
Steeds meer jonge Nederlanders kiezen ervoor om Nederland te verlaten en te emigreren naar een ander land. Dit heeft niet alleen te maken met de woningnood of baankansen, maar ook met dat Nederland wordt ervaren als strak gereguleerd. Ook Nikki (29) koos voor een ander leven.
Op het balkon van haar appartement aan de Costa Blanca zit Nikki in een hangstoel, haar hond tegen haar aan gedrukt. De zon is net even verdwenen, maar de warmte hangt nog in de lucht. Het is doordeweeks, midden op de dag, maar weinig aan deze middag doet denken aan een vaste werkdag. Nikki zit er rustig bij, alsof de tijd geen duidelijke richting heeft.
Ze woont op een paar minuten lopen van het strand en haar dagen zien er zelden hetzelfde uit. Omdat ze remote werkt en geen vaste tijden heeft, plant ze haar dag rondom wat goed voelt. ‘Ik vind het lekker om ’s ochtends te gaan sporten of na de lunch even te gaan paddelen.’ Daarna werkt ze weer verder. ‘En ’s avonds ga ik met de hond naar het strand.’ Een groot deel van haar dag speelt zich buiten af.
Tot een paar jaar geleden woonde Nikki nog in Nederland. Ze werkte fulltime, had vrienden, sportte en leidde een leven dat van buitenaf klopte. Alles was goed geregeld. Toch voelde het nooit als haar plek. ‘Mijn ouders zeggen dat ik al sinds ik tien ben roep dat Nederland het niet voor mij is, dat ik me er nooit helemaal thuis heb gevoeld.’
Wat haar het meest benauwde, was het vaste ritme van het dagelijks leven. Nikki noemt het zonder aarzeling een ‘robotleven’. ‘Je staat ’s ochtends in een overvolle trein in het donker. Je gaat naar kantoor. Dan doe je acht uur je ding. Dan sta je weer in een overvolle trein terug in het donker. En dan doe je vijf dagen hetzelfde.’ Het was niet zozeer alleen het werk zelf, zegt ze, maar alles wat eromheen hing. De vaste tijden, de verwachtingen, de druk. ‘De hele werkmentaliteit. Het 9-tot-5-ritme.’
Ze had het gevoel dat het leven al grotendeels vastlag. ‘Iedereen leeft volgens dezelfde gebaande paden. Je studeert, je gaat fulltime werken, je koopt een huis, je begint een gezin.’ Ook vrije tijd voelde strak georganiseerd. ‘In Nederland moet ik afspraken echt weken van tevoren maken. Spontaniteit was zeldzaam.’ Nikki leefde toe naar vrije dagen en vakanties. ‘Ik moest altijd iets hebben om naar uit te kijken.’
Ze vertrok niet omdat ze Nederland haatte, maar omdat er volgens haar meer uit het leven te halen viel. ‘Ik wilde in het buitenland een afwisselender, ontspannender leven vinden, in de zon.’ Spanje was geen langgekoesterde droom, maar een mogelijkheid die zich voordeed. Ze besloot het te proberen.
Die beslissing bleek soms minder romantisch dan het soms klinkt. Nikki vertelt hoe ze het meerdere keren zwaar had bij de Spaanse instanties. ‘Ik heb echt meerdere keren staan huilen bij de gemeente.’ Alles moest met papierwerk geregeld worden. ‘Ik heb inmiddels, denk ik, een mapje met tachtig papiertjes.’ Op die momenten twijfelde ze. ‘Wat ben ik aan het doen?’
Toch zette het haar niet écht aan het wankelen. Het verschil met Nederland merkte ze namelijk al snel. Niet alleen door het weer, maar vooral door het tempo. ‘Hier is alles veel relaxter.’ Dingen hoeven minder strak gepland te worden. ‘Als ik vanavond nog iemand een berichtje wil sturen om wat te drinken, dan kan dat gewoon.’ De Spaanse mentaliteit omschrijft ze als ‘mañana, mañana’.
Ze ziet dat vooral terug in kleine dagelijkse situaties. In de supermarkt bijvoorbeeld. ‘Als er een rij staat bij de kassa, dan gaan ze gewoon een gezellig gesprek voeren.’ In Nederland is dat anders, zegt ze. ‘Daar moet het vooral snel. Dan liever een zelfscankassa.’ Volgens Nikki zegt dat veel over de cultuur. ‘Alles moet door, door, door.’

De rust betekent niet dat ze niets doet. Ze werkt voor meerdere bedrijven en verdient haar geld. Maar ze bepaalt zelf hoe haar dag eruitziet. ‘Als ik slecht geslapen heb, dan zet ik mijn wekker een uurtje later. Als ik zin heb om te sporten, ga ik sporten.’ Die flexibiliteit kende ze in Nederland niet. ‘Dat had ik daar, denk ik, nooit zo kunnen doen.’
’s Avonds loopt ze vaak met haar hond over het strand. ‘Dan heb ik het idee dat ik een vakantiedag gehad heb.’ Dat gevoel kende ze in Nederland nauwelijks. ‘Daar moest ik dat echt opzoeken. Ik weet dat ik een hele goede keuze heb gemaakt,’ zegt Nikki. ‘Daar ben ik echt dankbaar voor, dat ik die stap heb durven nemen.’
Ze merkt dat ze sinds haar vertrek anders naar tijd is gaan kijken. Minder als iets waar je voortdurend achteraan zit, meer als iets dat zich mag ontvouwen. In Nederland leefde ze toe naar vakanties en vrije dagen; nu hoeft ze daar niet meer naar uit te kijken. ‘Ik heb helemaal die drang niet meer om continu op vakantie te gaan.’
Wat haar leven in Spanje haar vooral heeft gebracht, zit niet in één grote verandering, maar in het dagelijkse gevoel. ‘Als ik de hond uitlaat en het strand is twee minuten lopen, dan voel ik me ontzettend vrij.’