Interview

Voormalig Kamerlid Kirsten van den Hul over vrouwenhaat: “Ik wil geen dikke huid kweken.”

Haat richting vrouwelijke politici is geen nieuw fenomeen. Het was er al, het ís er en het raakt de democratie. Toch blijft het in de berichtgeving vaak bij een bijzinnetje, of onderzoek kaart het probleem weer aan. Voormalig PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul (2017–2021) weet uit eigen ervaring wat die haat met mensen doet.

Foto’s: Sofie Bouwmeester

Een dag met gemengde gevoelens

Het is de dag na de verkiezingen van 29 oktober 2025. We ontmoeten Kirsten van den Hul op de zonnige donderdagmiddag in een roze kamertje van DutchCulture aan de Nieuwe Herengracht te Amsterdam. Nederland is in spanning aan het afwachten op de verkiezingsuitslag. Zal Jetten winnen met D66 of komt Wilders weer aan de macht met de PVV?

“De verkiezingsuitslag stemt niet gerust,” zegt Van den Hul terwijl ze haar handen rond haar theekop legt. “Ja, ik ben blij voor partijen als D66, maar de Kamer is rechtser geworden dan in de afgelopen periode. En dat betekent vaak ook: minder vrouwen, minder diversiteit.” Van den Hul is een van de bezorgde stemmen. “Als een rechtse partij als PVV wint, gaat de representatie in de Kamer achteruit. Niet alleen qua geslacht, maar ook qua culturele achtergrond en levenservaring.”

Digitale haat in De Kamer

Die zorg om representatie staat niet op zichzelf. Minder diversiteit in de Tweede Kamer betekent niet alleen minder stemmen aan tafel, maar ook meer kwetsbaarheid voor degenen die wél zichtbaar zijn. Want naast politieke druk is er een andere realiteit die veel politici ervaren: digitale haat.

“Ja..,” zegt Van den Hul, “helaas heb ik dat zelf ook ervaren. Op sociale media, via e-mail, soms zelfs op straat. En een deel daarvan is specifiek gericht op vrouwen: geseksualiseerde haat, opmerkingen over je uiterlijk, bedreigingen met verkrachting. Dat hoort niet bij het werk. Punt.”

Uit het rapport “Ga aardappelen schillen of zoiets” van Atria en Ipsos I&O (2024) blijkt dat bijna de helft van de vrouwelijke politici te maken heeft met online agressie. De onderzoekers schrijven dat de mentale belasting van herhaalde agressie niet onderschat mag worden. Veel vrouwen melden stress, emotionele uitputting, slaapproblemen en zelfs paniekaanvallen.

Van den Hul herkent deze effecten niet direct, maar ziet wel andere gevolgen in. “Een vriendin zei ooit tegen me: ‘Laat iemand anders je sociale media checken na een tv-optreden. Dat was niet voor niets,” vertelt ze. “De reacties kunnen soms keihard binnenkomen.” Onder een post over partnergeweld las ze ooit: ‘Had hij maar beter moeten raken, dan hoefden we dit gezeik niet aan te horen.’ Van den Hul: “Dat ging nota bene over partnergeweld, iets wat ik zelf heb meegemaakt. Zo’n reactie komt zó hard aan, dat is echt pijnlijk.”

Mijn privéleven

Wanneer het gesprek op haar thuissituatie komt, valt er even stilte. “Mijn man komt uit Egypte,” zegt Van den Hul. “Hij is moslim en juist dat maakte hem zelfs doelwit van haatberichten. En dan te bedenken dat mijn man, die nooit voor de politiek koos, daar dus ook in werd meegesleurd. Dat raakt me het meest.”

Ze kijkt even naar beneden. “Ik kreeg mails met opmerkingen over onze relatie, over zijn geloof, over hoe iemand als ik ‘nooit een echte Nederlander’ zou kunnen vertegenwoordigen,” vertelt ze. “Die islamofobie zat overal in verweven en dat vond ik nog erger dan de haat die op mij persoonlijk gericht was. Zodra het mijn gezin raakt, dan gaat het te ver.”

Ze vertelt hoe zelfs roddelbladen hun huwelijk als onderwerp gebruikten. “Toen hij werd aangesproken op iets wat in de media over mij stond, voelde ik pas écht wat de impact was. Want ik wil niet dat mijn werk anderen schaadt. Zeker niet degene van wie ik het meest hou.”

“Ik wil geen dikke huid kweken”

Toen Van den Hul in 2017 Kamerlid werd, kwam ze terecht in een periode waarin haar partij een enorme verkiezingsnederlaag leed. PvdA ging van 36 naar 9 zetels. “Dat betekende: een kleine fractie, veel portefeuilles, lange dagen en ondertussen de constante online storm. Je leert snel, maar het is zwaar.” Van den Hul droeg verantwoordelijkheid voor zware dossiers zoals Buitenlandse Handel, Ontwikkelingssamenwerking en later Onderwijs en Emancipatie.”

Van den Hul vertelt dat ze, ondanks alles, bewust weigerde om zich af te sluiten. “Mensen zeggen vaak: ‘Je moet een dikke huid kweken.’ Maar ik vind dat een gevaarlijke uitspraak. Alsof je ongevoelig moet worden voor haat. Ik wil juist mens blijven. Als haat je niets meer doet, dan ben je iets verloren.”

Toch leerde ze strategieën om zichzelf te beschermen. “Ik heb geleerd dat het soms helpt om een buffer in te bouwen. Niet meteen alle reacties lezen, even afstand nemen. Maar ik ben nooit van sociale media afgegaan. Juist niet, want zichtbaarheid is belangrijk. Als vrouwen zich terugtrekken, wint de haat.” Ze voegt toe: “Je balanceert voortdurend tussen jezelf beschermen en jezelf verliezen. En dat is een prijs die vrouwen te vaak moeten betalen.”

In de jaren daarna begon ze steeds beter te zien wat dat met haar deed. “Toen ik stopte, zei mijn man: ‘Welkom terug.’ En dat was confronterend. Want ik was er weer, letterlijk. Tijdens mijn Kamerperiode draaide alles om werk. Je merkt pas hoe heftig het was, als je eruit stapt.” Toch stelt ze: “Ik zou het niet hebben willen missen.”

De normalisering van vrouwenhaat

Het Montesquieu Instituut (2021), ook wel het kenniscentrum voor de parlementaire democratie, waarschuwt voor die normalisering.

Van den Hul noemt dat “levensgevaarlijk”. Ze legt uit: “Zodra we haat zien als iets wat er gewoon bij hoort, verschuiven de grenzen. Dan stomp je af. Dan denk je: het hoort erbij. En dat is het moment dat we allemaal verliezen. Want racisme, seksisme, transfobie, dat zijn geen meningen. Dat zijn misdrijven.” Ze zucht. “Het is precies dat mechanisme waardoor vrouwen op een gegeven moment minder vaak hun mening durven te geven. En dat raakt uiteindelijk de hele democratie.”

Mannencultuur in de Tweede Kamer

Volgens het Monitor Integriteit en Veiligheid 2024 – Deelrapport Agressie (Ipsos I&O, 2024) ervaren vrouwelijke politici vaker gevoelens van machteloosheid en frustratie door agressie dan mannelijke collega’s.

Van den Hul ziet waarom: “Ik heb nooit gehoord dat Lodewijk Asscher een opmerking kreeg over zijn stropdas of zijn haar. Terwijl ik eindeloos commentaar kreeg op mijn kleding of lippenstift. Bij vrouwen gaat het altijd over uiterlijk of over hun privéleven. Dat is een teken van een politieke cultuur die nog steeds door mannen is gevormd.”

Die cultuur verandert langzaam, zegt ze. “Gelukkig zien we meer jongeren, meer vrouwen in de Kamer. Maar er is nog een wereld te winnen. Want zolang vrouwen zich moeten verdedigen voor het feit dát ze vrouw zijn, is er geen gelijk speelveld.”

Online haat als verlengde van geweld

In haar tijd als Kamerlid diende Van den Hul een initiatiefnota in over de aanpak van geweld tegen vrouwen. “Voor mij horen online haat en fysiek geweld bij hetzelfde probleem,” zegt ze. “Ze komen voort uit dezelfde cultuur: een wereld die masculiniteit verheerlijkt, die dominantie en minachting voor vrouwen beloont. Je ziet het in de online manosphere, bij figuren als Andrew Tate. Dat gedachtegoed wint terrein, ook onder Nederlandse jongens en dat is verontrustend.”

Van den Hul kreeg het advies om voorzichtig te zijn met persoonlijke verhalen, toen ze openlijk deelde over haar eigen ervaring met huiselijk geweld. “Mensen zeiden: ‘Wees voorzichtig, straks gaat het aan je kleven.’ Maar ik dacht: het ís al een deel van mij. Waarom zou ik me daarvoor schamen? Daders moeten zich schamen, niet slachtoffers.” Kwetsbaarheid tonen is volgens haar geen zwakte, maar juist een politieke daad.

Die openheid bleek krachtig. “Na dat debat kreeg ik talloze brieven en berichten van vrouwen die zeiden dat ze eindelijk ook durfden te spreken. Als dat het effect is, dan was het de moeite meer dan waard.” Haar advies: “We moeten meer politici met geleefde ervaring hebben. Mensen die niet alleen beleid maken, maar weten hoe het écht voelt.

Wat is de manosphere? Manosphere is een benadering voor het online netwerk van groepen die zich verzetten tegen feminisme en vaak vrouwonvriendelijke ideeën verspreiden. Denk aan incels, pick-up artists en mannenrechtenactivisten. Andrew Tate is hier een voorbeeld van. Zijn invloed groeit, vooral onder jongeren.

Het belang van steun en solidariteit

Volgens Van den Hul is steun essentieel om vrouwen in de politiek te behouden. “De organisatie Stem op een Vrouw doet daar fantastisch werk in. Hun mentor- en buddyprogramma’s zijn van levensbelang. In mijn tijd was er nog geen vertrouwenspersoon in de Kamer, nu gelukkig wel, dankzij Vera Bergkamp. Maar het kan beter. Sociale veiligheid moet een basisvoorwaarde zijn, geen luxe.”

Ze pleit voor sterkere netwerken binnen partijen: “Bij de PvdA heb je de Rode Vrouwen, bij GroenLinks FemNet, bij D66 het Els Borst Netwerk. Zulke netwerken zijn cruciaal. Ze bieden een vangnet, een community. Want in de politiek kun je je soms heel alleen voelen Zonder mijn eigen ‘support squad’ was het me niet gelukt.”

“Laat je niet tegenhouden”

Aan het einde van het gesprek, wanneer de thee koud is geworden, richt Van den Hul zich tot de volgende generatie vrouwen: “Doe het,” zegt ze vastberaden. “Laat je niet tegenhouden door angst of haat. Zoek een partij waar diversiteit geen slogan is maar een waarde en omring je met steun.

Ze glimlacht even en besluit: “We hebben vrouwen nodig in de politiek. Zolang haat vrouwen het zwijgen oplegt, moeten wij blijven spreken.”