Voor de aarde sterft Henk Baptist met liefde in het harnas (Trouw)

Jurist en ecoloog Henk Baptist kan niet stoppen. Als adviseur van het Drentse burgerinitiatief Meten=Weten voert hij meerdere zaken tegen overlast van pesticiden in de lelieteelt. Woensdag deed de Raad van State daarin een belangrijke uitspraak.

Tien jaar geleden ging Henk Baptist (77) met pensioen. Hij kocht een camper, zette koers naar Spanje en ging van zijn vrije tijd genieten. Verder dan Luxemburg kwam hij niet. Te druk. Met het voeren van rechtszaken tegen overheidsinstanties. Saillant detail: Baptist werkte zelf dertig jaar voor de overheid, als ecoloog bij Rijkswaterstaat. “Ik wil de natuur goed achterlaten. Niet voor de mens. Voor de natuur zelf.”

Woensdagmorgen boekte hij zijn grootste overwinning toen de Raad van State oordeelde dat een lelieteler voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen een natuurvergunning nodig heeft. De Raad legt de nadruk op voorzorg bij het spuiten met pesticiden: als negatieve gevolgen voor beschermde natuur mogelijk zijn, is nader onderzoek nodig en zolang dat ontbreekt moet de teler een vergunning aanvragen.

Bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden

De uitspraak kan vergaande gevolgen hebben voor pesticidengebruik in de landbouw, waarin lelieteelt vaak een tijdelijk gewas is en dezelfde middelen ook voor andere gewassen worden gebruikt.

De zaak was aangespannen door Milieudefensie tegen de provincie Drenthe, die niet wilde optreden tegen het spuitgebruik van een lelieteler. Baptist sloot zich daar als jurist van burgerinitiatief Meten=Weten bij aan. Meten=Weten toonde eerder al aan dat bestrijdingsmiddelen ver in beschermde natuurgebieden terechtkomen, zonder dat de gevolgen daarvan bekend zijn.

‘Wij verstoren het ecosysteem’

Saillant detail: Baptist werkte zelf dertig jaar voor de overheid, als ecoloog bij Rijkswaterstaat. “Ik wil de natuur goed achterlaten. Niet voor de mens. Voor de natuur zelf.”

Op zijn sandalen en met een kaki overhemd staat hij in de rechtbank. Hij oogt als een verdwaalde boswachter in deze omgeving, maar zelf lijkt hij zich hier als een vis in het water te voelen. Baptist voert al bijna 25 jaar rechtszaken voor natuurorganisaties, zoals Meten=Weten en Milieudefensie. Gedreven, maar altijd een baken van rust. Rode draad: het ecosysteem. “Dat verstoren wij als mens, met óns systeem.”

Baptist vecht daartegen. Ironisch genoeg alleen maar door een spiegel voor te houden: “De overheid handhaaft haar eigen wetten simpelweg niet. Ik zorg alleen maar dat ze zich aan haar eigen wetten houdt.”

Bij zijn strijd komt zijn liefde voor het ecosysteem samen met zijn juridische kennis en achtergrond. En voor beide ligt de oorsprong bij zijn sociaal bewogen vader, die jurist was en voor de reclassering werkte. “Het gebeurde geregeld dat mensen die net uit de gevangenis kwamen, eerst een paar weken bij ons thuis logeerden.”

In zijn jonge jaren deed Baptist zijn eerste juridische kennis op als opsporingsambtenaar bij het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Hij legde zich toe op natuurovertredingen en bekwaamde zich in de jaren daarna in deze materie: “Ik mag mezelf inmiddels wel specialist noemen in de natuurrichtlijnen van de Europese Unie, ja.”

Naast zijn juridische kennis was het vooral de liefde voor de natuur die Baptist van zijn vader meekreeg. “Ik groeide op aan zee, in Scheveningen. Ik weet nog dat ik in de winter van 1956 eropuit trok met mijn vader. Alles was met ijs bedekt, op zee dreven duizenden eenden tussen de ijsschotsen. Dat was magisch. Dat heeft een bepaald gevoel aangewakkerd, een zekere nieuwsgierigheid: hoe zit dit allemaal in elkaar?”

“Ik verzamelde zeebeestjes, onderzocht vlinders en dook in de bosbodem op zoek naar alles wat leeft. Het woord ecosysteem kende ik nog niet, maar de samenloop van de natuur fascineerde mij al op zeer jonge leeftijd.” Vanaf dat moment begreep Baptist dat er een ingenieus systeem achter de natuur zit. Dat alles in elkaar grijpt. En als klein ventje wilde hij dat al doorgronden.

De zee is nu troebel

Hij bracht eindeloze uren door aan zee, zwemmend, observerend, ontdekkend. “In de zomer liep ik het water in en keek ik wat er allemaal voor mijn voeten wegsprong”, vertelt hij. “Ik kon het zo oppakken, bestuderen en in mijn zeewateraquaria leggen. Dat was voor mij de mooiste manier om de natuur te begrijpen.”

Die heldere, levendige zee uit zijn jeugd bestaat niet meer. “Als ik nu in Scheveningen naar het water kijk, heb ik nauwelijks zicht. Het zeewater is zo verschrikkelijk troebel geworden.” Die verandering is geen toeval, maar een direct gevolg van menselijke ingrepen, legt hij uit. “Dat troebele water komt door de manier waarop we de Rijn en de Maas in zee laten stromen. De Deltawerken hebben de dynamiek van het zeewater volledig veranderd.”

‘De vijand beheert nu de natuur’

Het was een van de eerste grote inzichten die hij kreeg tijdens zijn werk bij Rijkswaterstaat; grootschalige infrastructuurprojecten, zoals de afsluiting van waterwegen en de aanleg van havens, hebben grote effecten tot ver op zee. “Mensen denken vaak dat een dam of een sluissysteem alleen invloed heeft op het gebied eromheen, maar de gevolgen van de Deltawerken strekken zich uit tot in Denemarken. Zo wordt ons rivierwater minder goed gemengd met zeewater, nu het niet meer via meerdere uitmondingen de zee instroomt. Daardoor ontstaat bijvoorbeeld algenbloei langs de kust, helemaal tot aan de Duitse Bocht.”

“In 1982 is de natuur in Nederland letterlijk ingekwartierd bij de vijand”, zegt Baptist stellig. “In dat jaar werd natuurbeheer, dat tot dan toe onder het ministerie van CRM viel, overgeheveld naar het ministerie van Landbouw en Visserij. Vanaf dat moment is het natuurbeleid op subtiele wijze voortdurend geremd. Natuur wordt door de landbouw immers als een belemmering beschouwd. Terwijl bij Rijkswaterstaat juist sprake was van een zeer vooruitstrevend natuurbeleid.”

Hij verwijst naar het programma Ruimte voor de Rivier uit 2006. In plaats van dijken alleen te verhogen, kreeg de rivier meer ruimte door uiterwaarden uit te graven. “Dat zorgde niet alleen voor meer waterveiligheid, maar ook voor natuurontwikkeling.”

“De landbouwsector had echter maar één doel: groei, groei en nog eens groei”, aldus Baptist. “De sector wilde geen beperkingen en verzette zich fel tegen elke vorm van natuurbescherming.” Dat verzet botste steeds vaker met de Europese wetgeving, die juist gericht is op de bescherming van mens, dier en milieu.

“Op papier is dat allemaal keurig vastgelegd”, zegt hij, “maar in de praktijk legde de landbouwsector de nadruk op het economische belang. De sector wilde en wil zich niet conformeren aan natuurbeschermingsregels, want dat zou betekenen dat de landbouw een stapje terug moet doen. Dat wil men niet tot op de dag van vandaag. En al helemaal niet nu we een BBB-minister voor Landbouw hebben.”

Droomvrouw

Van leven als een pensionado is het nooit gekomen. Baptist heeft immers een missie. Zelfs wanneer dat ten koste gaat van zijn privéleven. Liever praat hij er niet over, maar hij geeft ruiterlijk toe dat het zijn eerste huwelijk kostte: “Ik was constant met natuur bezig, zeven dagen in de week. Werkweken van minder dan zestig uur waren zeldzaam. Dat ging ten koste van mijn relatie, mijn eerste huwelijk is na vijftien jaar gestrand.”

Na zijn scheiding vond hij in Vera zijn nieuwe liefde. De docente biologie had haar afstudeerstage bij hem gedaan en begreep zijn drive als geen ander. Ze trouwden en reisden samen 25 jaar de wereld over, op zoek naar voor hen nog onbekende natuur: “We waren allebei knettergek. We kochten spontaan een ticket ergens naartoe, huurden een auto en dan zeiden we: gaan we links- of rechtsaf? Dagenlang brachten we samen door in de natuur. Met haar voelde ik me volkomen vrij. Ze was mijn droomvrouw.”

Zijn stem stokt. Na een stilte vervolgt hij: “Die droom kwam onverwacht ten einde.” Vera kreeg borstkanker, waarvan ze in eerste instantie herstelde door een borstamputatie. Maar bij de reconstructie van de borst werd eierstokkanker ontdekt. Ze overleed binnen een jaar. Een verlies dat hij nooit helemaal te boven is gekomen.

Baptist ziet de mens als de schadelijkste diersoort, die zichzelf ten gronde zal richten. “De mens heeft geen al te lang leven meer. De gemiddelde leeftijd voor een diersoort is maar twee à drie miljoen jaar. Het gaat hard achteruit, onder andere door klimaatverandering. Misschien wel erg, maar misschien ook niet erg. Dat is een persoonlijke invulling. Waar ik vooral mee bezig ben, is met het leggen van een voedingsbodem voor de natuur als wij er straks niet meer zijn.” Het is illustratief voor hoe Baptist naar het leven kijkt: individuen zijn onbelangrijk, het gaat om het ecosysteem en wat een ieder daaraan toevoegt. Met een nuchtere blik voegt hij eraan toe: “De natuur kent geen beloningen of straffen. Alleen maar gevolgen.”

“Mijn privéleven ís rechtszaken voeren tegen overheden”

Zorgen over de toekomst van de aarde hebben hem er altijd toe aangezet om zijn kinderen een diep respect voor de natuur bij te brengen. “Waar andere kinderen het woord ‘vogel’ leerden, kenden die van mij iedere vogel bij naam.” Die liefde voor de natuur heeft zich voortgezet in de volgende generaties Baptist: een van zijn zoons is bioloog en zijn kleindochters studeren alle drie een natuurgerichte opleiding aan de Wageningen Universiteit. “Natuurlijk is het mooi om te zien dat ze het oppakken, maar het is ook noodzakelijk”, zegt hij. “Zij zullen straks leven met de gevolgen van wat wij nu doen.”

Op de vraag of zijn privéleven nog lijdt onder zijn drukke bestaan, haalt Baptist zijn schouders op: “Mijn huidige vriendin, overigens ook biologieleraar, begrijpt me volledig en steunt mijn werk. Want mijn privéleven is wat ik doe: rechtszaken voeren tegen overheden. Juist op die manier kan ik genieten van mijn pensioen, omdat ik geen geld meer hoef te verdienen. Ik zie het als onbetaald genieten.”

De baanbrekende uitspraak van de Raad van State ziet hij niet als kers op de taart van zijn lange carrière, sterker nog: “Nu begint het pas. Om de implementatie van de uitspraak daadwerkelijk voor elkaar te krijgen, moet ik nog flink aan de bak.” Of hij met zijn camper ooit nog naar Spanje gaat? “Ik ben bang van niet. Mijn gevecht is nog niet klaar. Ik sterf in het harnas.”