Medaillebonus bij de Olympische Spelen verdwijnt voor topsporters, impact op kleinere Nederlandse sporten
Topschermer Tristan Tulen (34) ziet kansen richting de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. ‘We staan er momenteel goed voor. Wie nu bij de World Cup-wedstrijden om de prijzen meedoet, zou dat ook op de Olympische Spelen kunnen doen. Het is pas over 2,5 jaar, dus er kan nog van alles gebeuren.’ Voor sporters zoals Tulen staat er echter een verandering te gebeuren: bij de Spelen van 2028 is er geen medaillebonus meer te verdienen bij het behalen van een podiumplek.
‘We worden tijdig door NOC*NSF geïnformeerd, maar er is weinig ruimte voor discussie’, vertelt Tulen aan een tafeltje op sportcentrum Papendal, het nationale trainingscentrum voor topsporters in Nederland. Tulen is lid van de atletencommissie van NOC*NSF, welke de stem van topsporters vertegenwoordigt. Tevens is hij deelnemer aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. ‘Het is best zuur, maar we snappen ook dat er keuzes gemaakt moeten worden.’

Medaillebonus komt te vervallen na Olympische Winterspelen 2026
Voor sporters zoals Tulen staat er na de Olympische Winterspelen van 2026 in Milaan iets te veranderen. Wie in Milaan een plek op het podium weet te veroveren, ontvangt naast een medaille een geldbonus; 30.000 euro voor goud, 15.000 euro voor zilver en 7.500 euro voor brons. De bedragen in dit artikel zijn bruto.
Na deze Spelen komt er echter een einde aan de medaillebonus. NOC*NSF besluit om de twee miljoen euro die per Olympische cyclus voor deze bonussen wordt gereserveerd, voortaan te besteden aan talentontwikkeling, begeleiding en deelname aan internationale toernooien. De reden ligt in de stijgende kosten van de topsport, terwijl de beschikbare middelen grotendeels gelijk blijven.
Vooral voor topsporters in minder commerciële sporten kan het verdwijnen van deze bonus meer betekenen dan het wegvallen van een extraatje, het is volgens Tulen zelfs een ‘noodzakelijke buffer’ te noemen. Daarmee rijst de vraag wat het afschaffen van de medaillebonus betekent voor de financiële zekerheid en in hoeverre het de motivatie van topsporters beïnvloedt.
Geen vetpot
Een medaillebonus lijkt misschien op een mooi extraatje en dat kan het ook zijn, maar voor veel topsporters ligt dat anders. Topsporters met een A- of HP (High Potential)-status, wat betekent dat ze internationaal op het hoogste niveau presteren, krijgen een stipendium, een financiële ondersteuning voor topsporters welke wordt bepaald door NOC*NSF. Door dit stipendium kan iemand zich volledig richten op topsport zonder daarnaast (volledig) te werken.
‘Je hebt de grote sterren in een sport en de personen net daaronder, die gaan natuurlijk ook voor medailles. Die personen net onder de sterren maken gebruik van het stipendium. Dat stipendium is niet ruim en dan is zo’n medaillebonus niet eens een extraatje, maar wel noodzakelijk’, aldus Tulen.
‘Je bouwt bijvoorbeeld geen pensioen op bij het stipendium. Je sportjaren zijn toch je piekjaren waarin je ook een buffer wilt opbouwen voor na het topsportleven. Er zijn een aantal sporters die geen of weinig scholing hebben gehad waardoor ze een achterstand op de arbeidsmarkt hebben. Als je na winst van je Olympische medaille een bonus ontvangen hebt en stopt met de topsport, dan heb je een buffer om daarna aan je maatschappelijke carrière te beginnen. Dat is heel belangrijk voor veel sporters’, vertelt Tulen.
Er zijn ook sporters die naast hun topsport moeten werken om genoeg geld te verdienen, legt Tulen uit. ‘Je mag wel iets bijverdienen naast je stipendium, maar als je te veel bijverdient moet je ook weer een deel van het geld inleveren. Als je geen A- of HP-status hebt, krijg je helemaal geen geld van NOC*NSF; dan gaan ze ervan uit dat je alles zelf opbrengt. Ik werk nu wel naast mijn stipendium, ik ben fysiotherapeut.’ Het bijverdienbedrag boven op het stipendium is van 14.000 euro in 2025 naar 18.000 euro in 2026 gegaan. Er is wel een verruiming, maar nog niet genoeg voor topsporters om echt goed rond te komen.
Verschillen commercieel en minder commercieel
Niet in alle sporten komt het verdwijnen van de medaillebonus even hard aan. Het is voor elke sporter een mooie beloning voor de tijd en moeite die je in je sport stopt. Binnen grotere sporten is er meer sponsoring of prijzengeld van wedstrijden naast de Olympische Spelen. In kleinere sporten ligt dat anders.
‘Binnen de atletencommissie hebben we zeker met meerdere sporters gesproken. Het beeld is dat bij de kleinere sporten de medaillebonus toch wel harder nodig is’, legt Tulen uit. Dit mede door de mindere sponsoring in kleinere en dus minder commerciële sporten.
Zelf komt Tulen uit het schermen, een sport die minder zichtbaar is voor het grote publiek. Sponsoren vinden is geen vanzelfsprekendheid. ‘Het moet je ook maar liggen om je leven te delen op sociale media’, zegt hij. ‘Dat helpt wel om aantrekkelijk te zijn voor sponsoren, maar het kost veel tijd. Tijd die je ook in je training zou kunnen steken.’
Motivatie
‘Er gaat niet per direct motivatie verloren door het verdwijnen van de medaillebonus. Je moet het vooral erg leuk vinden om te sporten; de intrinsieke motivatie is het belangrijkst. Je doet mee in een topsportprogramma en de kans dat je een medaille behaalt is voor elke sport aanwezig, maar geen zekerheid. Je moet er niet vanuit gaan dat je iets gaat winnen’, aldus Tulen.
Die visie sluit aan bij onderzoek naar motivatie in de sport. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke motivatie, zoals plezier en uitdaging en extrinsieke motivatie, zoals geld en erkenning. Uit dit onderzoek blijkt dat intrinsieke motivatie de belangrijkste factor is voor het volhouden van prestaties op de lange termijn, terwijl extrinsieke motivatie een aanvullende rol kan spelen. Dit komt overeen met wat Tulen zegt.
Toch kan geld volgens Tulen een rol spelen: ‘De vooruitzichten kunnen wel beïnvloed worden’, legt hij uit. ‘Je kiest ervoor om vier jaar mee te gaan in een topsportprogramma en zonder die medaillebonus staat er minder financiële zekerheid tegenover. Die motivatie zou wel mee kunnen spelen om nog vier jaar door te gaan.’
Alternatieven
Binnen de atletencommissie is daarom gekeken naar mogelijke alternatieven voor de medaillebonus. Eén van de voorstellen richt zich op het verbeteren van de financiële positie van sporters op andere manieren. ‘We denken bijvoorbeeld aan aanpassingen rond de A- en HP-status en het stipendium. Concreet betekent dit dat ze de medaillebonus afschaffen, maar tegelijkertijd werken aan verbeteringen in bijvoorbeeld pensioenregelingen of de bijverdiengrens’, vertelt Tulen. ‘Op korte termijn is dit echter lastig vast te leggen. We hopen dat NOC*NSF zich hiervoor blijft inzetten. Uiteraard hangt dit niet alleen van hen af, maar ook van keuzes van de overheid en andere betrokken partijen. Wel merken we dat er momenteel binnen NOC*NSF actief aan wordt gewerkt.’
‘Waarom zouden ook alleen medaillewinnaars een geldbonus krijgen?’, vraagt Tulen zich af. ‘Die hebben misschien niet harder gewerkt dan de mensen die net geen medaille behalen, dus is het bijvoorbeeld een idee om de Olympiërs, als ze zich plaatsen voor de Spelen, een geldbedrag te geven. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat NOC*NSF hier een actieve rol in speelt door hiervoor iets op te zetten, maar aan de andere kant als je de twee miljoen euro bonus afschaft, kun je daar ook iets tegenoverstellen. Ik zou het leuk vinden als er iets van een fonds kan worden opgericht.’
Toekomst
De 2 miljoen euro gaat vanaf nu onder andere naar talentontwikkeling. ‘Het geld wordt gebruikt voor talentontwikkeling en begeleiding. Ik denk dat het goed besteed wordt.’
‘Er is een soort piramidevorm richting topsport. Talentontwikkeling in topsport levert ook weer de medailles op die weer de talentontwikkeling mogelijk maken. De cirkel moet goed blijven werken’, vertelt Tulen overtuigend. ‘Zonder talentontwikkeling geen topsport, maar andersom ook niet. Want waarom zou je anders talenten opleiden? Ze moeten wel een goed vooruitzicht en perspectief hebben om topsport te blijven doen.’
Dat perspectief is niet alleen sportief, maar ook financieel en maatschappelijk. Want een carrière in de topsport, die is maar tijdelijk.