Reportage – Tussen ‘Welkom’ en ‘Weg ermee’

Doek van AFA voor het hek met de tekst: ‘Nazi Lives Don’t Matter’.

Aan de Europalaan in Utrecht protesteert de Nederlandse Volksunie (NVU) tegen een asielzoekerscentrum in Transwijk. Tegelijkertijd is er een tegendemonstratie van de groep New Neighbours en AFA, waar ook lokale politici, omwonenden en Utrechtse burgers bij aansluiten. De groepen staan lijnrecht tegenover elkaar. Het effect van asielprotesten op de Nederlandse burger is zichtbaar.

Het is een koude zondagmiddag. Enkele politiebusjes staan vanaf 13.30 uur paraat, tegenover de locatie van het asielzoekerscentrum. Er is enige reuring tussen vroege demonstranten, politieagenten en journalisten. Een rij hekken tekent de grens tussen twee werelden die elkaar liever niet zien. Aan de ene kant: spandoeken met harten, kartonnen borden met “Niemand is illegaal” en “Vluchtelingen welkom”. Veertig meter verder, aan de andere kant: een klein groepje mannen in donkere jassen en met strakke blikken, wachtend op de komst van de tegenpartij.

Aanleiding is het besluit van de Utrechtse gemeenteraad om in het kantoorpand een asielzoekerscentrum te vestigen voor 385 mensen, vooral vrouwen en kinderen. Momenteel verblijven er ongeveer 200 mensen. De bedoeling is om er vanaf 2028 een definitieve opvang van te maken voor een periode van vijftien jaar. Het oude Rabobank‑kantoor wordt daarvoor verbouwd, deze verbouwing staat gepland voor 2027.

De gemeente gaat akkoord, maar de straat wordt het forum. Rechtse demonstranten, onder wie de NVU, kondigen vooraf aan bij het azc te protesteren. New Neighbours reageert daarop met een open brief aan burgemeester Sharon Dijksma: “Wij vinden dit onbegrijpelijk.” De groep vindt het kwalijk dat gevluchte vrouwen en kinderen worden geconfronteerd met een groep mannen die tegen hun komst is. Ook New Neighbours kondigt daarom een protest aan als solidariteitsdemonstratie en komt in actie. Letterlijk en figuurlijk staan twee groepen tegenover elkaar.

Etienne van Basten (midden) met zijn mede-aanhangers van de NVU.

Terwijl steeds meer tegendemonstranten aanschuiven, staat aan de overkant Etienne van Basten, geboren en getogen Utrechter, lid van de NVU. Hij oogt rustiger dan de karikatuur die sommigen van hem hebben: geen gebalde vuist, maar een jas dichtgeritst tegen de kou en een pet op. “Hier hebben we een gebouw, een azc,” zegt hij. “En daar wonen kinderen en vrouwen. Daar heb ik geen moeite mee. Alleen: dit mag geen permanent verblijf worden.”

Zijn stem is vlak, bijna zakelijk. Hij woont in Overvecht, zegt hij, een multiculturele wijk waar het volgens hem “hartstikke goed” gaat. Toch gaat het hem om de locatie, om de schaarste aan woningen. “Maak er studentenwoningen van. Onze jongeren komen ook woningen tekort.” Hij vreest dat het tijdelijke karakter vervaagt. “Je weet nooit wat ertussen zit aan mensen. Ideeën kunnen veranderen.” Hij loopt terug en gaat tegen het hek aanstaan. De woorden “je weet nooit wat ertussen zit” vallen vaker. Ze hangen even in de lucht, als een onuitgesproken beschuldiging.

Om 14.00 uur leidt de linkerkant het protest in en de muziek gaat aan. Liederen als “Bella ciao” en “Mag ik dan bij jou” van Claudia de Breij schallen uit de grote box. Ongeveer tachtig tegendemonstranten lopen richting de hekken van New Neighbours en roepen leuzen als “You are not alone” en “Vluchtelingen welkom, nazi’s niet”.

Het woord “nazi” valt vaker aan deze kant van het protest. Ook Ben van Impelen, commissielid van LINK, gebruikt die term bewust: “Ik weet niet of alle aanwezigen precies nazi’s zijn. Maar het hoeft voor mij niet dat iemand een hakenkruis aan de muur heeft.” Hij voegt toe: “Als je vreemdelingen, in dit geval vluchtelingen, als minderwaardig of als vijandig element neerzet, dan vind ik dat nazistisch en fascistisch.” Volgens hem lopen er “ook wel een paar onversneden bekende nazi‑kopstukken” rond en “moet je soms een grens trekken en het bij de naam noemen.”

Terwijl van Impelen met anderen naar boven zwaait en roept richting de opvanglocatie, bewegen de asielzoekers zich langzaam naar de ramen. Ze lachen, zwaaien en houden A4’tjes met getekende hartjes tegen het glas. De empathie spat ervan af. “Er wordt veel liefde naar ons toegestraald,” zegt van Impelen. Hij wil de bewoners daarom een hart onder de riem steken en heft met zichtbaar vertrouwen zijn bord met de tekst “Utrecht loves iedereen”.

Asielzoekers kijken verbaast naar buiten en verwelkomen de demonstranten.

Even later gaat het mis. “Onze kant is ingesneakt door iemand van de tegenpartij,” vertelt van Impelen. “Hij rukte het bord uit mijn handen, scheurde er een hoek af en het viel op de grond. De politie reageerde meteen.” Daarna loopt van Impelen achter de jongen aan. “Ik wilde gewoon mijn stukje bord terug, dan kon ik het weer in elkaar plakken,” legt hij uit. Hij benadert de jongen en verrassend krijgt hij het bord meteen terug. Hij lacht: “Dat had ik niet verwacht.” Voor hem voelt het op dat moment “toch een beetje als sorry”.

Volgens van Impelen wordt de jongen aangehouden wegens ordeverstoring. Ook een andere rechtse demonstrant wordt volgens hem aangehouden vanwege een “NSB‑vergelijkend symbool op een vlag”. De politie deelt daarover verder geen informatie. Een agent geeft wel aan dat dit soort incidenten reden is om hekken tussen de partijen te plaatsen.

De wind trekt aan een banner van New Neighbours, een lokaal initiatief dat nieuwkomers helpt en een van de hoofdorganisatoren van het protest. Op het doek aan het hek staat “Nazi Lives Don’t Matter”, de leus van de antifascistische actiegroep AFA. Een toon die niet past bij de vriendelijkere benadering van New Neighbours. AFA klinkt scherper dan het koor ernaast. Want tussen de betrokken New Neighbours, de Dolle Mina’s en het de‑escalatieteam Sfeerbeheer klinkt juist de zachte tegenstem: “You are welcome” en “No human is illegal.”

Hun inzet is de bewoners bemoedigen en confrontatie voorkomen. Doordat meerdere clubs samen optrekken komen er af en toe hardere leuzen aan bod, die Sfeerbeheer probeert te dempen. Ayla Emmink, lid van dit team en te herkennen aan een geel hesje, zegt: “We willen een positieve boodschap uitstralen richting bewoners en ook een confrontatie met de tegenreactie voorkomen.” De groep is onderdeel van de organisatie, met de speciale taak te zorgen dat alles volgens de regels verloopt.

Anti‑azc‑leuzen zijn aan deze kant nauwelijks te horen, de politie staat ertussenin. “De andere leuzen heb ik niet eens gehoord,” bevestigt Emmink. Aan de overkant bij de NVU klinken wel tegenkreten: “Antifa oprotten”, “AZC weg ermee” en “Linkse ratten.” Toch overstemt de linkerkant het plein. Van Impelen beschrijft het als een gevoel van overwinning. “We laten nu als Utrecht zien dat er een meerderheid is die dit een goed idee vindt,” zegt hij.

Van Basten geeft niet op en pakt zijn megafoon. “Vandaag spreek ik mij uit tegen het voornemen om in Utrecht een permanent azc te vestigen,” begint hij. “Niet uit onwil tegenover mensen in nood, maar uit zorg voor onze stad en de keuzes die nu worden gemaakt.” Hij somt de woningnood en de druk op zorg, onderwijs en openbaar vervoer op en stelt de vraag: “Is een permanente locatie hier werkelijk de juiste oplossing?” Volgens hem en zijn aanhangers krijgen Utrechters te weinig inspraak. “Plannen worden gepresenteerd als voldongen feiten, maar draagvlak ontstaat door te luisteren.” De groep komt dichterbij hem staan en knikt.

NVU-aanhangers maken zichzelf zichtbaar.

Aan de overkant stapt een vrouw met een wit‑zwart sjaaltje naar voren. Ze wil liever niet met naam genoemd worden. “Ik sta hier namens mezelf,” zegt ze. “Niet namens een partij. Gewoon als bezorgde burger.” Ze is een van de tegendemonstranten die zich via mond‑tot‑mond en appgroepen heeft aangesloten. Ze kent veel mensen in Utrecht zegt ze en staat vaker op de Neude bij demonstraties. “We willen een warm welkom bieden. Vluchtelingen hebben redenen om te vluchten. Je gaat niet zomaar weg en laat alles achter.” Ze zucht, kijkt naar de overkant. “Het wordt altijd gedaan alsof we overspoeld worden. Als je naar de cijfers kijkt, is dat gewoon niet waar.”

Wat zeggen de cijfers? Wie de cijfers bekijkt, ziet een instroom die schommelt rond enkele duizenden per maand. Volgens CBS StatLine varieert het aantal eerste asielaanvragen in 2025 ongeveer tussen 1,3 en 2,7 duizend per maand. De IND‑rapportage Asieltrends noteert in november 2025 een totale asielinstroom van 3.936. In Europees perspectief hoort Nederland niet tot de landen met de hoogste instroom per hoofd van de bevolking. Griekenland, Cyprus en Ierland liggen boven het EU‑gemiddelde. De aanhoudende druk in de opvangcentra wordt bovendien verklaard door problemen in de doorstroom. Achterstanden in procedures en het uitblijven van huisvesting voor statushouders houden bedden bezet, aldus het COA.

De spanning is voelbaar maar ingehouden. Na wat onrust vervolgt de demonstrant haar verhaal. Vooraf is ze bezorgd over mogelijke escalatie, zegt ze. “Hoe gaat het lopen? Ik hoop dat het vreedzaam blijft. Dat is voor mij heel belangrijk.” Vooralsnog blijft het rustig.

Terug bij van Basten benadrukt hij dat hij niet tegen de mensen in het azc is, maar tegen de manier waarop opvang wordt georganiseerd. “Bepaalde gemeenten moeten te veel mensen opnemen. En de elitebuurten? Daar zitten ze niet. Ga dan echt goed verspreiden.” De tegenstelling is scherp, maar niet zwart‑wit. “Voor die mensen is het ook niet fijn,” zegt hij. “Die willen een eigen huisje.” Hij spreekt over terugkeer naar veilige landen, over wortels. De tegendemonstrant spreekt over verantwoordelijkheid, over cijfers, over angst. Twee werkelijkheden die elkaar net niet raken.

In de gemeente Utrecht speelt de Spreidingswet een belangrijke rol bij de komst van nieuwe opvanglocaties. Voor Utrecht betekent dit dat de stad wettelijk verplicht is opvang te realiseren, zoals het geplande azc aan de Europalaan. Van Basten spreekt over overlast in de stad, over het Bolledak, over Syriërs die “blijven hangen”. “Waarom moet Nederland het afvalputje van Europa worden?” vraagt hij. Het is een vraag die een grote rol speelt in de huidige politiek.

De anonieme tegendemonstrant kijkt naar haar schoenen. “Ik ben blij dat we in de meerderheid zijn,” zegt ze. “Dat voelt goed.” Ze praat over gesprekken die ze heeft met Palestijnen en andere vluchtelingen op de Neude. “We zien elkaar, we praten. Dat is ook Utrecht.”

Het kantoorpand zelf, grijs en hoekig, kijkt toe. Ramen die ooit spreadsheets zagen, zullen kinderbedjes en plastic planten zien. Binnenkort valt wellicht ook de geur van wereldse kruiden en shampoo op.

Aan het einde van de middag begint de kou te bijten. De muziek stopt en mensen druppelen weg. De hekken blijven staan. Het pand blijft. De discussie ook. Aan de Europalaan bevraagt een stad zichzelf: wie hoort hier en wie bepaalt dat? Als de menigte oplost, blijft het geluid van verkeer over. In de berm blijven enkele papieren liggen. “Welkom,” staat er nog net leesbaar.

Spandoek met de tekst: ‘Vluchtelingen Welkom’ aan de voorkant van de straat.

Een persfotograaf is aanwezig en legt demonstranten vast tijdens het schreeuwen van leuzen.