Nederland stopt met medaillebonussen en verlegt focus naar ondersteuning en talentontwikkeling
Na jaren van trainen, opofferingen en toewerken naar dat ene moment staat een sporter eindelijk op het hoogste podium van de Olympische Spelen. Terwijl het Wilhelmus klinkt, beseft hij of zij dat al die uren trainen en alles wat zij daarvoor hebben opgegeven, het waard is geweest voor deze gouden prestatie. Naast de eer hoort daar voor Nederlandse Olympisch kampioenen al jarenlang ook een medaillebonus bij: 30.000 euro bijvoorbeeld voor een gouden medaille. Na de Olympische Spelen van 2026 in Milaan komt er een einde aan de medaillebonus.
Het Nederlands Olympisch Comité NOC*NSF besluit deze medaillebonussen af te schaffen. Daarbij komt de vraag hoe deze keuze zich verhoudt binnen de Nederlandse visie op topsport.
Miljoenen aan bonussen
Tijdens de Olympische en Paralympische zomer- en winterspelen wordt er per cyclus twee miljoen euro gereserveerd voor medaillebonussen. Een sporter ontvangt op de Olympische Spelen voor individueel goud 30.000 euro, zilver levert 15.000 euro op en brons 7.500 euro. Bij de Paralympische Spelen gaat het om 20.000 euro voor goud, 10.000 euro voor zilver en 5.000 euro voor brons. Mocht een sporter drie keer Olympisch goud winnen, blijft de bonus beperkt tot maximaal 30.000 euro, de bedragen stapelen zich niet op. Zoals shorttracker Jens van ‘t Wout, die tijdens de winterspelen drie gouden en één bronzen medaille wint, gaat naar huis met 30.000 euro aan medaillebonus. *Alle bedragen die benoemd worden in het artikel zijn bruto.

De Olympische winterspelen in Milaan zijn de meest succesvolle ooit voor Nederland. Er zijn tien gouden, zeven zilveren en drie bronzen medailles verdiend. Tijdens de Paralympische winterspelen hebben de sporters drie gouden, drie zilveren en één bronzen plak veroverd. Dit kost NOC*NSF in totaal 343.909 euro. Tijdens de zomerspelen in Parijs is er 1.747.297 euro verdeeld onder de topsporters, aanzienlijk meer dan de uitgekeerde bonussen van de winterspelen. Bij elkaar opgeteld wordt 2.091.206 euro uitgekeerd tijdens deze Olympische cyclus.
De kosten van medaillebonussen kunnen hoog oplopen, zoals bij teamsporten. Zo winnen tijdens de Olympische zomerspelen in Parijs zowel het mannen- als het vrouwenhockeyteam goud. Om de bonus te verdelen, krijgt iedere speler 11.000 euro. Bij de vrouwen wordt dit verdeeld over zeventien speelsters, bij de mannen over achttien. In totaal gaat 385.000 euro naar de hockeyspelers, dit is meer dan tijdens de hele winterspelen wordt uitgekeerd. De ontvangen bonus geldt als belastbaar inkomen; hoeveel belasting een sporter betaalt, hangt af van het totale inkomen van dat jaar.
Prioriteit aan talentontwikkeling en begeleiding
NOC*NSF meldt op 23 juli 2025 dat ze gaan stoppen met de medaillebonussen. Volgens het comité moet er een keuze worden gemaakt tegen de achtergrond van de sterk gestegen kosten. ‘Heel simpel gezegd, het is te duur’, vertelt woordvoerder van NOC*NSF Lieselot Meelker. ‘Per Olympische cyclus zijn we nu twee miljoen euro kwijt. Dat geld hebben we nodig om te investeren in talentontwikkeling, begeleiding en goed voorbereide deelname aan internationale wedstrijden.’
Top tien sportland ter wereld
De doelen van NOC*NSF staan in een strategieplan dat loopt tot en met 2032. Het comité streeft ernaar om bij de top tien van meest succesvolle topsportlanden ter wereld te horen. Drie punten staan centraal: presteren, verrijken en inspireren. Daarbij horen uitvoeringsstrategieën om de TeamNL-carrière van topsporters te faciliteren en verrijken, nieuwe inkomensregelingen te ontwikkelen en hoogwaardige topsport- en opleidingsprogramma’s te ondersteunen.
Maaike Heerschop, onderzoeker naar topsport en talentontwikkeling bij het Mulier Instituut, stelt dat met deze visie het afschaffen van de medaillebonus aansluit bij de Nederlandse topsportstrategie: ‘De topsportstrategie die wij kennen is collectief, in plaats van individuele prestaties achteraf te belonen. Het doet meer om vooraf te investeren en de intrinsieke motivatie te verbeteren.’ Ook probeert NOC*NSF in middelen te investeren. ‘Ons doel is om topsporters zo degelijk mogelijk op te leiden, met aandacht voor coaching, mentale begeleiding en innovatie’, aldus Meelker.

‘We weten uit onderzoek dat investeren in begeleiding veel doet voor het welzijn van alle sporters. Als je een mentale coach inzet bij een sportgroep, verbetert dat het welzijn van de sporters. Je moet ervoor zorgen dat een zo groot mogelijke groep plezier haalt uit de sport, zodat zij gemotiveerd blijven om door te gaan’, zegt Heerschop.
‘In een latere periode van je carrière is het makkelijker om jezelf te financieren, bijvoorbeeld via sponsoren. In het begin van je carrière is het veel lastiger om jezelf te financieren. Vandaar dat het verplaatsen van het bonusbedrag van belang kan zijn’, aldus hoogleraar (sport)economie Thomas Peeters.
‘Ik hoop dat NOC*NSF laat zien dat ze het geld gaan stoppen in de begeleiding en ontwikkeling en niet in overige zaken’, vertelt Heerschop. Daarmee wijst ze op het belang van transparantie in de besteding van het vrijgekomen geld. Volgens Meelker is die verantwoording er ook: ‘We laten in jaarverslagen zien wat we met het geld doen en waar het naartoe gaat. Sporters merken dat het naar hun sportomgeving gaat.’
Financieel afhankelijk
Topsporters hebben een inkomen nodig. Dit wordt geregeld via het stipendium, een maandelijkse financiële ondersteuning voor topsporters die geen of onvoldoende inkomen hebben voor hun levensonderhoud. ‘Voor sommige sporters is het stipendium doorslaggevend belangrijk. Anders zouden alleen mensen met geld topsporter kunnen worden’, zegt Meelker. Het stipendium kunnen sporters aanvragen als ze een A-status of HP (High Potentional)-status hebben, wat betekent dat ze internationaal op het hoogste niveau presteren. Deze status geeft recht op financiële ondersteuning. In 2026 worden enkele regels aangepast, waardoor topsporters wat meer financiële ruimte krijgen.
Sporters met een A- of HP-status ontvangen via het stipendium een maandelijkse vergoeding die in 2025 circa 3.314 euro per maand bedraagt en met ingang van 2026 met 4,6 procent is verhoogd, waardoor het maximum kan oplopen tot ongeveer 3.469 euro per maand. Deze maximale vergoeding geldt vanaf 27 jaar; jongere sporters ontvangen een lager, leeftijdsafhankelijk bedrag. Over het stipendium wordt geen pensioen opgebouwd en de hoogte ervan stijgt geleidelijk.
Daarnaast is de regeling aangepast om topsporters meer mogelijkheden tot bijverdienen te bieden. De inkomensgrens voor extra inkomsten stijgt van 14.000 euro in 2025 naar 18.000 euro in 2026. In de drie voorgaande jaren nam de grens telkens met 1.000 euro toe, waardoor deze sprong opvallend is. Topsporters kunnen zo extra inkomen uit sponsoring of prijzengeld genereren zonder dat dit gevolgen heeft voor hun stipendium. De wijzigingen bieden meer financiële flexibiliteit, terwijl de basisvoorziening stabiel blijft.
Jutta Leerdam bijvoorbeeld zal niet in aanmerking voor het stipendium, omdat ze boven de toegestane inkomensgrens bijverdient. Haar inkomsten uit sponsoring en social media maken dat ze financieel zelfstandig is.

Er is nog ruimte voor verbetering. ‘Wij zijn al lang bezig met een nieuw inkomen en meer continuïteit in het stipendium. We zijn nog niet tevreden over hoe het nu gaat’, aldus Meelker. Het stipendium kan snel worden stopgezet. ‘We hebben een paar meetmomenten per jaar. Presteer je onvoldoende, dan stopt je stipendium direct. Dat geeft veel stress’, vertelt Meelker. Daarnaast moeten sommige sporters nog werken naast hun sport. ‘Veel sporters moeten er iets naast doen om rond te komen. Ze hebben trainingsuren en herstel nodig, ze moeten ook kunnen rusten’, vult Heerschop aan.
In dit licht kan een medaillebonus van belang zijn. ‘Je kunt in sommige sporten veel geld verdienen, bijvoorbeeld via sponsoring bij tennis of schaatsen. Dan is een bonus mooi meegenomen. Bij andere sporten moeten sporters daarnaast nog werken, waardoor een bonus voor hen waardevoller kan zijn’, zegt Heerschop.
Cijfers
Het stipendium en de kostenvergoeding vormen een onderdeel van het Nederlandse topsportbeleid. In 2023 gaat 18,9 miljoen euro en in 2026 21,3 miljoen euro naar het stipendium en de kostenvergoeding. In 2026 hebben 725 sporters een status, waarvan 540 met een A-status of HP-status. 80 procent van de 540 sporters maakt gebruik van het stipendium.
In de voorgaande jaren ligt het aantal topsporters met een status hoger, zoals te zien is in 2025 waar 860 sporters een status hadden. De sporters met een A-status of HP-status, blijft in alle jaren ongeveer hetzelfde; in 2023 waren dit er 568. Ook hoeveel A- of HP-status topsporters gebruik maken van dit stipendium blijft ongeveer hetzelfde, dit ligt tussen de 76 en 80 procent.
Hoewel het totale aantal topsporters met een status dus daalt, de ondersteuning voor A- of HP-status sporters blijft stabiel. Het aandeel dat gebruikmaakt van het stipendium verandert nauwelijks, wat aangeeft dat NOC*NSF een bepaalde vorm van continuïteit biedt in financiële ondersteuning. Tegelijkertijd breidt de mogelijkheid om bij te verdienen, bijvoorbeeld via sponsoring of prijzengeld, zich uit ook met zicht voor verbeteringen.
Naast financiële ondersteuning wordt er geïnvesteerd in begeleiding. Het bedrag voor experts en prestatiemanagers, die topsporters ondersteunen op het gebied van training, sportwetenschap, voeding en mentale begeleiding, stijgt van 4,8 miljoen euro in 2023 naar 6,7 miljoen euro in 2026.
Deze cijfers laten zien dat het Nederlandse topsportbeleid zich richt op ondersteuning en ontwikkeling van sporters.
Verantwoording
Er zijn cijfers gebruikt uit de NOC*NSF-topsportbegrotingen van 2023 – 2026, inclusief het meerjarenoverzicht van het stipendium 2021 – 2026. Hiermee is inzichtelijk gemaakt hoeveel geld er naar het stipendium en de kostenvergoeding gaat, hoeveel topsporters met een A- of HP-status hier gebruik van maken en hoe er over de tijd wat meer flexibiliteit ontstaat. Door de gegevens te vergelijken, wordt duidelijk hoe de ondersteuning zich ontwikkelt.
Voor berekening van medaillebonussen zijn medaillestatistieken van de Olympische en Paralympische Spelen gebruikt, met de vastgestelde bonusbedragen.
NOC*NSF is zelf de bron en heeft belang bij de cijfers. Bijdragen van provincies en gemeenten zijn hier niet in meegenomen. De dataset laat daarnaast niet zien hoe sporters het geld besteden, wat hun totale inkomen is, wat het effect is van het beleid op motivatie en prestaties, of hoe inflatie de bedragen beïnvloedt.