Je hart, lever, nieren of je long, allemaal organen van jou, maar wat als je overlijdt? Heeft iemand anders er dan recht op? Wel als we het Vince Jones (18) vragen, hij staat net als 42% van de Nederlanders ingeschreven als orgaandonor. Waarop baseert een jong persoon, die niet bezig is met de dood, zijn keuze om organen te doneren?
Uit cijfers dat het CBS op 2 januari 2019 naar buiten bracht, blijkt dat naast de 42% van de Nederlands die positief tegenover orgaandonatie staan, er 31% van de Nederlanders kiest om zijn organen na overlijden niet te doneren.
Waarom heb je besloten om je organen te doneren?
“Mede door het donortekort, ik vind dat mensen die een orgaan nodig hebben, hier ook recht op hebben. Als iemand mijn nieren nog kan gebruiken om zo niet te overlijden en ik ben toch al overleden, dan vind ik het wel zo eerlijk dat zij nog even door kunnen met mijn organen. Als ik zelf een orgaan nodig heb, wil ik die ook zo snel mogelijk krijgen. Ik vond het geen moeilijke keuze en heb er niet heel lang over na moeten denken. Toen we het er thuis over gingen hebben zei ik al snel ‘ja, dat wil ik wel.’ Alleen over mijn hart heb ik langer na moeten denken.”
Welke organen en of weefsels mogen ze na je dood hergebruiken?
“Mijn nieren, alvleesklier, darmen, lever, longen, huid, oogweefsels, botweefsels, kraakbeen, pezen en bloedvaten mogen ze hebben. Mijn hart en mijn hartkleppen heb ik uitgesloten van donatie, omdat mijn hart persoonlijker voelt dan de rest van mijn organen. Ik maak daar onderscheid in en wil daarom dat ze niet aan mijn hart komen. Ik vind het moeilijk uit te leggen waarom mijn hart anders is dan mijn andere organen, maar die wil ik gewoon bij me houden na mijn dood. Ik vind het geen fijn idee dat iemand anders rondloopt met mijn hart, het voelt persoonlijker.”
Moeten alle jongeren volgens jou kiezen voor orgaandonatie?
“Nee, zeker niet. Ik denk dat dat een hele persoonlijke kwestie is en dat iedereen dat voor zichzelf moet beslissen. Dat is het wel doe betekent niet dat ik het iedereen opleg om het ook te doen. Wel vind ik dat iedereen na moet denken over orgaandonatie, vooral jongeren die er niet mee bezig zijn. Als tip zou ik heb meegeven: volg je hart, maak een keuze waar jij je goed bij voelt.”
Wat vind je van het ja-tenzij systeem dat vanaf 1 juli 2020 ingaat?
“Dat vind ik een goed systeem. Mensen die geen bezwaar hebben maar geen moeite doen om de keuze te wijzigen staan nu nog als ‘nee’ in het systeem en straks niet meer. Mensen die expliciet geen donor willen worden, kunnen zich bij het ‘ja-tenzij’-systeem alsnog uitschrijven. Ik denk dat door deze regeling het donortekort afneemt, ik denk niet dat het probleem direct opgelost is, maar ik denk dat het een stap in de goede richting is.”
Denk jij dat je te jong bent om een bewuste keuze over orgaandonatie te maken?
“Nee ik ben achttien, Vanaf je achttiende levensjaar mag verwacht worden dat iemand een weloverwogen keuze kan maken, je bent tenslotte volwassen. Daarbij kun je met familie en vrienden over het onderwerp praten en mocht je je later bedenken, dan kun je de keuze simpel online aanpassen. Ik snap dat het iets is waar niet veel jongeren over nadenken omdat zij niet bezig zijn met doodgaan, maar ik denk niet dat je te jong kan zijn om die beslissing te maken. Je kan tenslotte ook op deze leeftijd overlijden en dan is het toch fijn als je een keuze hebt gemaakt.”
Vind jij dat bepaalde groepen mensen meer recht hebben dan andere?
“Ik vind dat mensen die hun eigen longen kapot hebben gerookt minder recht hebben dan mensen die er niets aan kunnen doen dat ze een donorlong nodig hebben. Aan de andere kant denk ik niet je een voormalig roker nieuwe organen mag ontnemen. Zij hebben ze dan wel kapot gemaakt, maar ik vind niet dat zij hun hele leven moeten wachten op een nieuw orgaan omdat ze telkens omlaag geplaatst worden. Als mens heb je recht op een donororgaan op het moment dat jou orgaan het opgeeft, het lijkt me echter niet ethisch als die persoon na de transplantatie weer drie pakjes per dag oprookt. Ook vind ik dat kinderen en jongvolwassenen meer recht hebben op organen dan vijfenzestigplussers. Dit omdat jongeren nog een heel leven voor zich hebben en dat zij met een gezond orgaan verder kunnen leven. Bij ouderen is dit niet het geval, zij hebben het grootste deel van hun leven al achter de rug en de kans is groter dat zij andere gezondheidscomplicaties krijgen in de jaren die volgen op de transplantatie. Het is niet dat zij nooit een orgaan mogen krijgen, maar ik denk dat jongere mensen het beter kunnen gebruiken.”
Als de technologie zich voortdurend ontwikkelt, wat is dan de oplossing tegen het orgaantekort in 2050?
“Ik denk dat we over een paar jaar hele organen kunnen kweken in dieren, zoals we nu al kunnen met hartkleppen van varkens. Of het helemaal ethisch is, is een tweede, maar we eten ook varkensvlees dus ik denk mensen er best voor open staan.
Een andere oplossing is het ‘langer houdbaar’ maken van organen, zodat mensen die niet in het ziekenhuis overlijden ook nog kunnen doneren. Op dit moment is het vaak te laat en zijn de organen op het moment dat ze in het ziekenhuis komen niet meer geschikt voor transplantatie. Als we in de komende dertig jaar een manier vinden om organen effectief te transporteren kunnen we ze misschien zelfs met ziekenhuizen in het buitenland uitwisselen. Zo kan het orgaantekort op een grotere schaal opgelost worden met zowel mensen in Nederland als mensen in het buitenland die een geschikte nier hebben.”