Dit praktijkgerichte onderzoek richt zich op de invloed van beperkte persvrijheid op de inhoud van journalistieke producties. Aanleiding voor het onderzoek was de vraag hoe Nederlandse correspondenten hun werk uitvoeren in landen waar journalistieke vrijheid onder druk staat, zoals Rusland. Vanuit de journalistieke praktijk komt steeds vaker naar voren dat verslaggevers hun werkwijze moeten aanpassen om veilig te kunnen blijven werken, terwijl zij tegelijkertijd betrouwbare en onafhankelijke informatie aan het publiek willen blijven bieden.
In dit onderzoek is onderzocht hoe de inhoud van journalistieke producties verandert wanneer correspondenten te maken krijgen met beperkingen op hun persvrijheid. Daarbij is specifiek gekeken naar woordkeuze, framing, brongebruik en de toepassing van journalistieke normen zoals de Code van Bordeaux. Om de centrale vraag te beantwoorden is gebruikgemaakt van een combinatie van literatuuronderzoek en praktijkgericht onderzoek. Voor het praktijkgedeelte zijn diepte-interviews afgenomen met Nederlandse correspondenten die werkzaam zijn of zijn geweest in landen waar persvrijheid onder druk staat.
Het resultaat van dit onderzoek laat zien dat correspondenten hun werkwijze steeds vaker aanpassen aan de omstandigheden waarin zij werken. Dit uit zich onder meer in voorzichtiger taalgebruik, het vaker anonimiseren van bronnen en het toevoegen van context en verantwoording aan journalistieke producties. Hoewel de journalistieke kernwaarden behouden blijven, blijkt dat beperkte persvrijheid een directe invloed heeft op de manier waarop nieuws wordt verzameld, verwerkt en uiteindelijk aan het publiek wordt gepresenteerd. Hierdoor biedt dit onderzoek niet alleen inzicht in de gevolgen van beperkte persvrijheid voor journalistieke producties, maar ook handvatten voor redacties en correspondenten om onder dergelijke omstandigheden zorgvuldig en betrouwbaar te blijven werken.