
Het laatste dossier:
Marisse zoekt al 33 jaar naar haar biologische familiegeschiedenis
DEN HAAG – Inmiddels 33 jaar geleden, is Marisse Hartog (59) begonnen met het onderzoeken van haar familiegeschiedenis. Ze is afgestaan als baby en in een adoptiegezin terechtgekomen, kennis over haar biologische ouders had ze niet. Langzamerhand vielen de puzzelstukjes in elkaar. Vandaag staat ze voor de laatste keer voor het Nationaal Archief in Den Haag om het laatste onbekeken dossier over haar verleden in te zien. ‘Ik ben erg benieuwd wat er in staat.’

De garderobe waar alles in kluisjes opgeborgen moet worden.

Het bord dat verwijst naar de studiezaal van het Nationaal Archief.
Eenmaal in het gebouw wordt Marisse doorverwezen naar de balie om haarzelf aan te melden. Vlak voor de balie staat een scherm. Op dit scherm worden diverse websites en QR-codes getoond om mensen verder te helpen in hun zoektocht. Zo verschijnt er bijvoorbeeld een pagina over het Centrum voor Familiegeschiedenis, dat zich bevindt in hetzelfde gebouw. ‘Alles moet in de kluisjes opgeborgen worden, alleen papier en potlood mag mee’, legt de baliemedewerkster uit bij aankomst. Aangezien het gaat om beperkte openbare documenten mogen er geen foto’s gemaakt worden in de zaal. Om dit te waarborgen wordt iedereen strikt gecontroleerd door de medewerkers.
Nadat alles in de kluisjes zit loopt Marisse door naar de ingang van de studiezaal. ‘Ik vind het niet echt spannend meer, omdat ik naar mijn idee alles al weet. Ik ben vooral erg benieuwd wat er in staat’, vertelt ze. Voordat ze de studiezaal mag betreden wordt ze nog gecontroleerd door een medewerker, in het blauw gekleed, van het Nationaal Archief. Het meegenomen notitieboekje wordt volledig doorgebladerd, om te voorkomen dat er iets mee naar binnen gaat wat niet is toegestaan. ‘Het lijkt wel de douane hier’, grapt Marisse nog.
Er zijn diverse redenen om onderzoek te doen naar de familiegeschiedenis. De nieuwsgierigheid is de belangrijkste reden volgens het onderzoek Schade door Schande, een grootschalig onderzoek naar binnenlandse adoptie tussen 1956-1984. Afgestane kinderen willen weten waar hun herkomst ligt, wat de reden was van adoptie en wie de biologische familie is. Bovendien kunnen medische redenen een motief tot onderzoeken zijn, om te ontdekken of er sprake is van bijvoorbeeld een erfelijke aandoening.
In eerste instantie waren de medische redenen ook voor Marisse het begin van haar zoektocht. ‘In het ziekenhuis vroegen ze of er ziektes in de familie zaten. En toen zat ik daar met grote ogen, want ik had geen idee. Ik wist niets, echt helemaal niets,’ legt ze uit, ‘Dat was het punt dat het begon te kriebelen en dat ik wilde weten hoe het zat.’ Vanaf dat moment begon Marisse haar zoektocht naar haar biologische familie. Het Nationaal Archief is een van de manieren die gebruikt wordt om onderzoek te doen naar familiegeschiedenis. Hier zijn bijvoorbeeld dossiers van de Raad voor de Kinderbescherming te vinden.
Daarnaast is het ook mogelijk om contact op te nemen met Fiom om te helpen met de zoektocht, dit was ook voor Marisse haar eerste stap. Fiom is een onafhankelijk expertisecentrum voor onder andere verwantschapsvragen. Door deze titel hebben ze ook toegang tot de Basisregistratie Personen. In dit systeem staan alle Nederlanders geregistreerd, waardoor het makkelijker wordt om iemand op te sporen. ‘Na een paar maanden kreeg ik een belletje van Fiom met de eerste uitslag van mijn onderzoek. Het was geen leuk nieuws. Ik kreeg te horen dat mijn biologische moeder al was overleden’, vertelt Marisse, ‘Ik heb daar lang de tijd voor nodig gehad om het een plaats te kunnen geven. Ik dacht eindelijk dat ik haar zou gaan vinden, maar helaas was ze er niet meer. Dat is een enorme klap geweest.’ Desondanks heeft dit Marisse niet tegengehouden om verdere informatie te zoeken over haar biologische familie.

Het potlood dat mee de studiezaal in mag om aantekeningen over de dossiers te maken.
In de TL-verlichte studiezaal zitten diverse mensen fronsend over documenten gebogen. Het is er stil, op het geritsel van papier en nu en dan gefluister na. Aan een lange tafel in het midden van de zaal zitten mensen alleen of met zijn tweeën. Naast hen staan dozen, in alle vormen en maten waar de dossiers in worden bewaard. Een man aan het eind van de tafel zet nog even zijn leesbril op, voordat hij iets begint te noteren met een potlood op een wit A4’tje.
Marisse loopt voorbij de tafel en neemt plaats in een hoek, waar een bordje ‘gereserveerd’ op staat. Ze heeft een doos in haar hand met het gevraagde document erin. Op de doos wordt nogmaals duidelijk gemaakt dat er geen opnamen gemaakt mogen worden door een plaatje van een camera met een rood verbodsteken. Wanneer Marisse plaats heeft genomen, opent ze de doos en haalt ze daar een blauw dossier uit van de Raad van de Kinderbescherming. ‘Het is een groter dossier dan die ik thuis heb toegestuurd gekregen’, merkt Hartog op. Ze opent het blauwe dossier en er verschijnt een flinke stapel met vergeelde papieren. Er komt een walm van de documenten af die vergelijkbaar is met een oude, stoffige zolder.

Marisse terwijl ze aantekeningen maakt over de dossiers.

De dossiers zijn van de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem.
‘Ik herkende helemaal niets van mijzelf in mijn adoptiemoeder. Je gaat dan op zoek naar je identiteit.’
Bovendien toont onderzoek van Swinburne University of Technology aan dat het kennis hebben van de familiegeschiedenis zorgt voor veerkracht om door te gaan met het leven. Ook wordt het gezien als een onderdeel van de eigen identiteit. Dat herkent Marisse als motief om haar onderzoek 33 jaar lang voort te blijven zetten. ‘Ik herkende helemaal niets van mijzelf in mijn adoptiemoeder. Je gaat dan op zoek naar je identiteit. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan?’ begint ze, ‘Het is ook belangrijk voor het totaalplaatje. Mijn biologische ouders zijn een deel van mij, ze hebben mij het leven gegeven. Ik kan nu ook naar een foto van mijn biologische vader kijken en dan zie ik echt een stuk van mezelf. Dat is heel fijn.’
Hetzelfde onderzoek laat zien dat het onderzoeken van de familiegeschiedenis een gevoel van verbondenheid kan veroorzaken. ‘Toen ik de vorige keer in het Nationaal Archief was, ging ik een document over mijn biologische vader inzien. Het was de laatste informatie wat ik kon vinden over hem,’ vertelt Marisse, ‘Hij is overleden, dus een echte ontmoeting gaat er nooit van komen. Het klinkt misschien raar, maar dit bezoek aan het Nationaal Archief voelde alsof ik mijn vader ging bezoeken.’ Terwijl Marisse deze herinnering naar boven haalt, heeft ze een document in haar handen waar ze met zachte ogen naar kijkt. ‘Op het moment dat ik zijn document kreeg werd mij duidelijk dat hij datzelfde papier ooit in zijn handen heeft gehad. En daarmee moet ik het doen, met dat stukje papier en zijn handtekening onderaan.’ Met zachte ogen kijkt ze naar het papier dat ze nu in haar handen heeft. Zorgvuldig haalt ze haar vinger over de onderste rechterhoek, waar in het andere document haar vaders handtekening heeft gestaan.

Marisse terwijl ze aan het lezen is.
Wanneer Marisse het document weer neerlegt slaat ze het volgende papier open, het is een klein lijntjes papier in cursief geschreven. ‘Dit is toch allemaal niet te lezen’, merkt Marisse op, waarna ze direct doorgaat naar het volgende vergeelde document. Aandachtig begint ze het papier te lezen, het gaat over de besluitvorming van haar adoptie. Fronsend leest ze het document. ‘Sjonge jonge… Tsssss….,’ mompelt Marisse hoofdschuddend, ‘Er is geen rekening gehouden met onze behoeftes. Ik heb alle gevolgen van deze beslissingen moeten dragen.’

Marisse haar aantekeningen.
Na het laatste document gelezen te hebben, verzamelt Marisse alle papieren om ze weer zorgvuldig te bundelen. ‘Ik ben klaar met alles herkauwen, ik focus nu alleen op de dingen die belangrijk zijn voor mij’, merkt ze op. Marisse stopt de verzameling papieren terug in het dossier en sluit op die manier dit hoofdstuk van haar leven samen met de papieren uit het dossier af. ‘Het heeft mij zoveel verdriet gekost, ik heb het zo genoeg opgegraven.’ Hoewel Marisse klaar is met haar zoektocht heeft ze voor altijd nog een allergrootste wens: ‘Ik zou willen dat ik mijn moeder voor één keer in de ogen kon aankijken.’