Uitspraak: [ʒurnalɪsˈtik]
Afbreekpatroon: jour·na·lis·tiek

1. het regelmatig verstrekken van in- en voorlichting omtrent het dagelijks gebeuren via de media; 2. het beroep, de loopbaan van journalist 3. dat wat in de dag- en weekbladen geschreven wordt als genre.

Van Dale Lexicografie