Mendes Stengs keert na ontslag terug bij Tata Steel en blikt terug op documentaire STAAL: ‘Een dwarsligger houdt het spoor recht’

Mendes Stengs met uitzicht op Tata Steel IJmuiden. Foto: Noortje Maenen

Mendes Stengs (49) werkt al achtentwintig jaar bij Tata Steel. Hij spreekt zich uit over de fouten die daar gemaakt worden. Volgens de fabriek was hij ‘te lastig’, daarom werd hij ontslagen. Toch is hij nog altijd trots op Tata Steel en zijn baan.

Zittend in restaurant Efes in Wijk aan Zee, komen door het raam de rookpluimen van de fabriek achter de duinen vandaan. Met een lege koffie roept Stengs naar de eigenaar: ‘Dennis, mag ik er nog eentje!’, die ondertussen een bestelling van zijn vaste gast aan het bereiden is. Er loopt iemand naar binnen. ‘Hoi Paul, hoe gaat ie?’, zegt Stengs.

Stengs is bekend van documentaire ‘STAAL’, gemaakt door 2Doc. In deze documentaire wordt de visie over de veranderingen bij Tata Steel van verschillende bewoners in de regio getoond. Je ziet hoe mensen samenleven in de regio, terwijl belangen erg uiteen kunnen lopen.

Werkend bij Tata Steel vertelt Stengs in de documentaire over zijn kritische blik op de fabriek: het is slecht voor de gezondheid en er moet ook zeker iets gebeuren. Maar trots op Tata Steel? Dat is Mendes zeker. Er moet volgens hem vooral geluisterd worden naar de bewoners in de regio.

Hij en zijn zoon zijn beide opgeleid en werkzaam bij de staalgigant. In de documentaire krijgt Stengs een belletje van Tata Steel: hij is ontslagen. Het nieuws sloeg hard bij hem in. Zijn zoon kon het niet geloven.

 Je werd ontslagen bij Tata Steel, hoe ging dat?

Het was een koude winterdag, om precies te zijn 15 januari. Ik had die ochtend op werk te horen gekregen dat ik niet meer mocht komen. Mijn zoon kwam moe thuis van zijn werk en toen moest ik het hem vertellen. Die jongen was in shock. De zes weken erna ging hij wél naar zijn werk, maar zijn vader zat thuis. Dan ga je wel bij jezelf denken: ben ik te ver gegaan? Of heb ik een gevoelige snaar geraakt?’

Vind je zelf dat je te ver bent gegaan?

‘Nee, dat vind ik zeker niet.’

Hoe reageerden je collega’s op je ontslag?

‘Ik heb weinig reacties gekregen. Dat geeft toch wel aan dat er minder kameraadschap is vergeleken met vroeger. Iedereen denkt misschien wel hetzelfde, maar durven zich niet uit te spreken. Ik heb er niks aan als iemand mij gaat bellen en mij een hart onder de riem probeert te steken. Ik moet gewoon mijn baan hebben. Mij bellen uit medelijden? Daar zit ik niet op te wachten.’

Wat voor invloed had het ontslag op je?

‘Dat heeft wel aan mij gevreten. Ik heb zes weken thuisgezeten en had helemaal geen energie. Ik kon ook nergens anders solliciteren, want daar had ik de puf helemaal niet voor. Ik had niet eens de puf om een uitkering aan te vragen. Dat hoop ik nooit meer mee te maken. Voor hen was het namelijk een mooie reden om van mij af te komen, want ze vonden mij lastig.’

Waarom vonden ze je lastig?

‘Het begon allemaal met de grafietregen in 2018. Ik had toen een artikel geschreven over de hoogovens: ‘Toon loyaliteit met de regio’. Ik heb toen opgemerkt dat het helemaal niet goed was waar het bedrijf mee bezig was. Als Tata zo door zou gaan, zouden ze over twee of drie jaar stoppen met het maken van staal. Op dat moment ben ik mij ermee gaan bemoeien en ben toen gaan protesteren. Ik had meerdere artikelen geschreven en uitgezocht waar de fout zat: bij het bedrijf of bij de overheid.’

‘Ik kwam hierdoor te veel in kranten, op televisie en social media. Toch moest ik juist mijn mond open blijven doen, anders ben ik over drie jaar misschien alsnog mijn baan kwijt. Niet dat ik alleen maar kritiek wil geven hoor, maar ik ben de enige die positief kritisch is geweest en daar konden ze misschien niet tegen. Je moet niet overal alleen maar in mee gaan. Een dwarsligger houdt namelijk het spoor recht.’

Waar ben jij kritisch over?

‘Er zijn nog steeds plekken waar geen schone sociale ruimte is. Mensen zitten nog in hun werkbank te eten. We leven in 2024, dat soort zaken moeten we gewoon helemaal niet hebben. Je hebt recht op een schone eet- en drinkruimte. Ik vind dat dit anders moet.’

Ben je alsnog trots op Tata Steel?

‘Ik ben wel trots op Tata Steel, maar ik ben het niet altijd eens met de beslissingen die er worden gemaakt. Sommige medewerkers in het bedrijf zijn namelijk gewoon passanten, want die zijn hier helemaal niet opgegroeid. Dan mag je hier wel wonen, maar je komt hier niet vandaan. Ze zijn waarschijnlijk zo weer weg zodra ze hun zakken hebben gevuld. Als het fout gaat kunnen zij weer ergens anders aan de slag en dan staan wij op straat met een uitkering. Uiteindelijk is het mijn baan en mijn werk. Ik kan waarschijnlijk niks anders en ik wil ook alleen maar bij Tata werken, dus daar moet ik voor vechten. Als ik mij niet had geuit over Tata Steel en mensen niet in laten zien dat we verkeerd bezig waren, was de fabriek over een paar jaar gesloten.’

Wat heb je ze precies in laten zien?

‘Ze moeten blij zijn met kritiek van omwonenden. Het bedrijf dacht: ‘die kopen we wel af, we geven ze een subsidie, we sponsoren een vereniging of maken mensen hun huis of auto schoon.’ Dat is nu niet meer zo, want mensen willen gewoon schone lucht.’

Willen ze kritiek van omwonenden in de doofpot stoppen?

‘Ze bagatelliseren het. Er werd bijvoorbeeld een overkapping gebouwd voor de grafietregen. Vervolgens zeggen ze: ‘Wat zeur je nou? We hebben het grafietprobleem toch opgelost?’. Er kwamen alleen nog maar meer problemen en uitdagingen, maar dat zag het bedrijf niet. Bij de afdeling communicatie zitten alleen maar medewerkers die hier niet vandaan komen. Als je wil weten wat er gebeurt, moet je gewoon elke dag hier zijn. Ga nou eens koffiedrinken en praten met die mensen. Ze hebben het helemaal verkeerd aangepakt.’

Op welke manier hebben ze het verkeerd aangepakt?

‘Er was eerst nooit reactie vanuit het bedrijf naar de omwonenden en alles werd gebagatelliseerd. De vakbond deed daar zelf ook aan mee, waardoor er polarisatie ontstond. Dat ging helemaal fout, want mensen in de regio voelen zich helemaal niet gehoord. Ik kreeg bijvoorbeeld een krantenartikel van een Zwitserse krant. Het was een oplage van 70.000 abonnees, over het probleem wat hier plaatsvindt. Dit stuurde ik naar de communicatieafdeling, maar ze snapten niet hoe ik daaraan kwam. Vervolgens maakten ze zich zorgen over het toerisme hier. Ze misten alles wat er gebeurde, zelfs als Tata Steel overal in de buitenlandse media stond.’

Na zes weken kreeg je weer te horen dat je terug mocht komen bij Tata Steel. Hoe ging dat?

‘Ja, ik mocht terugkomen. Ik had met een jurist een kort geding aangespannen, maar toen werd ook de documentaire bekend gemaakt. De trailer kwam online waar ik veel in voor kwam. Toen zijn ze waarschijnlijk gaan denken, want ik had een kort geding dat ik waarschijnlijk ging winnen en ik zat in die documentaire. Toen dachten ze natuurlijk dat het geen slimme zet was geweest. Als ik afzag van het kort geding mocht ik weer terugkomen, dus dat heb ik gedaan.’

Hoe keek de jurist naar jouw situatie?

‘Hij zag wel mogelijkheden om terug te komen. Hij was ervan overtuigd dat we het gingen redden bij de rechter. Tata Steel had mij vervelende voorstellen gedaan: de eerste was dat ik zelf ontslag nam en dan nog zes maanden doorbetaald zou krijgen en de andere keuze was dat ze mijn ontslag in gingen dienen bij het UWV. De volgende dag ging ik naar mijn werk en kreeg ik te horen dat ik niet meer werkzaam was bij Tata Steel, terwijl ik mijn werk naar volle tevredenheid deed. Het blijkt dus dat grote bedrijven ook fouten kunnen maken.’

Hoe voelde het voor je om terug te gaan?

‘Als een overwinning, maar er waren natuurlijk ook figuren die het als een nederlaag zagen.’

Voor jou was het dus een overwinning?

‘Ja tuurlijk. Als je terug mag komen, na zes weken thuiszitten, is dat fijn. Ik had natuurlijk ook wel mazzel dat ik heel veel in de media was gekomen, want de documentaire kwam uit en degene die er het vaakst in voorkwam was ontslagen. Dat ging natuurlijk helemaal landelijk, dus daar heb ik heel veel mazzel mee gehad. Na de afleveringen zag iedereen gewoon dat ik een hele loyale, trotse werknemer ben.’