Antivlooienmiddelen voor huisdieren zitten vaak vol schadelijke gifstoffen. Zonder dat baasjes het weten verspreiden hun viervoeters stoffen die in de landbouw al jaren verboden zijn.
Ernstig misvormde vlinders, vast in hun eigen cocon, of al gestikt voordat ze überhaupt hun vleugels kunnen uitslaan. Het is een lugubere ontdekking voor fotograaf Marlonneke Willemsen. Ze kweekt harige nachtvlinders en brengt de rupsen groot met paardenbloemen, geplukt in het plaatselijke stadspark in haar woonplaats Nieuwerkerk aan den IJssel. De rupsen groeien ogenschijnlijk normaal, maar bij het ontpoppen tot vlinders komen ze zwaar verwrongen tevoorschijn of sterven ze.
Een analyse van de paardenbloemen uit het plantsoen levert een schokkend beeld op: de bladeren blijken vol te zitten met zwaar gif. Hoe belanden deze middelen in een stadspark, ver weg van intensieve landbouw? Op een plek waar de gemeente zelf geen bestrijdingsmiddelen gebruikt?
Zoektocht
Het raadsel van de misvormde vlinders vormt voor onderzoeker Jelmer Buijs, extern promovendus bij de Nijmeegse Radboud Universiteit, aanleiding voor een onderzoek. Vijftien stadsparken in heel Nederland neemt hij onder de loep. In álle onderzochte stadsparken blijken de paardenbloemen besmet met zeer toxische bestrijdingsmiddelen. De bron van deze gifstoffen hangt in de vrolijke, kleurrijke schappen van iedere plaatselijke dierenwinkel, in de vorm van halsbanden en pipetjes: antiparasitica.
Voor veel baasjes is het de gewoonste zaak van de wereld: een vlooienband om de hals van je viervoeter of een paar druppeltjes antivlooienmiddel in de nek van het huisdier druppelen. Wat niemand lijkt te weten, is dat deze antivlooienmiddelen vol met gif zitten. Gifstoffen die vanwege de gezondheidsrisico’s al jaren verboden zijn in de landbouw.
Ongeboren kind
Met ongeveer 1,7 miljoen honden en 3 miljoen katten in Nederland, moet het gebruik van deze antiparasitica omvangrijk zijn. Exacte cijfers over het aantal antivlooienmiddelen worden door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) echter niet bijgehouden en blijken moeilijk te achterhalen.
Fidin, de vereniging van producenten en importeurs van diergeneesmiddelen in Nederland heeft beperkte cijfers: “Wij hebben alleen de cijfers van middelen die via de dierenarts worden verkocht”, laat de organisatie weten. In 2019 was dat zo’n 4000 kilo. Maar: “De meeste middelen worden voornamelijk via dierenspeciaalzaken en tuincentra verkocht”, laat Fidin weten.
Uit de beschikbare cijfers blijkt dat de verkoop wordt gedomineerd door middelen als permetrine, gevolgd door imidacloprid en fipronil. Permetrine staat te boek als neurotoxisch en schadelijk voor het ongeboren kind. Fipronil is streng verboden in de landbouw; het is schadelijk voor het centrale zenuwstelsel en zeer toxisch voor insecten. Imidacloprid is om diezelfde reden verboden in de landbouw: het is in zeer lage concentraties dodelijk voor bijen. “In één vlooienband voor een middelgrote hond zit in theorie genoeg gif om 100 miljoen bijen te doden”, legt Ad Ragas uit, hoogleraar toxicologie aan de Radboud Universiteit.
De naam Fipronil klinkt misschien nog bekend in de oren. Het middel werd in de zomer van 2017 groot nieuws toen in Nederland miljoenen kippen werden geruimd en nog meer eieren werden vernietigd nadat pluimveestallen illegaal waren behandeld met het insectengif. Datzelfde gif is terug te vinden in veel van de diergeneesmiddelen voor honden en katten.
Binnenshuis
En dus worden die stoffen dagelijks via haren, urine en ontlasting verspreid door huisdieren. De gevolgen beperken zich niet tot het stadspark, de vlinders of de bijen. De gifstoffen komen ook binnenshuis, zegt hoogleraar Ragas. Hij wijst op een rapport van vereniging Velt, waarin huisstof werd gemeten in 112 verschillende slaapkamers in Nederland en Vlaanderen. De onderzoekers vonden liefst 137 verschillende pesticiden in huisstof. Van de tien stoffen die in de hoogste concentraties werden aangetroffen, bleken er maar liefst zes afkomstig uit behandelingsmiddelen voor huisdieren.Quote van Jelmer Buijs – promovendus.
‘Waarom wordt een zwaar gif wel toegelaten als diergeneesmiddel, maar tegelijkertijd streng verboden als landbouwmiddel?’
Jelmer Buijs, promovendus
“Het gaat om zeer zorgwekkende hoeveelheden, die ver boven de limiet liggen van wat een mens binnen mag krijgen”, zegt hoogleraar Ragas. Al geldt ook een belangrijke nuance: “Huisstof krijg je niet direct binnen.” Via het aaien en knuffelen van behandelde huisdieren kunnen mensen ook worden blootgesteld: “Vooral baby’s en jonge kinderen lopen risico”, zegt Ragas, “De langetermijngevolgen van deze zenuwgiffen voor mensen zijn niet goed onderzocht.”
De grote hoeveelheden in huisstof, zijn niet verwonderlijk: “De berekende inname van gif voor een hond is duizenden keren groter dan de norm voor mensen. Ook al ga je er in een gunstig scenario vanuit dat een kind of baasje via aaien maar 1 procent van dat middel binnenkrijgt, dan zit je nog steeds duizenden keren boven wat een mens geacht wordt veilig te kunnen verdragen”, zegt onderzoeker Buijs.
Dubbele standaard
“De logica ontbreekt volkomen waarom een zwaar gif wel wordt toegelaten als diergeneesmiddel, maar tegelijkertijd streng verboden is als landbouwmiddel op de akker”, zegt Buijs. Het heeft een beleidsmatige oorzaak: als een gifstof over een akker wordt gespoten, wordt het beoordeeld als bestrijdingsmiddel en gelden strenge milieueisen. Als de fabrikant exact dezelfde stof in een vlooienpipetje verkoopt, valt het onder de wetgeving voor diergeneesmiddelen.
Het middel wordt dan getest op werkzaamheid en veiligheid voor de patiënt. Maar eventuele milieuschade wordt door de Europese toezichthouders niet in kaart gebracht, omdat gevolgen voor het milieu door de antivlooienmiddelen van huisdieren ‘verwaarloosbaar’ wordt geacht.Quote van College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).
‘De aanname dat middelen tegen parasieten bij honden en katten tot een geringe milieubelasting leiden klopt niet (meer)’
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG)
Daar zijn grote stappen in te nemen, ziet dierenarts-microbioloog en parasitoloog Peter Overgaauw van de Universiteit Utrecht: “We weten nog te weinig van de verspreiding en gevolgen voor het milieu. Dat moet nog veel meer worden onderzocht.”
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), dat in Nederland de toelating van geneesmiddelen regelt, erkent dat de toelating tekortschiet: “De aanname dat middelen tegen parasieten bij honden en katten tot een geringe milieubelasting leiden klopt niet (meer) en de beoordelingsmethode moet hierop worden aangepast”, laat het weten. Deze bevindingen komen overeen met die van het Europese geneesmiddelenbureau (EMA), dat zegt te werken aan ‘een nieuwe richtlijn voor de milieurisicobeoordeling van diergeneesmiddelen tegen parasieten (vlooien en teken) voor honden en katten’.
Onbedoeld
Gemeenten nemen zelf ook stappen, zoals Amsterdam. Vanaf dit jaar worden in de hoofdstad alleen nog gifvrije planten gebruikt, maar uit het onderzoek naar stadsparken van Buijs blijkt ook dat in het Vondelpark het zeer giftige imidacloprid is terug te vinden.
De gemeente gaat in gesprek met de huisdierenbranche, zegt wethouder Melanie van der Horst. “Het is heel zorgwekkend dat dit soort extreem giftige stoffen in onze parken te vinden zijn. We werken heel hard om het gif de stad uit te krijgen, maar zien helaas toch dat via vlooienbanden gif in onze leefomgeving terechtkomt en dus in het hele ecosysteem. Het verdrietige is dat de meeste mensen zich hier niet van bewust zijn, huisdiereigenaren hebben waarschijnlijk niet de intentie om bijen en andere dieren te vergiftigen.”
Dat huisdiereigenaren vaak geen weet hebben van de gevolgen, is niet gek. Wie de plaatselijke dierenwinkel binnenstapt of een tv-reclame bekijkt, wordt meegezogen in de rooskleurige marketing van gelukkige huisdieren. Op de verpakkingen prijken foto’s van vrolijke golden retrievers en spinnende katten. ‘Doodt vlooien en teken razendsnel’ of ‘Werkt onmiddellijk en doeltreffend’, valt er op de doosjes te lezen.
Wie de verpakking omdraait, zoekt vrijwel tevergeefs naar grote waarschuwingstekens voor milieuschade of gezondheidsgevolgen. Geen opvallend doodshoofd, geen symbool van een dode vis naast een dorre boom. De chemische namen op de ingrediëntenlijst op de achterkant doen bij de gemiddelde hondenbezitter geen alarmbellen rinkelen, maar zijn vaak uiterst giftig.
“Mensen lezen vaak de bijsluiter niet”, zegt Julia Hamel van de beroepsorganisatie voor en door dierenartsen in Nederland, de KNMvD. De organisatie wil hier verandering in brengen: zij wil dat de middelen alleen nog verkrijgbaar worden bij dierenartsen, op recept. Ook parasitoloog Overgaauw is hier voorstander van: “Als je gevolgen van de middelen goed onder controle wil houden, en het op de juiste manier wil toedienen, dan moet het via de dierenarts.” Toxicoloog Ad Ragas is stelliger: “Deze middelen zijn met een reden verboden in de landbouw, die stoffen moet je niet in huis willen halen.”