Van geheim naar verrijking
Verhaal over een zoektocht van een donorkind

In Nederland ontbreekt jarenlang een landelijke controle op het gebruik van donorzaad. Daardoor kunnen sommige spermadonoren veel vaker worden ingezet dan dat de richtlijnen voorschrijven. Donoren kunnen tot 1 juni 2004 hun sperma anoniem doneren. Met de invoering van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) in 2004 komt daar een einde aan. In 2025 ontwikkelt deze wet zich voor het laatst door. Sindsdien kan landelijk worden gecontroleerd dat één donor bij maximaal twaalf gezinnen wordt ingezet.  

Toch blijven de gevolgen van het oude systeem zichtbaar. Na eerdere zaken rond vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat die regelmatig zijn eigen sperma doneerde waardoor hij de biologische vader is van zeker 105 donorkinderen en massadonor Jonathan Meijer, blijkt onlangs opnieuw dat een fertiliteitskliniek in Leiderdorp niet volgens de richtlijnen heeft gehandeld. 

Toine Groot (51) ontdekt pas op 43-jarige leeftijd dat hij een donorkind is. Door het taboe op donorconceptie in de jaren zeventig, houden zijn ouders dat jarenlang geheim. Tijdens de zoektocht naar zijn biologische vader neemt Toine DNA af en stuurt dit op naar een internationale DNA-databank. Hij vindt daar niet zijn biologische vader, maar wel zes halfbroers en -zussen. Dit aantal zal zich later nog uitbreiden. Hoe is het om op latere leeftijd te horen dat je kind van een zaaddonor bent en hoe is het om op zoek te gaan naar je halfbroers en –zussen? 

Onthulling

In 2018 krijgt Toine van zijn vader te horen dat hij niet zijn biologische vader is en dat hij is verwekt met behulp van een zaaddonor. ‘Ik noem hem natuurlijk mijn vader, de man door wie ik ben opgevoed’, vertelt Toine. Omdat er sprake was van een erfelijkheidsonderzoek binnen de familie, voelt zijn vader zich gedwongen om het geheim te vertellen. ‘Hij gedroeg zich al anders dan anders en wilde mij graag spreken.’ 

‘Dat moment zal ik nooit meer vergeten. Ik zat op een stoel en het was net alsof er een klep openging en ik erdoorheen viel. Het kwam echt als een complete verrassing, ik was behoorlijk van de rel. Later heb ik mij nooit meer zo gevoeld.’ 

Na één nacht slecht slapen van dit plotselinge nieuws komt Toine tot een inzicht. ‘Ik dacht ja, wat verandert er eigenlijk? Ik ben wie ik ben en ik ben gelukkig. Ik heb lieve kinderen, een lieve vrouw, lieve familie en lieve vrienden. Ik zie het probleem ook niet zo. Ik was blij dat ik er nuchter op kon reageren.’ 

Maar je gaat toch over jezelf nadenken. ‘Ik ben altijd wel een beetje anders geweest dan mijn ouders, alleen denk je op die momenten niet dat dit verhaal erachter zit. Ik kleurde mijn haar en ik ben avontuurlijk. Dat komt totaal niet bij mijn ouders vandaan.’

Zoektocht 

Één jaar na de onthulling besluit Toine toch op zoek te gaan naar zijn biologische vader. Tot die tijd had hij daar geen behoefte aan gehad. ‘Ik was ergens toch benieuwd en dacht, wat als hij nu nog leeft. Ik wilde puur uit nieuwsgierigheid weten hoe hij eruitziet en wie hij is. Ik ben toch voor de helft van hem.’ 

‘Ik ben toen gaan googelen naar DNA-databanken en heb uiteindelijk gekozen om een DNA-test te doen bij een DNA-databank, genaamd FT-DNA.’ 

DNA-kit van FT-DNA

Binnen twee weken krijgt Toine een melding van de DNA-databank: ‘U heeft matches ontvangen.’ Toine kijkt op de website van FT-DNA en ziet dat hij is gematcht aan zes halfbroers en -zussen. 

‘Dat had ik echt nooit verwacht. Ik was heel nieuwsgierig, maar ook een beetje bang. Ik hoopte eerst mijn biologische vader te vinden, maar dat was niet gelukt. Ik was angstig dat mijn halfbroers en -zussen veel van mij zouden verwachten en dat ik heel veel contact met hen zou moeten onderhouden. Die angst bleek achteraf helemaal niet gerechtvaardigd. Daarna nam een van mijn halfbroers contact met mij op via de mail.’ 

De vader van Toine begreep niet goed dat hij op zoek wilde gaan naar zijn biologische familie. Soms vertelde Toine erover, maar zijn vader wilde er weinig van weten. Pas na het overlijden van zijn vader in 2025, zijn moeder overleed in 2009, heeft Toine aan vrienden en familie verteld dat hij donorkind is. Zijn vader wilde niet dat andere mensen hiervan op de hoogte waren. Dit is de reden waarom Toine het ook al die jaren geheim heeft gehouden. 

Verstrekking gegevens 

De zoektocht van Toine naar zijn biologische vader via een internationale DNA-databank laat zien hoe donorkinderen met een behandeldatum van voor 1 juni 2004 zelf op zoek gaan naar hun biologische verwanten. Zij vallen onder de oude regelgeving, waarin zaaddonoren nog anoniem konden blijven. De persoonsgegevens van de zaaddonor worden daarom tot op de dag van vandaag niet verstrekt als je deze aanvraagt bij het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb).

Bron: Jaarverslagen Stichting donorgegevens
kunstmatige bevruchting (Sdkb)
gaat tegenwoordig verder als College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb).

Aanvragen persoonsidentificatie van donorkinderen voor 1 juni 2004 naar zaaddonor. Gegevens in procenten weergegeven. Totaal afgehandelde zaken 2021: 312 2022: 292 2023: 171 2024: 188

Bij donorkinderen die na 2004 zijn verwekt, worden gegevens vaker verstrekt. Deze groep is wel kleiner, omdat zij vanaf hun zestiende een aanvraag kunnen doen.

Aanvragen persoonsidentificatie van donorkinderen na 1 juni 2004 naar hun zaaddonor. Gegevens in procenten weergegeven. Totaal afgehandelde zaken 2021: 15 2022: 36 2023: 55 2024: 89

Nieuwe mensen

Na een half jaar spreekt Toine af met zijn halfbroers en –zussen die hij via de DNA-databank heeft gevonden. ‘Het voelde bijna alsof ik op date ging. Ik was ontzettend nerveus, terwijl ik dat normaal gesproken niet echt ben. Je ziet toch allemaal vreemde mensen en tegelijkertijd zijn we wel met elkaar verwant.’ 

‘Het zijn allemaal hele leuke mensen. Tijdens die eerste ontmoeting vielen er veel puzzelstukjes op zijn plek; zo lijken we qua karakter erg op elkaar. Iedereen vertelde zijn verhaal en daarin kon ik veel herkenning vinden. Zo zijn wij allemaal opgeruimde types en bekijken de situatie positief, dat helpt enorm.’ 

Na deze eerste bijeenkomst zijn er nog meerdere momenten waarop de nu in totaal zesentwintig halfbroers en –zussen met elkaar afspreken. ‘We hebben twee keer per jaar een bijeenkomst en dan gaan we gezellige dingen doen. Daarnaast hebben we ook nog een groepsapp.’ Toine heeft zelfs een halfzus in de buurt wonen. ‘Ik zie haar regelmatig en dan spreken we wel eens af voor een bakje koffie.’ 

Halfbroers en -zussen ontdekken kan heftig zijn. ‘Er komen nu mensen bij die, net als ik, via een DNA-test ontdekken dat ze veel halfbroers en -zussen hebben. Zo blijken zij in één keer zesentwintig halfbroers en –zussen te hebben. Dat is ontzettend heftig. Ik vond het met zes al heftig.’ 

Friso 

Van de zesentwintig halfbroers en -zussen die Toine inmiddels heeft gevonden heeft hij ook nog regelmatig contact met de halfbroer die als eerste contact met hem heeft gelegd. 

‘Friso is de eerste match die ooit contact met mij heeft opgenomen. Als groep hebben we besloten dat hij de eerste is die het contact opneemt met de nieuwe halfbroers en -zussen. Dat doet hij ook heel goed en zo hebben we structuur in de groep.’ Daarnaast heeft Friso na een zoektocht van drieënhalf jaar hun donorvader gevonden, alleen is hij helaas overleden. 

Toine en Friso hebben het over het eerste contact en wat deze familiebanden voor hen beteken. Friso woont in het oosten van het land daarom is het gesprek telefonisch opgenomen. 

Afsluiting 

‘Familie is het belangrijkste wat er is, samen met vrienden. Het is mooi dat mijn familie groter is geworden, het voelt echt als een verrijking. Als ik naar een bijeenkomst ga, ben ik blij en als ik weer naar huis ga, ben ik nog blijer.’ 

‘Ik ben blij dat het geen geheim meer is en dat iedereen mijn verhaal mag weten.’

Dataverantwoording

De grafieken in deze MMP zijn gemaakt op basis van de officiële cijfers van de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (Sdkb). Sinds de invoering van de nieuwe Wdkb in 2025 is de Sdkb veranderd in het College Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (Cdkb). 

Er zijn geen cijfers van 2025 opgenomen in deze grafieken, omdat de registratie is veranderd. De cijfers zijn wel beschikbaar. Er wordt niet meer geregistreerd op basis van voor of na 1 juni 2004. Deze termen zijn veranderd, maar komen grotendeels met elkaar overeen. Dezelfde trend is zichtbaar. Daarom is ervoor gekozen om een langere periode van vier jaar te gebruiken in plaats van één jaar sinds de invoering van de nieuwe wet in 2025. 

Er zijn meerdere redenen om een aanvraag van een donorkind buiten behandeling te stellen. Dit zijn: een onvolledige aanvraag, een geannuleerde aanvraag en een dubbele aanvraag. 

Er zijn ook meerdere redenen waarom gegevens niet worden verstrekt. Dit zijn: gegevens niet gevonden, donor overleden, anonimiteitsverklaring, donor stemt niet in, donor reageert niet, donor is onvindbaar, zwaarwegende belangen of er is geen Nederlandse kliniek betrokken. Deze redenen zijn niet meengenomen in de grafieken.