Wat als het stroomnetwerk het begeeft en een als jongvolwassene zelfredzaam moet zijn in de eerste 72 uur? Zijn zij dan voldoende voorbereid op een crisis? Wat is het plan voor deze periode? Waar liggen de kansen?

Jongvolwassenen is de doelgroep waar de focus op moet komen te liggen. Zij vertegenwoordigen de uitkomst van onderzoek dat aantoont dat zij het slechtst zijn voorbereid op een noodsituatie. Voor veel jongvolwassenen die zelfstandig wonen is de vraag wat er moet gebeuren niet eenvoudig te beantwoorden. Een noodpakket is nog lang niet altijd aanwezig en een doordacht plan ontbreekt. Dat vormt een uitdaging, omdat zelfredzaamheid van groot belang is tijdens de eerste 72 uur van een crisis.

Beperkt effect
Waar landelijke campagnes gericht zijn op bewustwording, vertaalt die kennis zich niet vanzelf naar gedrag. Volgens onderzoeksbureau Ipsos I&O, dat in mei 2025 onderzoek uitvoerde in opdracht van dagblad Trouw, geven jongeren aan het belang van voorbereiding te begrijpen, maar ervaren tegelijkertijd onzekerheid en stellen actie uit.

Lokaal onvoorbereid
Uit een peiling onder West-Friese jongeren blijkt dat dit beeld lokaal wordt bevestigd. Binnen deze groep beschikt slechts een klein deel over een volledig noodpakket, terwijl een aanzienlijk aantal jongeren geen voorbereiding treft of afhankelijk blijft van ouders en hun voorzieningen.

Zelfredzaamheid cruciaal
Dit signaal sluit aan bij bredere zorgen binnen de regio. Ook de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord benadrukt het belang van zelfredzaamheid en voorbereiding, juist omdat burgers in de eerste fase van een crisis op zichzelf en hun directe omgeving zijn aangewezen.

De voorbereiding op een noodsituatie blijkt onder de jongvolwassene van West-Friesland beperkt.

Wat als het stroomnetwerk het begeeft en een als jongvolwassene zelfredzaam moet zijn in de eerste 72 uur? Zijn zij dan voldoende voorbereid op een crisis? Wat is het plan voor deze periode? Waar liggen de kansen?

Jongvolwassenen is de doelgroep waar de focus op moet komen te liggen. Zij vertegenwoordigen de uitkomst van onderzoek dat aantoont dat zij het slechtst zijn voorbereid op een noodsituatie. Voor veel jongvolwassenen die zelfstandig wonen is de vraag wat er moet gebeuren niet eenvoudig te beantwoorden. Een noodpakket is nog lang niet altijd aanwezig en een doordacht plan ontbreekt. Dat vormt een uitdaging, omdat zelfredzaamheid van groot belang is tijdens de eerste 72 uur van een crisis.

Beperkt effect
Waar landelijke campagnes gericht zijn op bewustwording, vertaalt die kennis zich niet vanzelf naar gedrag. Volgens onderzoeksbureau Ipsos I&O, dat in mei 2025 onderzoek uitvoerde in opdracht van dagblad Trouw, geven jongeren aan het belang van voorbereiding te begrijpen, maar ervaren tegelijkertijd onzekerheid en stellen actie uit.

Lokaal onvoorbereid
Uit een peiling onder West-Friese jongeren blijkt dat dit beeld lokaal wordt bevestigd. Binnen deze groep beschikt slechts een klein deel over een volledig noodpakket, terwijl een aanzienlijk aantal jongeren geen voorbereiding treft of afhankelijk blijft van ouders en hun voorzieningen.

Zelfredzaamheid cruciaal
Dit signaal sluit aan bij bredere zorgen binnen de regio. Ook de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord benadrukt het belang van zelfredzaamheid en voorbereiding, juist omdat burgers in de eerste fase van een crisis op zichzelf en hun directe omgeving zijn aangewezen.


“Een langdurige stroomstoring is de noodsituatie waar de regio zich nu het meest op voorbereidt

De kans en zorgen over de gevolgen van een grootschalige stroomstoring groeien. Het risico op een stroomstoring werd op 26 mei 2026 in de regio al kort duidelijk. In Zwaag zaten tussen de dertig en vijftig huishoudens ruim vijf uur zonder stroom. Netbeheerder Liander meldt via het Algemeen Dagblad dat dit soort situaties in de toekomst steeds vaker kunnen voor komen.

Voor de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is stroomuitval dan ook geen willekeurig scenario. Coördinator crisisorganisatie, van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Mark Duursma legt uit dat een stroomstoring extra aandacht krijgt in het regionale risicoprofiel. “Eén stroomstoring is een van de meest waarschijnlijke noodsituaties waar we in West-Friesland mee rekening mee moeten houden.” De rol als coördinator van de crisisorganisatie is het opstellen van een draaiboek voor de veiligheidsdiensten. Dit om de communicatie tussen de belanghebbende partijen, zoals de brandweer, ambulance en politie, te bevorderen tijdens een noodsituatie.

De Veiligheidsregio herkent dat de generatie tussen de 18 en 34 jaar minder goed is voorbereid op een noodsituatie. “De voorbereiding onder jonge inwoners blijft achter,” vertelt Mark Duursma. “En dat terwijl de kans reëel is dat zij hier mee te maken krijgen,” sluit hij af. Daarmee wordt een lokaal probleem zichtbaar: Op het moment dat een stroomstoring het dagelijks leven stillegt, blijken jonge inwoners het minst voorbereid op wat er dan gebeurt.





Bram, 26 jaar

“Ik heb wel wat groente conserves in de keukenkastjes staan”

Geïnformeerd, maar geen actie? West-Friese jongvolwassenen leggen uit

Om dit abstracte beeld concreet te maken is in West-Friesland gesproken met de doelgroep zelf. Hier wordt zichtbaar hoe zij denken over noodsituaties, wat hen tegenhoudt om zich voor te bereiden en in hoeverre zij zich daadwerkelijk in staat achten om zelfstandig te handelen wanneer het misgaat.

Leeftijd: 20–28
Zelfstandig wonend
Geen noodpakket
Geen actie bij voorbereiding

Moniek, 26 jaar

“Ik voel de noodzaak er niet zo voor”





De kwetsbaarheid van West-Friese jongeren bij noodsituaties

Lokale peiling
Onder de inwoners van West-Friesland is een enquête gehouden om te pijlen hoe goed de inwoners zijn voorbereid op een noodsituatie.

Kwetsbaarheid
De overeenkomsten tussen het landelijke onderzoek en de streekpeiling liggen vooral in het patroon tussen bewustzijn en gedrag. In beide onderzoeken wordt zichtbaar dat jongeren het belang van voorbereiding begrijpen, zich zorgen maken over noodsituaties en de urgentie voelen. Daarentegen leidt deze bewustwording niet direct tot actie. Landelijk wordt zichtbaar dat jongeren mentaal en sociaal bezig zijn met voorbereiding, bijvoorbeeld door plannen te maken of afspraken te bespreken. In West‑Friesland blijkt echter dat deze voorbereiding onvoldoende wordt vertaald naar praktische zelfredzaamheid, waardoor deze groep kwetsbaar blijft wanneer een noodsituatie zich daadwerkelijk voordoet.

Bewustzijn
Jongvolwassenen denken vaker na over noodsituaties en zelfs vaker een noodplan te maken (15% tegenover 5% bij ouderen), maar handelen minder vaak naar het samenstellen van een noodpakket (41% tegenover 52%). Tegelijkertijd ervaren zij meer angst en hebben ze minder vertrouwen in hun eigen zelfredzaamheid, wat wijst op een duidelijke kloof tussen bewustzijn en daadwerkelijke voorbereiding.

Afhankelijkheid
Uit de lokale peiling onder de West-Friese jongvolwassenen komt een duidelijk beeld naar voren over hun voorbereiding op noodsituaties. Hoewel precies de helft (50%) van de jongeren zelfstandig woont, onderneemt 50% van de totale groep op dit moment geen enkele actie om zich voor te bereiden. De afhankelijkheid van thuis blijft groot: 26,2% van de jongeren vertrouwt in tijden van nood volledig op het noodpakket van hun ouders.

Beperkte actie
De actieve voorbereiding onder de West-Friezen generatie tussen de 18 en de 34 jaar blijft erg achter. Slechts 16,7% van de doelgroep heeft een relevante cursus gevolgd, en slechts een beperkt aantal is blijkt actief bezig met voorbereidingen op een noodsituatie. Dit is ook terug te zien in de voorbereiding thuis. Slechts 9,5% van de jongeren beschikt over een volledig noodpakket en 35,7% geeft aan helemaal niets in huis te hebben ter voorbereiding op een noodsituatie. De overige jongvolwassenen hebben slechts losse onderdelen verzameld of vallen terug op de voorbereiding getroffen door hun ouders.





[Q&A;] Veiligheids Regio Noord-Holland Noord

In dit interview legt Fleur van der Valk, communicatieadviseur en woordvoerder van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, uit wat er achter de schermen gebeurt op het gebied van crisisbeheersing.

De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft als taak om de regionale aanpak van crisissen en rampen te coördineren en de grootste risico’s in kaart te brengen. Zij zijn verantwoordelijk voor het plan van aanpak voor de veiligheidsdiensten in de regio. Als spin in het web zorgen zij voor de draaiboeken waarmee de ambulance, brandweer en politie samen kunnen werken in geval van nood.

Waar ligt volgens u de kerntaak van uw organisatie, en waar begint de verantwoordelijkheid van andere partijen of inwoners?

De kerntaak van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord ligt bij het coördineren en organiseren van goed werkende rampen- en incidentbestrijding. In situaties waar elke seconde kan tellen, zoals tijdens het ‘gouden uur’ na een incident, is snelle, afgestemde hulpverlening erg belangrijk. De veiligheidsregio zorgt ervoor dat deze hulpverlening tijdig en gestructureerd op gang komt en aangestuurd wordt.

Als samenwerkingsverband van gemeenten en hulpdiensten richt de veiligheidsregio zich ook op het beperken van risico’s, het voorbereiden op mogelijke crisissen en het kunnen klaarstaan als coördinerende organisatie.

De verantwoordelijkheid van inwoners begint bij preventie, zoals zelfredzaamheid en het opvolgen van adviezen van hulpdiensten. Van burgers wordt verwacht dat zij zich voorbereiden op noodsituaties, weten wat hun risico’s zijn en in staat zijn om in eerste instantie zichzelf en anderen in veiligheid te brengen. Ook partijen zoals gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten zich hier bewust mee bezig zijn, bijvoorbeeld in risicobeheersing en weten hoe zij hun organisatie draaiende houden.

Ipsos stelt dat jongvolwassenen slecht zijn voorbereid op een crisis. Herkennen jullie dit, en zien jullie dit als jullie probleem of hun eigen verantwoordelijkheid?

We herkennen dat jongvolwassenen vaak minder goed voorbereid zijn op een crisis en dat dit een doelgroep is die lastig te bereiken is met de huidige aanpak. Tegelijkertijd zien we dat dit niet alleen een regionale uitdaging is, voor heel Nederland wordt onderzocht hoe deze groep beter bereikt en betrokken kan worden.

We blijven als veiligheidsregio kritisch kijken naar hoe wij de boodschap kunnen laten aansluiten bij verschillende doelgroepen, waaronder jongvolwassenen. Wij hebben daarom ook als taak om samen met de gemeentes inwoners goed te informeren en bewust te maken van risico’s.

Tegelijkertijd ligt er ook een eigen verantwoordelijkheid bij jongvolwassenen zelf om zich te verdiepen in wat zij kunnen doen in een noodsituatie. Wij willen daarom samen met landelijke ontwikkelingen bekijken wat werkt om deze doelgroep beter te bereiken en te motiveren om actie te ondernemen.

Welke initiatieven lopen al, en welke bevinden zich in de pilot- of planfase

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is vee bezig met het versterken van de eigen continuïteit, zodat we ook onder moeilijke omstandigheden onze taken kunnen blijven uitvoeren. We voeren gespreken met crisispartners om risico’s in kaart te brengen. Deze gesprekken gaan onder andere over nieuwe dreigingen zoals langdurige stroomuitval.

Samen met een aantal gemeenten werken we aan een pilot voor de opzet van noodsteunpunten, zodat inwoners ook bij uitval van dagelijkse voorzieningen geholpen kunnen worden en meldingen kunnen doen. Daarnaast organiseren we eind dit jaar een crisisoefening gericht op de uitval van vitale voorzieningen.

Voor de komende periode ligt de focus samen met gemeenten op het vergroten van zelfredzaamheid en van inwoners, ook op sociaal gebied.

Welke risico’s zien jullie specifiek voor West-Friesland in de komende periode, en hoe bereiden jullie je daar nu op voor?

Voor onze regio als geheel en dus ook voor West-Friesland zien we risico’s zoals langdurige stroomuitval, een ziektegolf, uitval van digitale systemen, natuurbranden en extreem weer. Deze kunnen een grote impact hebben op onze samenleving.

Als Veiligheidsregio Noord-Holland Noord bereiden we ons hierop voor door deze risico’s regionaal in beeld te brengen en samen met partners maatregelen te treffen, zodat we de gevolgen kunnen beperken en de hulpverlening goed georganiseerd is.

Wat gebeurt er ‘achter de schermen’ bij de veiligheidsregio; worden er activiteiten gepland voor de inwoners van West-Friesland?

Achter de schermen verkennen de veiligheidsregio en gemeenten samen hoe we de zelf- en samenredzaamheid van inwoners kunnen versterken. In de praktijk betekent dit dat gemeenten hierover in gesprek gaan met inwoners. In een aantal gemeenten in de regio is dit al aan de gang.

Onze inzet en voorbereiding richt zich op de hele regio Noord-Holland Noord, en dus ook op West-Friesland. Denk daarbij aan crisisvoorbereiding, informatievoorziening en het oefenen van scenario’s, zodat we goed voorbereid zijn op verschillende typen incidenten.

Herkennen jullie het signaal dat de doelgroep jongvolwassenen minder goed is voorbereid en waarom is dat een probleem?

We herkennen dat jongvolwassenen over het algemeen minder goed voorbereid zijn op een crisis. Dat is een aandachtspunt, omdat hulpdiensten in de eerste dagen niet overal tegelijk aanwezig kunnen zijn. Juist dan is het belangrijk dat mensen, waaronder jongvolwassenen, zichzelf kunnen redden en ook iets kunnen betekenen voor anderen, zoals buren of hulpbehoevende familieleden.

Op dit moment is er nog geen specifieke aanpak gericht op jongeren, maar we zien hier wel een duidelijke opgave. Het komende jaar willen we hier meer aandacht aan besteden, in samenhang met ontwikkelingen op regionaal en landelijk niveau.

Wanneer bepalen jullie dat een storing overgaat van knap lastig naar een regelrechte ramp?

Dit is per situatie afhankelijk en heeft te maken in met de mate waarin bepaalde voorzieningen, zoals communicatie, wel of niet werkzaam zijn en met welke omstandigheden we te maken hebben, bijvoorbeeld jaargetijde, tijdstip, en andere factoren. Het kantelpunt vooral zit in bereikbaarheid en de paraatheid van andere. Als die beperkt worden door de omstandigheden die voortkomen uit de crisis, dan kan dit gevolgen hebben voor de effectiviteit van de hulpverlening. Dit kan bijvoorbeeld door extreem weer of grootschalige stroomuitval. Daarom is de voorbereiding van inwoners ook heel belangrijk. Wie goed is voorbereid kan zichzelf de eerste drie dagen redden.

Hoe waarschuwen jullie ons als het stroomnet volledig platligt en de sirenes misschien ook uitvallen?

Als het stroomnet uitvalt, zetten we zo snel mogelijk verschillende manieren van communiceren in. Hier speelt NL-Alert een belangrijke rol, omdat berichten vaak nog via mobiele netwerken kunnen worden verstuurd.

Daarnaast heeft de regionale rampenzender een belangrijke taak. Deze blijft doorgaans langer in de lucht, ook bij uitval van andere voorzieningen. Daarom worden de inwoners aangeraden om een nood- of autoradio achter de hand te hebben en deze af te stemmen op de rampenzender voor actuele informatie. Inwoners worden hier ook op gewezen, zoals in het informatieboekje beschreven staat.

De ontwikkeling van noodsteunpunten sluit hierop aan. In de toekomst moeten er in elke gemeente locaties zijn waar inwoners fysiek terecht kunnen voor betrouwbare informatie en, indien nodig, het doen van een noodmelding.

De eerste dag van een noodsituatie kan veel impact hebben op een inwoner. Denk aan uitval van elektriciteit, communicatie en mogelijk ook water of digitale voorzieningen. In het begin is vaak nog onduidelijk hoe lang de situatie duurt en wat de schade is. Juist daarom is het belangrijk dat inwoners weten wat ze kunnen doen. In onderzoek van het NIPV is een overzicht opgenomen van wat er kan gebeuren bij bijvoorbeeld een langdurige stroomuitval en wat dit betekent voor inwoners.

Hoe wordt de ernst van een stroomstoring ingeschaald?

De ernst van een stroomstoring wordt ingeschat op basis van de kans dat deze zich voordoet en de mogelijke impact op de samenleving. Over het algemeen geldt dat de kans varieert van mogelijk tot waarschijnlijk, terwijl de impact kan oplopen van ernstig tot zeer ernstig.
De uiteindelijke ernst hangt vooral af van factoren zoals de duur van de storing, het aantal getroffen mensen en de effecten op vitale voorzieningen.

Waarom is het belangrijk dat ik mij voorbereid op een noodsituatie?

Het is belangrijk om je voor te bereiden op een noodsituatie, omdat hulpdiensten in de eerste fase van een crisis niet overal tegelijk kunnen zijn. Als je zelf voorbereid bent, kun je in die eerste periode beter jezelf redden en de hulpdiensten ontlasten.

Daarnaast ben je dan ook in staat om anderen te helpen, zoals buren of hulpbehoevende familieleden. op die manier dragen we samen bij aan de veiligheid en kunnen we meer hebben van onze omgeving.

Waarom moet ik mij 72 uur kunnen redden? Er zijn toch ook veiligheidsdiensten die ik kan benaderen?

Het advies om jezelf 72 uur te kunnen redden is er omdat hulpdiensten in de eerste fase van een crisis niet overal tegelijk kunnen zijn. Bij een grootschalige ramp kunnen veel mensen tegelijk hulp nodig hebben en kunnen voorzieningen tijdelijk uitvallen.

Hulpdiensten blijven uiteraard altijd bereikbaar voor acute, levensbedreigende situaties. Tegelijk is het belangrijk dat mensen zich in de eerste periode zo goed mogelijk zelf kunnen redden. Dat geeft hulpverleners de ruimte om eerst in te grijpen waar de nood het hoogst is.
Door voorbereid te zijn, zorg je niet alleen voor jezelf, maar kun je ook iets betekenen voor anderen in je omgeving die hulp nodig hebben. Initiatieven zoals de Denk Vooruit-campagne helpen inwoners om zich hierop voor te bereiden.

Wat als ik mij niet heb voorbereid met een noodplan en pakket?

Hoewel we hulp zo snel mogelijk op gang willen laten komen, kan een gebrek aan voorbereiding ervoor zorgen dat je als burger sneller in moeilijkheden komt. Juist daarom benadrukken we hoe belangrijk het is om je vooraf voor te bereiden dat maakt een groot verschil voor jezelf en voor anderen.

Je moet drie dagen jezelf kunnen redden, wat kan je als burger verwachten na die drie dagen?

Van inwoners wordt gevraagd om zich de eerste drie dagen zo goed mogelijk zelf te redden. Daarna mag je verwachten dat er meer ondersteuning beschikbaar komt vanuit de overheid.

Met de pilot noodsteunpunten, die dit jaar wordt getoetst, wordt in Nederland onderzocht welke vormen van hulp nodig zijn en wat deze steunpunten kan bieden. De ervaringen die daaruit voortkomen, worden gebruikt om gemeenten handvatten te geven voor de verdere inrichting hiervan.




Pilot ter voorbereiding op een noodsituatie Noodhulpsteunpunten

Wanneer een noodsituatie zich voordoet, wil de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord voorbereid zijn met een concreet en uitvoerbaar draaiboek. Coördinator crisisorganisatie Mark Duursma benadrukt dat voorbereiding niet alleen draait om plannen op papier, maar om het daadwerkelijk kunnen handelen wanneer scenario’s zoals een langdurige stroomstoring zich voordoen. Om dit in de praktijk te testen, is door de overheid een pilot gestart waarin wordt onderzocht wat noodhulpsteunpunten kunnen betekenen tijdens een crisis en hoe deze ingezet moeten worden wanneer vitale voorzieningen uitvallen.

Gemeente Medemblik neemt deel aan deze pilot en vormt daarmee een belangrijke schakel binnen de regio West-Friesland. Kjeld Stokx, communicatieadviseur en woordvoerder openbare orde en veiligheid, is als coördinator betrokken bij de uitvoering van deze pilot en onderzoekt hoe deze steunpunten lokaal ingericht en toegepast kunnen worden.

Maar hoe werkt zo’n noodhulpsteunpunt in de praktijk, en wat betekent het voor inwoners op het moment dat de stroom daadwerkelijk uitvalt? In de volgende video wordt zichtbaar hoe deze voorbereiding eruitziet en welke rol deze steunpunten spelen tijdens een noodsituatie.





Hoe goed ben ik dan voorbereidt?
Frans Anthonisse, woordvoerder van Brandweer Hoorn, geeft tips mee hoe je als jong volwassene beter voorbereidt kunt zijn op een noodsituatie

Frans Anthonisse, Brandweer Hoorn

Actie in perspectief
Vrijwilligerspunt West-Friesland ondersteunt en verbindt inwoners die zich vrijwillig inzetten voor de samenleving. Door het organiseren van trainingen voor jongeren leren mensen iets te betekenen voor een ander. Hierdoor ben je als deelnemer niet alleen zelfredzaam, maar is er ook aandacht voor de omgeving in het geval van nood.

Een voorbeeld hiervan is het volgen van een EHBO cursus. Ella Kleijn volgt vanuit het maatschappelijke diensttijd traject de cursus: ‘Eerste Hulp Bij

Ella Kleijn, EHBO Cursist

Ongevallen’. In deze video legt zij uit waarom zij het belangrijk vindt om wél voorbereid te zijn op een noodsituatie.