Achtergrondverhaal

Online haat en intimidatie tegen vrouwelijke Tweede Kamerleden: “Het hoort er inmiddels bij.”

Foto’s: Sofie Bouwmeester

Op X, voorheen bekend als Twitter, is het dagelijks terug te lezen: haatreacties op vrouwelijke politici in de Tweede Kamer. “Je kakelt aan één stuk door” of “leeghoofdig”, zijn voorbeelden van haatcomments die Kamerleden naar hun hoofd geslingerd krijgen. Het zijn geen losse incidenten meer, maar het is een patroon. Uit onderzoek van Atria en Ipsos I&O (2024) blijkt dat wel 47% van de vrouwelijke politici online agressie ervaart. Rond de verkiezingen neemt die druk alleen maar toe. Hoe beïnvloedt deze digitale haat hun werk en wat betekent het voor de toekomst van de vrouwen in de Tweede Kamer?

Online haat tegen vrouwelijke politici groeit. Op X regent het persoonlijke aanvallen, seksistische opmerkingen en bedreigingen. Hoewel de lokale politici het ijkpunt waren van eerder onderzoek, waarschuwt politicoloog Zahra Runderkamp ook voor haat rondom nationale politici: “Ik verwacht dat het in de Tweede Kamer minstens net zo erg is als op het lokale niveau.” Het maakt politiek bedrijven voor vrouwen niet alleen moeilijker, maar kan de democratie ook in gevaar brengen.

Online haat en intimidatie Wat we verstaan onder online haat en intimidatie verschilt. In het onderzoeksrapport van het Atria & Ipsos Instituut wordt onderscheid gemaakt tussen online verbale agressie zoals schelden, kleineren of discriminerende opmerkingen. Grootschalige onderzoeken van de Universiteit van Amsterdam bevestigen dat vooral termen als ‘heks’ en ‘hoer’ vaker voorkomen. Ook bedreiging en intimidatie via e-mail en sociale media tellen mee. Voorbeelden zijn digitale stalking, aanvallen op uiterlijk, stemtoon of gezinsleven en de verspreiding van desinformatie of geruchten. Het patroon is duidelijk: politici worden doelgericht aangevallen.

Het Montesquieu Instituut, ook wel het kenniscentrum voor de parlementaire democratie, signaleert hierbij een verschuiving van fysieke naar digitale intimidatie. Ze stelt dat de ‘digitale arena’ geweld versterkt en versnelt. Runderkamp bevestigt dit: “Het lijkt een dagelijkse realiteit te zijn geworden. Tweede Kamerleden zijn zichtbaarder, en we weten dat dit en hoe vaak je in de media komt factoren zijn die veel haat en agressie kunnen opleveren.” Ze geeft aan dat de progressieve partijen als D66 en GroenLinks/PvdA de meeste haat ontvangen, door het relatief hoge aantal vrouwen.

Toch weet VVD-Kamerlid Bente Becker hoe het voelt om doelwit te zijn. “Het hangt af van wanneer je een mediaoptreden hebt of iets online post. Dan komen reacties zoals: ‘ze praat mooi, maar ze regelt het niet’ of ‘praatpopje van de VVD, je kakelt aan één stuk door en je bent leeghoofdig’. Vooral op X roepen anonieme accounts de meest walgelijke dingen. Ik vind het erg als ik mezelf hoor zeggen dat het er inmiddels bij hoort, terwijl het er natuurlijk nooit bij zou moeten horen.”

Misogynie, wat is dat? Misogynie hangt samen met online haat en intimidatie, maar dan specifiek gericht op vrouwen. Het is ook wel een vakterm voor vrouwenhaat. Uit onderzoek van de Groene Amsterdammer en de Utrecht Data School (2021) blijkt dat 10% van alle tweets gericht aan vrouwen op kieslijsten haatdragend of zelfs bedreigend is. Voormalig D66-lijsttrekker Sigrid Kaag spande zo de kroon met maar liefst 22% aan haatdragende tweets, wat neerkomt op één tweet per kwartier. Het Atria bevestigt dat dit soort online incidenten vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen. In een interview met de Groene Amsterdammer zei Kaag hierover: “Het bredere patroon is dat tegen vrouwen en meisjes wordt gezegd: praat niet. Heb geen mening. En durf er niet voor te staan. Want wij weten jou te vinden.”

Runderkamp herkent de misogynie en legt uit: “Bij mannen gaat het vooral over politieke standpunten en idealen, bij vrouwen over uiterlijk en seksistische opmerkingen.” Becker herkent dit ook offline: “Je kunt in een vergadering of debat iets zeggen, en als een man hetzelfde herhaalt, krijgt hij opeens alle lof. Je moet als vrouw altijd extra je best doen.” Ze geeft aan zich erbij te hebben neergelegd, maar ziet het seksisme ook als een motivator: “Van: ik zal ze wel eens even een poepie laten ruiken.”

Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland is sprake van deze vormen van vrouwenhaat in de politiek. Amnesty International laat dit zien aan de hand van onderzoek waaruit blijkt dat er in één jaar wel 1,1 miljoen problematische of beledigende tweets werden verstuurd naar 778 politici en journalisten. Ook uit Zweeds onderzoek blijkt dat een derde van de ondervraagde lokale vrouwelijke politici heeft overwogen om hun politieke carrière te beëindigen vanwege online agressie en geweld.

Van haat naar barrière Geweld en intimidatie maken het voor politici steeds moeilijker om hun werk normaal uit te voeren. Gevoelige thema’s zoals migratie en feminisme worden daardoor vaak vermeden. Onderzoek van de Universiteit van Göteborg toont aan dat deze angst niet alleen leidt tot het mijden van onderwerpen, maar ook tot minder interactie met burgers en zelfs tot overwegingen om te stoppen of niet opnieuw te kandideren. In Nederland stapten vorig jaar een recordaantal van 225 wethouders op, blijkt uit het Wethoudersonderzoek 2023 van De Collegetafel. Ook Atria-onderzoek laat zien dat 1 op de 10 vrouwen in de decentrale politiek overweegt te stoppen vanwege agressie. Dit vormt een zorgwekkende bedreiging voor de toekomst van onze democratie.

Die druk is volgens Becker duidelijk voelbaar: “Als ik het bijvoorbeeld heb over femicide en vrouwenveiligheid, krijg je steun, maar ook ‘whataboutism’: mannen die zeggen ‘hoeveel mannen worden er dan vermoord door vrouwen?’ Of bij genitale verminking: ‘en mannenbesnijdenis dan?’ Alsof je niet mag zeggen dat iets een specifiek issue voor vrouwen is.”

Niet alleen zittende vrouwelijke politici ervaren deze obstakels, maar ook jonge vrouwen zien steeds meer barrières om politiek actief te worden. Internationale studies tonen dat jonge vrouwen in jongerenorganisaties minder geneigd zijn zich verkiesbaar te stellen, mede door angst voor online geweld. Daarbovenop speelt partijcultuur een rol: selectiecriteria en werktijden werken vaak in het voordeel van mannen, blijkt uit onderzoek van stichting Stem op een Vrouw.

Daarnaast versterken de ideeën van burgers de barrière om politiek geëngageerd te blijven. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek (2023) blijkt dat 81% van de kiezers erkent dat politici te veel te maken krijgen met online schelden en bedreigingen. Runderkamp noemt dit een vicieuze cirkel: “Vrouwen die er zijn, stoppen soms eerder met de politiek door toenemend geweld. Als jonge meiden daar nu naar kijken en denken: nou ja, dat hoef ik niet…dan houden we de huidige situatie in stand.”

Daling in het aantal meldingen, hoe kan dat? Het aantal meldingen bij het Team Bedreigde Politici is opvallend gedaald van 1.032 in 2022 naar 363 in 2024, waarvan 235 strafbare bedreigingen. Dat roept vragen op. Is de meldingsbereidheid veranderd, of ligt het aan de registratie? Volgens het Openbaar Ministerie heeft de lange kabinetsformatie in 2023 een rol gespeeld. “Bedreigingen hangen vaak samen met politieke gebeurtenissen en die waren er in 2024 minder”, staat in een persbericht.

Toch is de verwachting dat het aantal meldingen rond de verkiezingen weer zal stijgen. Onderzoek toont dat vooral de ernst van het incident, de meldmogelijkheden en het vertrouwen dat melden zin heeft, bepalend zijn voor meldingsbereidheid. Daarbij speelt gender een rol. Stichting Stem op een Vrouw stelt dat vrouwen minder geneigd zijn om geweld tegen hen te rapporteren. Redenen variëren van schaamte en taboe tot angst voor wraak, het idee dat daders ermee wegkomen, gebrek aan kennis over meldprocedures of de overtuiging dat het incident niet ernstig genoeg is. Ook wantrouwen richting instanties en discriminatie dragen bij. Dat vrouwen minder melden, maakt de cijfers moeilijk te interpreteren. Maar één ding is duidelijk: melden is cruciaal om het probleem zichtbaar te maken.

Democratie onder druk Democratie draait om herkenning, want burgers moeten zich kunnen herkennen in wie beslist. Maar volgens de Universiteit van Amsterdam tast online haat de kwaliteit van die representatie aan. “Wanneer vrouwen minder participeren of gehoord worden, raakt dat de kern van onze democratische besluitvorming.” Het Montesquieu Instituut gaat nog verder en noemt intimidatie van politici “een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting”, volgens hen de basis van elk democratisch systeem.

Uit cijfers van Stem op een Vrouw blijkt dat in 2024 slechts 38% van de Tweede Kamerleden vrouw is. Dat percentage blijft al jaren onder de 40% steken. “Dat betekent gewoon nog een flinke ondervertegenwoordiging van vrouwen,” zegt Runderkamp. “En dat heeft alles te maken met de cultuur waarin vrouwen structureel worden tegengewerkt, online én offline.”

Hoe de VVD hiernaar kijkt? Volgens Becker is de boodschap duidelijk: “De politieke agenda is voor ons heel belangrijk, want vrouwen zijn gelijkwaardig. En dat moeten we ook in alles uitstralen. En mensen die onvrije boodschappen willen verkondigen alsof vrouwen minderwaardig zijn, daar moet je geen ruimte aan geven.”


Data-verantwoording:

Voor dit verhaal is gebruikgemaakt van het onderzoek “Ga aardappelen schillen of zoiets” van Atria en Ipsos I&O (2022), uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige enquête onder ruim 3.000 politieke ambtsdragers in het decentraal bestuur (gemeenten, provincies en waterschappen). De analyse maakt deel uit van de Monitor Integriteit en Veiligheid 2022 en richt zich op de aard, omvang en gevolgen van online agressie en geweld tegen politici.

De resultaten laten zien dat 47% van de vrouwelijke decentrale politici in de afgelopen 12 maanden slachtoffer was van online agressie of geweld, tegenover 35% van de mannen. Vrouwen rapporteren vaker herhaalde incidenten en aanvallen op hun identiteit, zoals geslacht, politieke kleur of etniciteit. De impact is groot, want meer dan de helft ervaart psychologische of functionele gevolgen. En ruim een kwart past haar gedrag op sociale media aan. Hoewel meldingen van incidenten even vaak voorkomen bij mannen en vrouwen, zijn vrouwen minder tevreden over de opvolging en aanpak. Het onderzoeksjaar is een beperking, maar door de ervaringen van Tweede Kamerleden is vast te stellen dat ook in 2025 dezelfde problemen spelen.

Hetzelfde voor de cijfers afkomstig van het OM, uit het jaarlijkse overzicht van het Openbaar Ministerie en het Team Bedreigde Politici van de politie-eenheid Den Haag. Het team registreert meldingen van bedreigingen tegen landelijke politici en beoordeelt samen met het OM of sprake is van een strafbare bedreiging. In 2023 ontving het team 753 meldingen, waarvan 578 strafbaar bleken. In 2022 waren dat nog 1.125 meldingen en 889 strafbare bedreigingen. Hoewel er sprake is van een afname, valt te stellen dat ook richting de verkiezingen cijfers oplopen.