Voor Hans Knecht zijn de gevolgen van zijn vroeggeboorte na zeventig jaar nog voelbaar

Met negen weken te vroeg geboren worden in een tijd waar technologie nog niet goed genoeg was en waar vrijwel alle lotgenoten het niet overleefden. Het overkwam Hans Knecht (72)

Toen Hans in 1953 geboren werd, liep hij blauw aan en moest hij zes weken in de couveuse aan de beademing liggen. De couveuse was toen heel anders dan de couveuses die we nu kennen. Zo ontbrak technologie, zoals goede beademingsapparatuur, een hartslagmonitor en de couveuse was volledig zichtbaar zonder afdekking. 

Een kleine overlevingskans

Dat het bijzonder is dat Hans deze periode heeft overleefd, blijkt wel uit de reacties van zijn artsen toen hij geboren werd. “Er werd tegen mijn ouders gezegd: ‘Maak maar geen geboortekaartjes, want hij redt het niet’ en dat was voor hen ook een enorm moeilijke start”, vertelt Hans.

Uiteindelijk heeft hij zes weken in de couveuse gelegen zonder contact met zijn ouders te hebben. “Ik heb het idee dat ik daardoor meer afstand tot mensen heb, omdat ik dit belangrijke contact in de eerste weken gemist heb”, vertelt Hans. “Ik kan me niet volledig overgeven aan mensen en dat raakt me nog steeds. Dat vind ik wel heel jammer, want dat eerste contact als baby heb je echt nodig en blijkt dus ontzettend belangrijk.” 

Gevolgen op school en in het hoofd

Doordat de technologie en kennis ontbrak, heeft hij ook geen nazorg gehad. “Ik heb totaal geen begeleiding gehad”, vertelt Hans. “De artsen zeiden dat het wel goed zou komen, omdat ik de moeilijke start had overleefd en dat ik er wel zou komen. Van de ontbrekende begeleiding heb ik lang last gehad.”

Naast het missen van contact en goede nazorg, bleek er bij Hans ook een enorm gebrek aan zuurstof te zijn. Zo is een deel van zijn hersenen afgestorven. “Hierdoor had ik veel meer moeite met rekenen op school en ging ik enorm compenseren in vakken zoals taal”, licht hij toe. “Dit vrat veel energie en uiteindelijk ben ik naar een particuliere school overgeplaatst met heel weinig kinderen, waar ik enigszins heb leren rekenen. Maar dit rekengedeelte komt nooit meer goed. Ik ben daarom heel blij dat de rekenmachine is uitgevonden”, vertelt Hans met een grote lach op zijn gezicht.

Hij kijkt met een naar gevoel terug op zijn schooltijd. “Het was verschrikkelijk, omdat ik op bepaalde vlakken echt achterliep op de rest, zoals het rekenen”, zegt Hans. “Ik vond het moeilijk, maar ook binnen mijn gezin vond ik het lastig. Mijn broers deden alles met twee vingers in hun neus. Toen ik aan het werk ging als decorbouwer, kon ik veel meer met mijn handen werken en daar lagen mijn kwaliteiten. Je moet echt goed kijken naar waar je goed in bent, want dat maakt het leven veel makkelijker.”  

Gevoel van schaamte en compensatie

Door het compenseren, ontbrak het zelfvertrouwen. “Ik wilde heel graag dat mensen niet zagen wat ik níet kon, dus legde ik veel druk op mezelf om in andere dingen heel erg goed te zijn”, zegt Hans. “Ik denk dat er ook een gevoel van schaamte bij komt kijken, omdat je iets anders functioneert dat je eigen leeftijdsgenoten.” Het heeft voor hem een paar jaar geduurd voordat het gevoel van schaamte verdween.

Hans heeft zich constant aangepast aan zijn omgeving. “Ik was heel bang om mensen op hun ziel te trappen en uiteindelijk werd ik er zo gek van om constant maar te doen wat iedereen van mij verwachtte, dat ik naar een psycholoog ben gegaan”, legt hij uit. “Hier kon ik alles uitleggen wat mij dwarszat en dat was heel erg fijn. Toen ben ik naar mijn eigen wil gaan luisteren en ook meer voor mezelf gaan leven. Ik ben mezelf daardoor echt meer gaan begrijpen.” 

Zo is hij erachter gekomen, dat hij niet te veel moet plannen om rust te bewaren. “Anders word ik echt gek”, vertelt hij lachend. “Mijn hoofd raakt snel vol en daardoor plan ik bewust mijn afspraken, want het gaat niet goed als ik te veel aan mijn hoofd heb. Je moet ook weleens mensen teleurstellen, maar ik vind het belangrijker om goed aan mezelf te denken, dan dat ik mensen tevreden blijf houden.”

Zeventig jaar later

Het heeft lang geduurd voordat Hans over zijn vroeggeboorte kon praten. Geen maanden, maar jaren voordat hij zich open durfde te stellen. “Het is een ontzettend moeilijk proces, omdat niemand je écht begrijpt”, zegt Hans. “Inmiddels weet ik dat het oplucht en dat je er veel mee wint, maar dat komt echt door de levenservaring. Je hebt dit grote probleem in je hoofd niet zomaar opgelost.”

Zelfs na zeventig jaar ervaart hij de gevolgen nog. Zo heeft hij sneller last van benauwdheid en infecties. “Ik ben in vlagen wat benauwder, maar daar krijg ik goede medicijnen voor en dan is het ook weer snel opgelost. Ik heb wel nog steeds veel last van oorontstekingen en dat is vervelend.”

Volgens Hans heeft zijn vroeggeboorte ook een positieve impact op zijn leven gehad. “Je bent een ontzettend uniek mens, omdat er niemand is die hetzelfde denkt als jou”, legt hij uit. “Je gaat veel creatiever om met je gebreken en je vindt manieren om iets wel te kunnen. Dat komt omdat je meer moeite moet doen en je krijgt veel doorzettingsvermogen. Uiteindelijk komt het wel goed, alleen de weg ernaar toe is langer. Kijk naar wat je wel kunt en praat met mensen over je gevoelens, dat lucht op.”