Persveilig cursus bereidt studenten journalistiek voor op het werkveld
Persveilig cursus bereidt studenten journalistiek voor op het werkveld
Als je van Tilburg station naar het Mindlabs gebouw loopt hoor je overal geluid. Piepende wielen van tot stilstand komende treinen, mensen die praten, toeters van auto’s en bellen van fietsers. Overal lopen mensen met rap tempo naar hun bestemming, vaak met to-go koffie in hun hand. Als je ver genoeg doorloopt kom je bij het Mindlabs gebouw, een gebouw waar menig bezoeker stoeit met de sloom draaiende draaideur. Iedereen kan binnenlopen.
Mindlabs is een gebouw dat meerdere bedrijven en opleidingen huisvest. DPGMedia zit er, maar ook de journalistiek opleiding van Fontys Hogeschool.
Een blond meisje is aan het einde van de ruimte de regels van de redactie op een whiteboard aan het noteren terwijl de rest van de redactie regels roept die ze eraan moet toevoegen. Die redactie heeft op dat moment nog geen idee hoe de cursus die ze straks gaan krijgen eruit komt te zien. Ze weten alleen dat ze een cursus krijgen van PersVeilig, over veiligheid van journalisten.
En dat is in deze tijd heel belangrijk. Want in de afgelopen jaren is er veel ontwikkeling geweest op het gebied van veiligheid van journalisten. Sinds de coronapandemie is het aantal meldingen vanuit journalisten met betrekking tot geweld of bedreiging flink gestegen. Volgens PersVeilig werden er in 2021 272 meldingen gedaan van geweld, bedreiging of andere incidenten m.b.t. journalisten. Terwijl er in 2010 maar 20 geweldsincidenten werden geregistreerd volgens de Raad voor de Journalistiek.
Fenno Moes roept dan iedereen bij elkaar, Fenno is expert in omgang met lastige personen en geeft PersVeilig cursussen door het hele land. Zo ook dus vandaag aan de journalistiek studenten in Tilburg. Maar waarom is zo’n PersVeilig cursus zo belangrijk? Volgens NVJ Algemeen Secretaris Thomas Bruning is dat omdat de NVJ vanaf 2017 merkte dat journalisten vaak zeiden dat ze in onveilige situaties terecht kwamen tijdens hun werk, en dat in die hoedanigheid dat dat hun werk beïnvloedden. Bruning zegt zelf ook, risicovolle situaties horen er een beetje bij als journalist zijnde. Je bent vaak degene die niet de meest gewaardeerde vragen stelt. Maar het moet niet zo onveilig worden dat het invloed heeft op je werk als journalist. Dat was de aanleiding om Persveilig op te richten en dus ook deze cursussen te gaan geven. Die cursus is bedoeld zodat mensen goed voorbereid het werkveld in gaan en weten wat ze moeten doen in onveilige situaties.
Fenno begint met het laten zien van filmpjes waar journalisten belaagd worden. De studenten luisteren aandachtig mee en schrikken zichtbaar van een foto van een journalist met een bebloed hoofd. Hij verteld dat die journalist ter plaatse was bij een protest, maar dat hij voordat het goed en wel begonnen was al iets naar z’n hoofd gegooid kreeg. De studenten reageren geschokt op de foto en er ontstaat geroezemoes.
Tijdens de cursus is er altijd een interactief onderdeel waar de cursisten voelen hoe het is om in een nare situatie te belanden als journalist. Fenno doet dit door een rollenspel. Waar hij de dreiging zal vormen. Hij vertelt dat er twee soorten mensen zijn die je sowieso tegenkomt als journalist. De ‘uit mijn wijk!’ en de ‘intimidatie.’ Fenno doet zijn blazer uit en doet een trainingsjasje aan. De studenten gaan allemaal wat rechterop zitten omdat ze niet weten wat er gaat komen. Dan begint Fenno met schreeuwen ‘Rot op uit mijn wijk, kut media altijd. Jullie zijn er alleen als er iets negatiefs is en als er iets positiefs is dan zijn jullie er nooit.’ De hele ruimte valt stil. Kleine clubjes studenten die les kregen in dezelfde ruimte als docenten of redactieleden die met elkaar aan het vergaderen waren, de hele ruimte schrikt van Fenno’s geacteerde uitbarsting. Meerdere studenten moeten van de zenuwen een beetje lachen. ‘Dat is de eerste die je vaak tegenkomt.’ zegt Fenno, weer helemaal terug in zijn vriendelijke houding, maar dat duurt niet lang. Hij verwisselt zijn sportjack voor zijn blazer, en pakt hij zijn sleutels in zijn hand. ‘Dit is de tweede.’ Fenno loopt heel kalm zwaaiend met zijn sleutels op een van de studenten af. ‘Wij zitten niet te wachten op jullie komst, wij gaan jullie niet te woord staan dus jullie mogen vertrekken.’ Ook nu vallen de studenten weer stil, want de ijzige kalme toon is een hele andere ervaring dan de eerste man. ‘Dus meissie wat wordt het, als je nu niet weggaat kan je kiezen, of je ligt vanavond met je vriendje op de bank of op de eerste hulp. Zeg jij het maar.’ Er heerst een hevige stilte voordat Fenno weer terugspringt naar zijn normale en vriendelijke zelf. ‘Ik vond dit bijna enger dat die eerste.’ Zegt Charlotte. Fenno vraagt hoe dat kan en de studenten concluderen dat het komt omdat Fenno het zo ijzig en stil deed, dat maakte het een stuk onvoorspelbaarder.


De laatste persoon die ze tegen kunnen komen, nummer 3, werd de man die hun zou intimideren door heel erg in hun persoonlijke ruimte zou gaan filmen. Fenno loopt met zijn telefoon en uitgestrekte arm een voor een langs de studenten en duwt de telefoon in hun gezicht. ‘Nee, dat is niet fijn he. Mensen die ongevraagd komen filmen.’

‘Ik doe deze oefening omdat ik jullie wil laten voelen hoe het is om in zo’n situatie te komen. Helaas moet ik jullie daarop voorbereiden, want dit is iets wat echt komt kijken bij journalist zijn.’ Dat journalisten vaak het doelwit zijn van bedreigingen ligt aan een paar factoren volgens een onderzoek van Waisbord uit 2022. Onderzoeksjournalisten zijn vaak de klos als ze wangedrag blootleggen van bijvoorbeeld de overheid, grote coöperaties, bekende mensen of criminelen. Maar niet alleen het soort journalist is een oorzaak voor bedreigingen. Er worden in de journalistieke wereld ook veel bedreigingen geuit op basis van het geslacht, hun etniciteit, geloof en seksualiteit.
Na het rollenspel wat zijn indruk wel heeft achtergelaten, worden de studenten in groepn verdeeld. Groepje 1 kreeg de opdracht om oog in oog te staan met ‘Uit mijn wijk’. Terwijl Fenno zijn sportjasje weer aandoet gaat de groep alvast staan. Fenno komt schreeuwend en tierend, zoals hij eerder ook al deed naar hen toe. Charlotte blijft rustig, maar haar teamgenoot Yanu is daar minder goed in en zegt ‘Je zet jezelf nu echt voor lul.’ die de aantijger alleen nog maar bozer maakt.
Groepje 2, die de intimidatie kreeg als zogenoemde tegenstander gaan op hun beurt staan. Fenno, nu weer in zijn blazer en met sleutels in de hand gaat vlak voor de groep van 3 meiden staan. Er valt een stilte want Fenno veranderd weer voor hun ogen in een ijzig kalme en intimiderende man. ‘We willen jullie niet te woord staan, dus jullie mogen kiezen, of je ligt vanavond bij je vriendje op de bank of bij de eerste hulp. Zeg het maar.’ Waarop Mila reageert ‘Ik weet niet zo goed wat ik hierop moet zeggen.’ Dat blijkt een goede tactiek, want ‘Het feit dat jij op mijn bedreiging reageert met ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, laat mij nadenken. Dat werkt heel de-escalerend.’
Groepje 3 krijgt te maken met de man die hun een camera in het gezicht duwt. Kirstens reactie daarop is om heel rustig en geïnteresseerd te reageren. Dat werkt, want volgens Fenno zorgt het interesse tonen ervoor dat degene zich gehoord voelt en dat de-escaleert de situatie.


Als laatste onderdeel van de cursus wordt de groep verteld dat ze gaan oefenen met grenzen stellen. ‘Ik kom nu heel dichtbij, dus als het niet fijn vindt moet je het zeggen.’ zegt Fenno voordat hij begint. Hij loopt ijzig kalm door de kamer heen voordat hij voor Mila stil komt te staan. Hij pakt een pluk haar vast. ‘Wat heb jij mooie haren zeg.’ Na enig moment vraagt Mila ‘Wilt u niet aan mijn haar zitten alsjeblieft.’ Maar het karakter dat Fenno speelt heeft daar lak aan. Mila gaat rechtop staan, haar blik wordt harder en ze zegt duidelijk ‘Ik wil niet dat je aan mijn haar zit.’ Dat is wat Fenno wil horen. ‘Als je grenzen stelt moet je duidelijk zijn. Want degene die jouw grens overgaat heeft hoogstwaarschijnlijk lak aan een beleefde vraag. Na Mila gaat Fenno de rest van de groep nog rond er gebeurt bij iedereen hetzelfde, het grenzen stellen gaat in het begin vaak timide. ‘Wilt u even een stapje naar achter doen’ is een vraag die veel voorbijkomt. Maar bij de tweede poging wordt de vraag vaak een concrete grens.

De invloed van dit soort incidenten verschilt heel erg per journalist. Omdat het tegenwoordig zo vaak gebeurt heerst er een cultuur waarin mensen denken dat het erbij hoort. Dat wordt verklaard in een onderzoek dat werd uitgevoerd door het Wetenschappelijk onderzoek- en datacentrum.
Aan het einde van oefening spreekt Fenno de groep nog even aan om de cursus af te sluiten en om te horen hoe ze het vonden. Mila en Alischa zeggen allebei ‘Ik had het echt niet willen missen, het was interessant dat je de hele tijd aandachtig blijft luisteren.’