Achtergrondverhaal: Kunst als hulpmiddel

Bijna de helft van de jongeren in Nederland beoordeelt de eigen mentale gezondheid als niet goed. Dat blijkt uit een rapport van GGD GHOR Nederland en het RIVM. Zij deden grootschalig onderzoek onder ruim 135.000 mensen van 16 tot en met 25 jaar. De twee instellingen spreken uit zorgen te hebben over de mentale toestand onder jongvolwassenen schrijft GGD GHOR Nederland op 21 januari.

De cijfers schetsen een ongemakkelijke realiteit. Veel jongeren zitten niet lekker in hun vel, maar hulp laat vaak op zich wachten. Wachttijden in de GGZ zijn lang. Voor sommige mensen leidt dit tot het zoeken van alternatieven, zoals zichzelf uiten door middel van kunst. Niet alleen omdat het ‘hip’ is, maar ook omdat zorg moeilijk bereikbaar is.

Ook Marije Kooij, die Creatieve Therapie studeerde en nu Lego Serious Play Coach en organisatie-antropoloog is, ziet deze ontwikkelingen. “Ik vind het heel zorgelijk dat de wachtlijsten tot de zorg zo lang zijn. Ik denk dat daarin kansen liggen om groepen bij elkaar te brengen om vanuit een gemeenschappelijke deler dialogen aan te gaan.” Marije doet dat zelf, met haar cliënten bijvoorbeeld met Lego. Door middel van Lego materiaal en verbeelding laat zij mensen nieuwe inzichten zien.

Wat is creatieve therapie precies?

Creatieve therapie kent vele benamingen zoals vaktherapie, kunsttherapie en creatieve therapie. Het is een vorm van behandeling waarmee hulpverleners op een creatieve manier ontwikkeling en veranderingen op gang proberen te brengen bij personen met mentale problemen of stoornissen. Binnen de creatieve therapie zijn er verschillende vormen: muziektherapie, dramatherapie, beeldende therapie en dans- en bewegingstherapie.

“Ik denk dat creativiteit aanzet bij mensen. Dat het je juist heel erg verbindt met jezelf. Zonder dat je ergens nog woorden aan gegeven hebt, ben je bezig met bepaalde emoties. Je gaat fysiek aan de slag met materiaal en ondertussen kun je een goed gesprek voeren. Net als met de taarten van Abel eigenlijk!”, legt Kooij uit.  

De grenzen van creatieve therapie

Volgens beroepsvereniging Federatie Vaktherapeutische Beroepen worden jaarlijks tienduizenden cliënten behandeld met een vorm van creatieve therapie. Wetenschappelijke onderbouwing lijkt echter nog steeds een onderwerp van discussie. Hoewel studies positieve effecten laten zien op bijvoorbeeld emotieregulatie en traumaverwerking, zijn veel onderzoeken kleinschalig en moeilijk onderling te vergelijken. Dat roept de vraag op in hoeverre creatieve therapie een volwaardig alternatief vormt voor meer traditionele behandelmethoden, of dat het vooral functioneert als ondersteunende vorm van zorg.

“Als je echt een psychiatrische patiënt hebt die schizofreen is en de grens tussen wat is werkelijkheid en realiteit niet ziet, dan is een psychiater nodig en wellicht medicatie om daarin te sturen. Een psycholoog kent veel meer behandelmethodieken. Het ligt aan hoe zwaar een bepaald trauma is of een kunsttherapeut deze klachten kan behandelen”, vindt Kooij.

Ook Marjolein Dorresteijn denkt er zo over. Zij studeerde in 2009 kunsttherapie, is nu werkzaam bij de GGD als kunsttherapeut en heeft haar eigen praktijk. “Er is inderdaad veel kritiek over de meetbaarheid. Psychische gesteldheid is individueel. Je kan wel een beetje scoren, iemand geeft aan het begin van de sessies zijn leven een 2/10. Na therapie is het dan misschien een 7/10. Als iemand nog steeds ziek is maar wel het gevoel heeft dat die het weer aankan, dan vind ik dat een positief resultaat. Maar iemand is niet genezen”, legt Dorresteijn uit. In de podcast ‘Binnenin mij’ legt zij dit, en haar werk, verder uit.

Onderzoek naar de effecten van kunsttherapie

Die persoonlijke ervaringen sluiten deels aan bij wetenschappelijk onderzoek naar kunsttherapie. Uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat kunsttherapie inderdaad positieve effecten kan hebben op mentale gezondheid. Zo laat een meta-analyse uit 2021 zien dat creatieve interventies leiden tot een duidelijke afname van posttraumatische stressklachten en negatieve stemming bij jongeren die trauma hebben meegemaakt.

Ook bij andere doelgroepen worden positieve effecten gevonden. Een groot internationaal onderzoek uit 2024, gebaseerd op 69 studies en meer dan 4000 deelnemers, laat zien dat beeldende therapie samenhangt met verbeteringen in onder andere depressie, angst en kwaliteit van leven. Toch is dat beeld minder eenduidig dan het op het eerste gezicht lijkt: slechts 18 procent van de onderzochte uitkomsten liet daadwerkelijk significante verbetering zien ten opzichte van controlegroepen.

Volgens onderzoekers ligt een belangrijke verklaring in de kwaliteit van het bewijs. Veel studies zijn kleinschalig of methodologisch zwak, waardoor het lastig is om harde conclusies te trekken. Eerdere onderzoeken benadrukken daarom dat, hoewel kunsttherapie voor sommige mensen een waardevolle aanvulling kan zijn en mogelijk zelfs een toegankelijk alternatief voor gesprekstherapie, er meer grootschalig en zorgvuldig onderzoek nodig is voor de werking.

Aanvulling op therapie

Tot op heden is er dus nog niet genoeg bewijs dat laat zien dat creatieve therapie goed werkt als losstaande therapievorm. Ook binnen de reguliere GGZ wordt het vooral ingezet als aanvulling op andere therapieën. Zo schrijft GGZ op hun website: “Creatieve therapie kan een waardevolle aanvulling zijn op je behandelingstraject.”

Kooij herkent die nuance. Volgens haar zit de waarde niet alleen in het maken zelf, maar juist in de betekenis die eraan wordt gegeven. “Als je alleen iets maakt, blijft het een creatieproces. De meerwaarde ontstaat pas wanneer je samen gaat onderzoeken: waarom heb je dit gemaakt? Wat voel je daarbij?”

Een stap richting verwerking

Kortom lijkt creatieve therapie voor sommige mensen een waardevolle manier om emoties te uiten en inzicht te krijgen in hun gevoelens, maar is het effect niet eenduidig bewezen. De werking hangt sterk af van de context en begeleiding. “De meeste mensen komen voor zingeving en voor problemen die alledaags zijn. Dingen die te veel zijn, maar geen stoornis, kunnen zo ondersteund worden. Alles is spannend als je jongvolwassen bent. Het is fijn om dan een steuntje in de rug te krijgen”, beaamt Dorresteijn. Ook Kooij denkt er zo over. “Een creatieve vorm kan helpen om je emoties te duiden. Je zou creatief bezig zijn eigenlijk niet verwerking moeten noemen maar een soort van stap naar verwerking toe, die ruimte geeft in je hoofd om nieuwe inzichten te krijgen.”

Onderzoek bevestigt dit. Kunsttherapie is het meest effectief bij klachten die niet psychotisch zijn. Problemen die ‘alledaags’ zijn, kunnen goed ondersteund worden door een kunsttherapeut. Bij heftige problemen is het altijd aan te raden om psychologische hulp te zoeken, via de huisarts of een andere erkende zorginstelling.

Data verantwoording

De data die in dit artikel gebruikt zijn, zijn controleerbaar en afkomstig van erkende Nederlandse kennis- en gezondheidsinstituten die gespecialiseerd zijn in onderzoek, monitoring en publieksgezondheid. Zo zijn cijfers van GGD GHOR Nederland gebruikt. Deze cijfers zijn afkomstig uit 2025. Vooralsnog wordt deze monitor eens per twee jaar uitgevoerd en het daaropvolgende jaar gepubliceerd. Het gaat daarmee om de meest recente beschikbare meting. De data zijn verzameld door publieke gezondheidsinstanties en gebaseerd op grootschalig onderzoek onder Nederlandse jongeren, wat de betrouwbaarheid en representativiteit vergroot.

Daarnaast zijn cijfers van RIVM gebruikt. Deze cijfers zijn voor het laatst geüpdatet op 1 december 2025 en kunnen daardoor als actueel beschouwd worden. Het RIVM is een nationaal kennisinstituut dat wetenschappelijk onderzoek uitvoert in opdracht van de overheid en geldt binnen Nederland als een gezaghebbende bron op het gebied van volksgezondheid. De gebruikte cijfers zijn openbaar beschikbaar en daardoor controleerbaar voor het publiek. De cijfers zijn vormgegeven via Flourish.

De onderzoeken waarnaar in het achtergrondverhaal verwezen wordt, zijn afkomstig uit wetenschappelijke publicaties en onderzoeken van erkende instellingen. Daarbij is gekeken naar de actualiteit van de onderzoeken, de omvang van de onderzochte doelgroep en de mate waarin de resultaten onderbouwd en controleerbaar zijn. Door meerdere bronnen naast elkaar te gebruiken, is geprobeerd een zo betrouwbaar en genuanceerd mogelijk beeld van het onderwerp te schetsen.