen uit Australië
De Australische ervaringen wijzen volgens het onderzoek vooral op het belang van platformonafhankelijkheid. Nieuwsmerken voor kinderen doen er goed aan te investeren in eigen platforms, zoals websites of apps, zodat zij hun doelgroep rechtstreeks kunnen bereiken zonder sociale media.
Daarnaast wordt platformdiversificatie aanbevolen om de afhankelijkheid van individuele aanbieders te verkleinen.
Gevolgen voor nieuwsconsumptie
Dat een verbod op sociale media gevolgen kan hebben voor de nieuwsconsumptie van jongeren blijkt uit het onderzoek ‘Social media ban: the impact on young people’s news engagement’ van de Western Sydney University. Van de kinderen onder de zestien jaar die door het socialemediaverbod minder of geen sociale media meer gebruiken, ontvangt de helft minder nieuws over wereldgebeurtenissen en lokale kwesties. Naar verwachting zal de nieuwsconsumptie verder afnemen naarmate de handhaving van het verbod verbetert en meer kinderen ermee te maken krijgen.
Volgens hoofdonderzoeker Tanya Notley krijgt deze kant van de discussie nog te weinig aandacht in de beleidsvorming en het publieke debat. “Tot nu toe ligt de nadruk vooral op online veiligheid en mentale gezondheid. Het is belangrijk dat beleidsmakers de rol erkennen die nieuws speelt in de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren.”
Als andere landen een verbod op sociale media doorzetten, zouden ze nieuwsalternatieven moeten ondersteunen en ervoor moeten zorgen dat deze zowel voor als na de invoering bij jongeren worden gepromoot. “Het is geen optie om te suggereren dat jongeren naar traditionele nieuwsmedia kunnen overstappen. Ze willen nieuws dat op een aantrekkelijke manier wordt gebracht en hun stemmen en ervaringen centraal stelt. Traditionele nieuwsorganisaties doen dat niet.”
Mogelijke invloed op werkwijze
Nederlandse nieuwsmerken voor kinderen volgen de ontwikkelingen op de voet. “We houden de plannen voor een socialemediaverbod voor jongeren goed in de gaten. Omdat het natuurlijk groot nieuws is voor onze doelgroep, maar ook omdat het iets voor onze werkwijze zou kunnen betekenen” laat Jasper Piersma, eindredacteur van NOS Stories, weten.
De online nieuwsvoorziening is namelijk juist ontstaan vanuit het idee dat jongeren van dertien tot negentien jaar moeilijk over te halen zijn om een website te bezoeken of een app te downloaden. “Daarom hebben we ervoor gekozen om aanwezig te zijn op de plekken waar zij al zitten, oftewel sociale media.”
NOS Stories is actief op TikTok, Instagram en YouTube. “Dit doen we ook om minder afhankelijk te zijn van één aanbieder.” Daarnaast werd onlangs een eigen website gelanceerd, waarop alle video’s te zien zijn. “We willen los van socialemediaplatforms ook een eigen archief hebben en een plek die ook toegankelijk is als je niet op sociale media zit.”
Volgens Piersma kan de website socialemediaplatforms echter niet direct vervangen. “Op dit moment bereiken we hier nog een stuk minder jongeren mee.”
Een duivels dilemma
Henrike van Gelder, hoofdredacteur van Kidsweek, noemt aanwezigheid op sociale media een duivels dilemma. “Onze doelgroep bestaat uit kinderen van zeven tot dertien jaar. Officieel mogen zij niet op sociale media, aangezien veel platforms op papier een minimumleeftijd van dertien jaar hanteren. Tegelijkertijd weten we dat ze er wel zitten, dus dan kunnen we er als nieuwsmerk maar beter zijn om kwalitatieve content te bieden die misschien wat meuk wegdrukt.”
Toch speelt het voorgenomen verbod op sociale media voor de weekkrant momenteel nog geen rol, omdat de focus op print ligt. “Een groot deel van onze oplage wordt gebruikt in het onderwijs. Ouders en leerkrachten geven nog steeds de voorkeur aan een papieren versie.” Van Gelder houdt zich wel bezig met digitalisering in bredere zin. “Kidsweek maakt deel uit van DPG Media. Het hele bedrijf hanteert een digital-first strategie, alleen wij niet. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan inkleden.”
Een socialemediaverbod zou op de lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de merkbekendheid van de weekkrant. “Zonder sociale media wordt het lastig om Kidsweek onder de aandacht te brengen. Als je op sociale media niet bestaat, besta je voor veel mensen gewoon niet. Zeker niet voor de jongere generaties.”
Verkenning van stappen
Bij het NOS Jeugdjournaal is sprake van een vergelijkbare overweging. “We denken na over wat het zou betekenen om te stoppen met sociale media. Alle content die we maken is op andere plekken te zien, dus kinderen hoeven niks te missen. De vraag is alleen in hoeverre zij ons dan nog weten te vinden. Dat is wel een punt van zorg”, aldus chef Sonja Verbaarschott.
Daarnaast bereikt het nieuwsprogramma via sociale media deels een andere doelgroep dan via de televisie-uitzending. “Als we met sociale media zouden stoppen, bereiken we die doelgroep niet meer. Bovendien vinden we het belangrijk om kinderen, als zij dan toch op socialemediaplatforms zitten, een goede en betrouwbare nieuwsvoorziening te bieden.”
Een beleidswijziging is dus niet aan de orde zolang er geen socialemediaverbod geldt. “We organiseren ons en verkennen wat onze stappen zouden kunnen zijn. Hierover wordt intern en met andere jeugdjournaals in Europa gesproken. Ook hebben we contact met onze Australische collega’s, maar op dit moment is er nog niets concreets te melden.”